Sportverbazing

De meeste vrijetijdssporters spiegelen zich aan een professioneel voorbeeld. Helden die op tv bekeken worden, lopen, springen en fietsen in veelvoud rond. Voetballers schoppen tegen de bal als Patrick Kluivert, wielrenners beklimmen de heuvels als Miquel Indurain. Een aantal jaren geleden trok ik er op de fiets regelmatig gezellig keuvelend op uit. Met het stuur te laag en het zadel te hoog maakte ik mijn kilometers zonder pretenties, maar wel met wat rug- enachterwerkklachten.
Ongemerkt werden de wieleruitzendingen echter steeds frequenter en aandachtiger gevolgd. Voorheen vond ik wielrennen op tv als kijken naar een fruitschaal waarbij je wacht tot er een appel uit de schaal rolt. Nu keek ik niet alleen, er moest ook nog eens op een video aan te pas komen. Hele analyses kwamen er aan te pas. Ik ging het zelfs snappen. De wielersport bleek uit meer te bestaan dan boerenzonen die zo hard mogelijk trapten, er werd mettactiek gereden. Combines, ploegleiders, uit de wind rijden. Het leek wel schaken.

Molentochten, dauwtrapperstochten & sterritten
Na een aantal maanden waande ik me een heuse echte prof, inspecteerde ik voorbijgaande groepjes en probeerde ik ze bij te houden. Wie rijdt er goed? Met welk verzet, dat is jargon voor versnelling, werd gereden? Bovendien gingen de afstanden en het tempo omhoog. Met alleen maar vrijblijvend wat rondjes rijden was ik niet langer tevreden. Ik ging vaker trainen en in het weekend een mooie toertocht rijden. Molentochten, dauwtrapperstochten, sterritten, alles werd gefietst. Een sterrit is een tocht waarbij je als een blind paard naar een willekeurig station fietst, daar aan de lokettist een stempeltje in je toerboekje vraagt en weer terug fietst.
Begin maart wordt de fiets weer uit het vet gehaald en begint iedereen weer te trainen. Vaak genoeg zie je dan een bekende fietsen die met een stalen gezicht ijskoud durft te beweren dat hij nog geen meter gefietst heeft. ‘Nee hoor, ik heb het veel te druk. Ik heb nog geen meter gefietst.’ Ik ben gelukkig niet zo kinderachtig. Ik was tot nu toe echt veel te druk en heb nog geen meter getraind. ‘Wat zeg je? Hoe het komt dat mijn teller al op 1400 kilometer staat, weet ik ook niet, nee. Ik heb de fiets wel vaak achterop het rekje gehad en misschien heeft de teller dat meegeteld.’

Wat sterkers na de koffie
Het fietsen gaat steeds meer mijn leven bepalen. Op verjaardagen spreek ik over niets anders dan over het aantal gefietste kilometers van de afgelopen periode. Voorheen wist ik na een aantal uren niet eens meer wie de jarige was en zat ik nog aan de alcoholica terwijl de rest van de visite al weg was. Tegenwoordig kan ik nooit te lang blijven omdat ik de volgende dag een belangrijke rit heb. Wanneer iedereen na de koffie aan wat sterkers begint, neem ik liever een watertje. Terwijl iedereen steeds dronkener wordt, word ik steeds nuchterder. Vroeger werd ik sowieso veel vaker uitgenodigd voor feestjes.
Naarmate mijn fietscarrière vordert, begrijp ik er steeds beter dat ik er met alleen maar trainen niet kom. Een belangrijk kenmerk van een succesvolle trainingsopbouw is het juiste voedsel. Op een paar witte boterhammen met margarine rijd je nog geen deuk in een pakje boter. Al na een paar weken bleek dat koolhydraten het magische bestanddeel van een uitgebalanceerde maaltijd vormen. Wanneer ik in het weekend een eind moet fietsen, eet ik ’s maandags een bordje macaroni, ’s dinsdags een bord spaghetti, ’s woensdag een flink bord tagliatelle en vanaf donderdag pas ik mijn dieet echt aan. ’s Morgens wat macaroni door de yoghurt, ’s middags wat koude macaroni op brood en ’s avonds twee borden macaroni met spaghettisaus. Lekker hoor.
Op de fiets is een bidonnetje met gewoon kraanwater al lang niet meer toereikend. Ik heb namelijk gelezen dat door de inspanning de bloed-suiker spiegel uit balans kan raken. Daarom heb ik twee grote bidons op de fiets gemonteerd en lijk ik nu wel een fietsende olietanker. De bidons worden natuurlijk gevuld met isotone dorstlessers, hoewel het drinken hiervan op den duur uitermate eentonig wordt.

Mysterieuze band
De laatste jaren blijkt dat wielrenners uit de Italiaanse laars dusdanig verfijnde methodes hanteren dat ze de Nederlandse renners steeds vaker de oren wassen. Gedurende een lange periode kwam het grote geheim de Dolomieten niet over en kon er slechts gegist worden naar de oorzaken van hun succes. Was het een raadselachtige vorm van bloeddoping? Had de paus soms zijn zegening uitgesproken? Had Berlusconi zijn invloed uitgeoefend? De oplossing openbaarde zich als vanzelfsprekend op televisie. Telkens wanneer de zoveelste Italiaanse winnaar na de finish zijn shirtje uittrekt, zit er een mysterieuze band om zijn borst. Navraag heeft intussen geleerd dat hier sprake is van een zogenaamde hartslagmeter. Die moet ik ook hebben! Hoe heb ik ooit kunnen fietsen zonder zo’n tovermeter?

Ik rijd nu al een paar maanden met zo’n band en een extra boordcomputer op het stuur. Uitgekiende schema’s worden aangehouden en het omslagpunt, oftewel het moment van mogelijk verzuren, wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Ik fiets tegenwoordig dan ook niet meer. Nee, ik train volgens een schema. Ook op mijn werk draag ik nu steeds de hartslagmeter, omdat de hartslag tevens in rust gecontroleerd moet worden.
Voor het bedrijven van de liefde is al een tijdje geen plaats meer. Op het moment suprème krijg ik namelijk steeds een hartslag die mijn schema’s volledig in de war stuurt. Maar gelukkig had ik daar, door al dat fietsen, toch al niet zo’n zin meer in.

About richard otten