Zegt-ie, zeg ik – Aflevering 13: computers swingen niet

‘Je maakt mij niet wijs dat je oprecht meent dat er met een drumcomputer echte soul gemaakt kan worden.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat ik dat niet geloof. Om echt goede muziek te maken heb je een groep muzikanten nodig die samen een spanning opbouwen . De subtiele interactie tussen muzikanten, die communicatie, die kan een computer niet spelen.’
‘Juist wel! Met muzikanten moet je altijd maar weer afwachten of het wil lukken. Hebben ze geen kater, dan hebben ze juist te weinig gedronken. In plaats van zich te concentreren op de muziek, zitten ze met hun gedachten bij hun zieke kind of de fantastische pijpbeurt die ze de avond tevoren hebben gehad. Hun vingers willen niet en anders is er wel weer wat mis met de versterker die ze gebruiken. Als hun partner niet ongesteld is, dan zijn ze het zelf wel. De huisdealer is te laat, of de bank heeft hun lening…’
‘Ja ja ja, maar dat heeft allemaal niets te maken…’
‘Zeker wel: bij muzikanten moet je altijd maar weer afwachten of ze hun best gaan doen. Er is altijd een excuus om niet optimaal te presteren. Met een computer kan je zelf de subtiliteit, de soul, invoeren. De computer speelt het vervolgens altijd precies zoals jij wilt. De computer heeft nooit een kater.’
‘Ik wil jou wel eens met heel veel soul de toetsen van je computer zien indrukken!’
‘Wat is dat nou weer voor onzin?! Een piano bedien je toch ook met een toetsenbord?’
‘Geintje. Maar serieus: neem nou de ritmesectie van een band. Stel de drummer en de bassist spelen allebei op de eerste maat van de muziek een noot. Op een gegeven moment besluit de drummer dat die noot net iets eerder gespeeld moet gaan worden. Er ontstaat dan een spanning: hoort de bassist het? Gaat-ie zijn noot ook opschuiven, moet de drummer weer terug? Dat kan niet met een computer. Die denkt niet “kom, laat ik die drumnoot eens wat opschuiven en dan zien wat er gebeurt.”‘
‘Nee, hè hè. Maar je kan wel dat programmeren. En als extra voordeel kan je ook bepalen waar, hoelang en wanneer een dergelijke verschuiving plaatsvindt, zodat de spanning optimaal naar voren komt.’
‘Dat klinkt me nogal geconstrueerd in de oren. Dat wordt net zoiets als Erica Terpstra die een van de zogenaamd spontane grappen van haar tekstschrijver met veel geknipoog aan het publiek presenteert. Gruwelijk dus.’
‘Erica Terpstra maakt geen muziek en dat is maar goed ook.’
‘Desondanks.’
‘Niks ‘desondanks’. Een goede muzikant weet heel goed hoe hij dergelijke spanningen kan inbouwen zonder dat het geconstrueerd gaat klinken.’
‘Het lijkt me dat het dan toch gewoon een imitatie blijft van echte muzikanten. Misschien een goede imitatie, but still een vervalsing van emotie.’
‘Goede muzikanten gebruiken de computer ook niet om imitaties te maken, maar juist om een nieuw soort muziek te maken, waar andere zaken van belang zijn: messcherpe beats, rete-strakke baslijnen om zo dus een nieuw soort groove te laten ontstaan.’
‘Aha!’
‘Aha?’
‘Aha! Om goed gebruik te maken van de computer moet je dus een nieuw soort muziek maken, waar het gaat om dingen als retestrakke beats. En niet proberen bestaande muzieksoorten te imiteren, omdat dan ofwel consctructivisme ofwel voorspelbaarheid om de hoek komen kijken. Klopt?’
‘Eh … jawel, maar …’
`Met andere woorden: met computers kan je geen soul maken. Met nog andere woorden: computers swingen niet!’
‘Eh, nou, misschien niet in de traditionele zin. …’
‘Ha!’
‘Maar je kan natuurlijk op verschillende manieren swingen!’
‘ Ja zeg, zo…’
‘Nee, luister, …’

About emilio