WB artikelen  Uit de bundel: 'Brimstig, als het ware'
Het drama van Wim T. Schippers op radio, tv en toneel
 
Auteur:
Leendert Douma
Categorie:
Kunst
Datum:
September 2000

Boy Bensdorp: Wat kan jij toch zeiken, Schaambergen.”
Rein Schaambergen: “O, dat is een goed idee, kan ik misschien ook even van het toilet gebruik maken? Fijn zo.”

In het zomernummer van Writers Block stonden we stil bij de beeldende kunst (of: Kunst met een grote K) van Wim T. Schippers. Toen werd duidelijk dat Schippers' kunst grote verwantschap vertoont met Fluxus, althans dat was de bedoeling, zo niet dan toch. Jammer maar helaas. Reeds. We zagen dat ook Schippers' vroege tv-werk (Hoepla, Van Oekel's Discohoek, de Barend Servet Show) eigenlijk de verwezenlijking is van wat genoemd werd: 'Fluxus Art Amusement'. Maar het bleef niet bij de shows uit die jaren. Wim T. ging door. Tussen 1970 en 1980 waren hij en zijn bedenksels niet van de buis af te slaan. En in de tachtiger en negentiger jaren liepen langdurige comedyseries van zijn hand.

Dat waren nog eens kerels!
 
Bovendien ontdekte Wim T. Schippers, eerst als Harko Wind later als Jaques Plafond, de radio. Van 1979 tot en met 1991 was hij wekelijks op de radio te horen. Eerst met bijdragen aan het programma Borát ("gespeld: Bee Oo, Er, Aa, accent aigu, Tee"), later met Ronflonflon met Jaques Plafond. In deel twee ga ik met joe stilstaan bij het drama en het radio- en tv-werk van Wim T. Schippers.

"KUNNEN WE NOU VERDER? IK HEB GODVERDOMME NOG MEER TE DOEN! AL ZOU IK ZO EEN-TWEE-DRIE NIET WETEN WAT."

Chocolade
Een van de belangrijkste elementen in het gehele werk van Wim T. Schippers (ook zijn beeldende kunst) is taal. Het begon in de jaren zestig al met bizarre namen voor zijn collages en schilderijen als Zeg het dan (1960), Tamelijk veel bloemen (1961), De plof (1966) of Wat nu? (1978).

Schippers als Jacques Plafond (& friends!) op de radio
 
Als Schippers, samen met Gied Jaspars, programma's voor de VPRO gaat maken mag hij zich helemaal in de taal uitleven. Schippers ontwikkelt een eigen taalgebruik voor al zijn karakters. In de vroege jaren zijn dat o.a.: Fred Haché, Barend Servet, Sjef van Oekel en ir. Evert van der Pik. In de naamgeving van de karakters alleen al is een bepaald patroon te ontdekken: Wim T. Schippers combineert een zeer gewone voornaam met een bizarre of 'schuine' achternaam. Later duiken Gé Braadslee, Rein Schaambergen, Simon Raaspit, Wilhelmina Kuttje (met twee t's), Kees Hinderplaag, Otto Kolkvet en de heer en mevrouw Waaiboom-Terneuk in zijn werk op. Ook een mooie vondst is de naam van de zangeres Etna Vesuvia. Daarnaast is Schippers waarschijnlijk nogal dol op chocolade, hij ontleent namen aan fabrikanten als Verkade, Droste, Bensdorp, Van Houten, Fens en Driessen.

"LEUKE LAMP, OVERIGENS"

Gekte
Vooral in Het is weer zo laat (Waldolala) en de 'dramatische' stukken die daarna volgen kan Schippers al zijn spitsvondigheden uit de kast halen om een absurd universum neer te zetten. Vooral veel miscommunicatie vindt er in dat universum plaats: verkeerd gebruikte spreekwoorden (“Iedereen belazert mijn kluit”), letterlijk genomen gezegden (“Zo daar ben ik dan.” “Joe bent helemaal niet daar, joe bent hier.”), dooddoeners (“Hai, ik ben Connie, ik doe hier de styling.” “O, verder gaat alles goed?”) en clichés (Ome Jaap een hand geven, voor plassen).
Bovendien weet Schippers de Nederlandse taal te verrijken met allerlei nieuwe woorden. Bekendste voorbeeld is het woord 'gekte' (analoog naar dik - dikte, groot - grootte of druk - drukte is gekte een afleiding van gek). 'Brimstig' is een sfeerwoord voor onduidelijk, onbestemd, treurig. ("Daar wordt ik toch zo brimstig van.") Later, in de radioshow Ronflonflon, introduceert Schippers het gebruik van 'joe' voor zowel u als jij, net als in het Engels.

(Barend Servet heeft zojuist zijn behoefte gedaan.) "Die prei en bruine bonensoep van gisteravond houdt je wel aan de schijterij, maar ik heb voorlopig toch niet veel anders aan mijn kop. En ik zal voorlopig ook wel niemands verjaardag vergeten."


Wordt nog leuker als u uw monitor 90 graden draait!
 
Verhaallijn
Het is weer zo laat (1978) is een keerpunt in het werk voor de televisie. Hoepla, de shows van Fred Haché en Barend Servet en Sjef van Oekel's Discohoek waren vooral magazineachtige tv-programma's. Nu komt er voor het eerst een verhaallijn in de serie. Dat is ook niet zo verwonderlijk. Vanaf ongeveer 1974 houdt Schippers zich steeds meer bezig met theater, als het ware. Voor het tijdperk van de tv-series, zoals ik het dan maar noem, staan op zijn naam al dingen als: Martha (een tv-spel uit 1974), Volk en vaderliefde (geschreven door Harry Mulisch, naar Herodotus, onder bewerking en in regie van Schippers) en de grote klapper De ondergang van de Onan.
Dat laatste stuk (dat op 15 april 1976 op de televisie te zien was) is eigenlijk de voorloper van series als Het is weer zo laat, De lachende scheerkwast en Opzoek naar Yolanda. Bekende Schipperspersonages als Servet, Haché en van Oekel keren hier weer terug, maar in dienst van het (bizarre) verhaal en tussen alle andere karakters.

"BAL GEHAKT!"

Kopstuk
Servet en Haché niet, maar wel van Oekel en inmiddels overbekende figuren als Boy Bensdorp, Henk Pal en Jan Vos zijn te zien in de comedyserie De lachende scheerkwast (vanaf september 1981). Net als plaats- en straatnamen uit eerdere series. Beroemd geworden is het Willy Dobbe-plantsoen, dat voor het eerst te zien was in Het is weer zo laat. Inmiddels bestaat het plantsoen echt, in Almere en in het Overijsselse Olst (off all places; een typisch 'Kutdorp, gemeente Kotshol', om de van Oekel-strips te citeren). Willy Dobbe en Wim T. Schippers waren, beide apetrots, aanwezig op de opening.

We zijn weer thuis!
(Enfin, dat ziet u zelf natuurlijk ook wel)
 
Schippers is voor het eerst als acteur te zien, als Jaques Plafond, in De lachende scheerkwast. Dat bevalt blijkbaar prima, want hij keert ook weer terug in Opzoek naar Yolanda en We zijn weer thuis (als Simon Raaspit). Schippers speelt zelf altijd, wat Ingmar Heytze en Vrouwkje Tuinman in hun boekje Verdomd interessant, maar gaat u verder, 'het kopstuk' noemen. De twee vrouwen omschrijven dat als: "intellectueel, snel en cynisch. Dit karakter is meestal een taalpurist, die zijn mening op aanmatigende toon aan anderen wil opdringen. Bovendien is hij vaak een womanizer - met ergens weggestopt een klein hart." Misschien is de wens de vader van de gedachte, en ziet Wim T. zichzelf graag zo.
Audio link
Fijne Ronflonflon-jingle!
 

Boy Bensdorp (tegen klant): "Op?"
(Hij vult het kopje met vloeistof uit een metalen kan.)
Elsje, zijn vriendin: "Ho! Stop! Wat doe je nou? Ik had m'n panty uitgewassen en nog zo'n lekker sopje over, maar de beslagkom had ik nodig voor de sla, dus heb ik m'n sopje maar even in die kan gedaan. De thee zit nu in die vaas, want de dahlia's waren toch helemaal verrot, dus die heb ik in de pedaalemmer gegooid."
Boy: "In de pedaalemmer? Bij de bami?"
Elsje: "was dat bami? Ik had er ook al asbakken in leeggegooid, het zag er helemaal niet uit als bami."
Boy: "Omdat ik er nog ballen van moet draaien!"
Elsje: "Sinds wanneer bewaar jij bami in de pedaalemmer in plaats van gewoon in de broodtrommel?"
Boy: "Die had ik even nodig omdat de afvoer van de wastafel lekt."
Audio link
Bleef minstens 3 weken in je kop hangen, deze jingle
 

Dynasty
Taalpuristen kun je ze niet noemen, de helden in Going to the dogs (1986). Maar een bizar gezicht was het wel: zes goedgetrainde herdershonden die een 'heus familiedrama' brachten, 'vol Dynasty-achtige verwikkelingen'. Maandenlang werd er gerepeteerd, zodat de honden volgens het draaiboek blaften, tv keken en met blokken hout sjouwden. 'Neo-fluxus' werd het stuk genoemd. De happening zat 'm er dan ook voornamelijk in dat het publiek deel uitmaakte van de voorstelling door er naar te komen kijken. Was dit toneel of antitoneel? "Een stuk waarin Ko van Dijk postuum werd afgeblaft," noemt een lezer van Writersblock het in ieder geval.
Schippers had weer een rel, media uit heel Europa kwamen er op af en er werden zelfs kamervragen gesteld over de presentatie van Nederland in het buitenland. Met de kritiek dat het dramatisch gezien nogal saai was kon Wim T. Schippers het wel eens zijn: "Ik heb laten weten dat het stuk wat saaiheid betreft sommige stukken van Lars Norén naar de kroon kan steken."
Audio link
Juist ja op die manier
 

"ACH OBER! IK HEB PER ONGELUK MIJN KOFFIE OPGEDRONKEN! ZOU U HET HÉÉL ERG VINDEN MIJ EEN NIEUWE TE BRENGEN?"

Apriltelling
Intussen kunnen we Schippers ook al vinden op de FM. Eerst als medewerker aan het absurdistische programma Boràt, in de jaren tachtig een kweekvijver voor komische talenten als de heren van Jiskefet en Marjan Luif, later met zijn eigen show Ronflonflon met Jaques Plafond. Ronflonflon is een zeer langlopende show. Op 10 oktober 1984 was de première, en er werd tot in 1991 iedere week uitgezonden. Vanwege het vrije karakter van het medium bereikt Schippers' absurdisme hier een hoogtepunt, wederom Fluxus op zijn best. Argeloze Nederlanders worden telefonisch lastiggevallen en door Plafond afgebekt. Daartussendoor klinken allerlei jingles ('Nieuwe platen vliegen om mijn oren', 'Wie zullen we nu weer eens bellen? Bellen?' en de metajingle 'Oh wat een leuke jingle is dit'). En er wordt rustig door de platen heen geluld.
Consequent probeert Plafond vaststaande gebruiken onderuit te halen. Het gebruik van joe, in plaats van jij of u, is daarvan een mooi voorbeeld, maar ook de apriltelling. Na 30 april wordt er gewoon doorgeteld, en uitzendingen vinden dus plaats op de 121
e, de 433e of de 679e april, ik noem maar wat.

Bert: "Ernie, je hebt bananen in je oren."
Ernie: "Wat zeg je, Bert?"
Bert: "JE HEBT BANANEN IN JE OREN!"
Ernie: "Sorry, Bert, ik kan je niet verstaan. Ik heb bananen in mijn oren."


Karaktertrekjes
Vaste gasten zijn Jan Vos, die voor de Kunst zorgt, Wilhelmina Kuttje die gedichten van haar grootmoeder voordraagt en filmrecensent Jaap Knasterhuis.

Snobistisch Ún aan de sherry
 
Ronflonflon past in het drama van Wim T. Schippers in die zin dat ook hier weer alle personages eigen en unieke karaktertrekjes en taalgebruik hebben. Zo is Kuttje snobistisch en zwaar aan de sherry. Knasterhuis (een karakter ontwikkeld door Schippers in samenwerking met Rogier Proper) is lichtelijk pedofiel. Verder worden zijn monologen, waar hij toch al niet uitkomt ("Wel... en ook... eh... Oh, sorry, zeg"), regelmatig onderbroken door uitingen van winderigheid. En dan is er ook nog het nymfomane zangeresje Jaqueline van Benthem ("Wat leuk dat ik hier weer eens ben!").
Geen gast kan opkomen zonder iets om te stoten of te breken. Maar dat gebeurt ook in de televisieseries. In het scenario van De Lachende scheerkwast valt er om de haverklap een spot aan gruzelementen of valt er ergens een schilderijtje van de muur. Maar meestal staat er in de regieaanwijzing een zin als: 'ergens valt iets stuk.'

"POLLENS, IK BEN WEL EEN PEU NERVEU."

Logica

 
De wereld van Schippers, vastgelegd in talloze radio-uitzendingen, tv-afleveringen en theaterstukken, verloopt dus niet zonder horten of stoten. Sterker nog: alles gaat vaak mis. Vol moeite proberen de personages zich staande te houden, daarbij gehinderd door de omgeving, maar meer nog door zichzelf. Het is bijna als het echte leven. En daarin onderscheidt het werk van Wim T. Schippers zich van Fluxus. Fluxus reageerde slechts op de bestaande kunst. Schippers reageert op het leven zelf. Bij hem ontstaat een parallelle werkelijkheid, waar logica iets heel anders is dan in het dagelijks leven. Alle vervreemdende karakters, uitspraken en locaties zetten je aan het denken. Wat op het eerste gezicht (of gehoor) onzin is, blijkt een taalkundig en filosofisch universum om ons de betrekkelijkheid van alles te doen inzien.

"REEDS"

Gé Braadslee: "Zeg groenteman, gelooft u dat er leven is na de dood?''
Groenteman: "Nou mevrouwtje, ik denk het wel, maar ik geloof niet meer dat ik het nog zal meemaken.''



Leendert Douma
 
  >>> PRINT dit ARTIKEL
  >>> Andere ARTIKELEN in deze CATEGORIE
  >>> Meer stukken van deze AUTEUR >>> Begin een DISCUSSIE over dit ARTIKEL
>>> Stuur MAIL aan de REDACTIE >>> Stuur MAIL aan deze AUTEUR >>> MAIL dit ARTIKEL door
WB magazine
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm, print, digitale duplicatie, verspreiding op het Internet of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de redactie.