God

Er zijn een hoop films over leven, streven en sterven van Jezus Christus gemaakt. Regisseurs als Pasolini, George Stevens, Norman Jewison en Terry Jones waagden zich aan meer of minder geslaagde rolprenten als ‘King of Kings’, ‘Jesus Christ Superstar’, ‘The Greatest Story Ever told’ en het nog altijd erg grappige ‘Monty Pythons Life of Brian’. Laatstgenoemde gaat trouwens over de buurjongen van Jezus, de schlemiel Brian, die net als de echte Christus aan het kruis eindigt maar daar tenminste nog vrolijk wordt toegezongen.
Sinds Martin Scorcese’s fascinerende ‘The Last Temptation of Christ’ uit 1988, waarin Willem Dafoe in de titelrol aan het kruis mijmert over trouwen, sex en je overgeven aan de verlokkingen van de duivel, bleef het stil aan het cinematografische Jezus-front. Is er niks nieuws meer te vertellen over de man uit Nazareth? Durven de studio’s het niet meer aan na een paar dure Christus -flops? Of zijn de regisseurs tegenwoordig liever met het meer modieuze boeddhisme in de weer? Is Jezus ‘uit?’
Je zou het haast denken. Gelukkig is er één man, een Nederlander nog wel, die al sinds z’n late puberteit – na een persoonlijke religieuze crisis – gefascineerd is door Jezus en die momenteel druk doende is een budget van zo’n zestig miljoen dollar te organiseren voor een ‘kleine film’ over de Koning der Koningen.
Paul Verhoeven, want over hem heb ik het, kwam op uitnodiging van de Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht in de foeilelijke Megaronzaal vertellen over zijn kijk op Jezus, op de studiedag ‘Jezus, niet te filmen?’

JezusBasic Instinct meets De Verlosser
Ook schrijver dezes was als deskundige aangezocht.
Bizar.
Ik ben volkomen atheïstisch opgevoed. Nog vreemder was het dat ik, met mijn te verwaarlozen kennis van de bijbel en aanverwante zaken, in een deskundig panel zat, met theologen, professoren en Verhoeven. Want behalve dat ik ooit de apostel Mattheüs heb gespeeld in een toneelstuk (compleet met voor de gelegenheid gekweekte baard), is het geloof bij mij altijd op een gezonde afstand gebleven. Ik was dan ook via mijn onderbuurman, pastor in de Bijlmerbajes en docent aan de K.T.U., op de studiedag beland.
‘Maar Bart’, had ik nog gezegd, ‘ik weet toch geen bal van Jezus?’
‘Dat is juist leuk’
, had hij geantwoord, ‘dat maakt de discussie levendig.’
‘En Jezus interesseert me eigenlijk ook niet.’
‘Doe nou maar gewoon mee.’
Na nog meer tegenwerpingen had ik toegezegd, vooral vanwege de komst van Verhoeven, maker van klassiekers als Turks Fruit, Spetters, Soldaat van Oranje en Total Recall. Verhoeven en Jezus, dát interesseerde me. Basic Instinct meets De Verlosser, zoiets. Misschien was Jezus, die man met die baard en die hemelse blik in de ogen tenslotte toch niet zo’n zijige figuur.
Maar wie is hij dan wel?
Wie was Jezus?
Een rebel? Een slachtoffer tegen wil en dank? Een onkenbare? Een visionair, profeet, de Zoon van God? Een historische figuur die door navolgers is opgetild tot mythische proporties? Een kwijlebal, een geboren loser, een verzetsheld, een paradigma? En heeft hij trouwens wel echt bestaan? Op die laatste vraag zei Verhoeven: ‘Daar ga ik wel van uit. Anders kun je wel ophouden.’

VerhoevenJezus als een gedreven man
Verhoeven, in het zwart gekleed, priemende blik en fitter en jeugdiger dan je op grond van zijn leeftijd en heftige loopbaan zou verwachten hield voor een gehoor van kenners een scherp, helder en bij tijden provocerend betoog over zijn visie op het leven van Gods Zoon, doorspekt met – uit het hoofd – in het Grieks opgelepelde Bijbelcitaten. Hij vergeleek Jezus onder andere met Che Guevara; en benadrukte dat we de verhalen zoals die in de verschillende bijbelboeken over de verlosser worden vermeld vaak met een korreltje zout moeten nemen: ‘Dat verhaal over die broodvermenigvuldiging is natuurlijk niet waar. Dat kan niet, dus dat staat ergens anders voor.’
Verhoeven, die in Amerika woont en aldaar als enige niet-theoloog deel uitmaakt van het prestigieuze ‘Jesus-seminar’ (dat tracht uit te vinden wat er in Jezus’ leven ‘waar’ en ‘niet waar’ is), vertelde zijn verhaal zo beeldend dat ik al scènes uit de nog te maken film voor me zag. Hij schetste Jezus als een gedreven man, niet vies van wapens en politiek door de wol geverfd, die zelf in zijn ‘wonderen’ gaat geloven en op het laatst van zijn leven voortdurend op de vlucht voor de autoriteiten. Niets lijdzaam slachtoffer dus, of bovennatuurlijke held maar een man van ‘flesh and blood’. Zoals Verhoeven zei: ‘Jezus verzamelde de moed bang te zijn voor de dood.’ Werktitel van de film (ooit gesuggereerd door komiek en producent Mel Brooks): Jesus van N.
Het werd duidelijk dat Verhoeven niet zozeer puur in de historische werkelijkheid is geïnteresseerd (die immers toch nooit ondubbelzinnig helder zal worden, aangezien er geen directe bronnen zijn), maar eerder in de filmische en beeldende mogelijkheden van een leven dat miljoenen, misschien wel miljarden andere levens beïnvloed heeft.
Na een verhaal dat precies een uur duurde en wat vragen uit de zaal brak de pauze aan, waarin ik een persoonlijke missie volbracht. Ik schoot Verhoeven op een onbewaakt ogenblik aan en gaf hem mijn artikel over Rechter Tie dat een paar maanden terug in ditzelfde e-zine verscheen. Ik weet namelijk dat Verhoeven niet alleen over Jezus een film wil maken, maar ooit ook over de door Robert van Gulik geschapen Oosterse speurder Tie, al is dit laatste plan ergens om de hoek verdwenen.
Rechter Tie
Duyns eerdere artikel over Rechter Tie staathier
Link
‘Alstublieft een artikel, over een van uw oudere helden’, zei ik verlegen.
‘Bedankt, ik zal het lezen’, zei de filmende bijbelkenner.
Mocht Verhoeven ooit nog iets met Tie doen, dan is nu bekend wie daarvoor de credits verdient.

Theologen luisteren niet
Na de pauze hield Verhoeven, die trouwens op de voet werd gevolgd door een Nederlandse documentairefilmploeg onder leiding van Jan Bosdriesz, zich op sublieme wijze de hem attaquerende theologen van het lijf. In een door mijn onderbuurman geleid debat bleek dat Verhoevens artistieke visie op Jezus niet alleen door feitenkennis werd ondersteund maar ook door een opmerkelijk scherpe tong (en geest). Een roodkleurende professor moest na Verhoevens reprimande op onnozele vragen toegeven dat hij inderdaad niet goed naar het verhaal van voor de pauze had geluisterd. Verhoeven had trouwens al eerder op de dag, tijdens een inderhaast belegde persconferentie, van zich afgebeten. Hij bedankte daarin de K.T.U. dat ze hem hadden geïnviteerd en meldde tussen neus en lippen door dat ‘de filmacademie in al die jaren nog nooit op het idee was gekomen’ hem een gastcollege of zoiets te laten geven.
BSMijn eigen bijdrage aan de discussie was daarna nogal bedroevend. Na alle wijze en onwijze woorden van theologen, hoogleraren en Verhoeven, mompelde ik toen ik de beurt kreeg om mijn visie op de Zoon des Mensen te geven de volgende woorden: ‘Ik eh… weet er eigenlijk niet zoveel van. Vroeger vond ik Jezus nogal irritant omdat hij altijd zo meegaand en meelijwekkend werd afgebeeld. Maar ik geloof zeker dat Paul Verhoeven een prachtige film over Jezus kan maken.’
Het was, vind ik achteraf, niet helemaal mijn schuld dat ik er niet uit kwam. Na een dag van mensen horen praten over Jezus had ik nog niet het idee dat ik Jezus kende. Eerder zag ik een verzameling scherven: de idealist, de lafaard, de ‘mens onder de mensen’, de politicus, de jongeman in existentiële nood, de revolutionair, de vechter.

sgUiteindelijk blijft Jezus, voor mij, toch een enigma: je kunt op hem plakken wat je wilt. Verder zullen we moeten wachten op Verhoevens film. Als titel stel ik vast voor: ‘Jesus Bodyguard’.

Don Duyns

Gezondheid & psychologie boeken (468x60)