Aflevering 20: Klemvast

“De deur zit vast.”
“Ja, ik weet het. Hij klemt. Gewoon even flink duwen dan gaat ie wel open.”
“Nee, hij zit echt vast. Hij wil niet meer open.”

Demonstratief zuchtend stond ik op om mijn vriendin te tonen dat de deur alleen een beetje klemde. Gewoon even de schouder er tegenaan en hop: open die deur. Ik liep richting toilet en gaf de deur een flinke zet. Niets. Met mijn volle gewicht beukte ik tegen de deur. Wat ik ook probeerde: grof geweld, tactisch de deur een tikje oplichten, verschillende combinaties van voorgenoemde methoden ; het mocht niet baten, de deur gaf niet toe. Hij bleef dicht.
Dat is toch wel lastig als de deur naar het toilet niet meer open wil, constateerde ik. Mijn vriendin probeerde mij haar gevreesde ‘Zie je wel’-blik toe te werpen en normaal gesproken kan ze dat heel goed, maar nu wilde het niet zo lukken omdat ze zenuwachtig van het ene been op het andere stond te hupsen. Een duidelijk geval van hoge nood. Gewapend met koevoet, hamer en beitel wipte ik even later de deur open. Ik bekeek de lelijke blutsen die deze actie op het houtwerk had gemaakt maar werd door mijn vriendin dringend gesommeerd mij even discreet terug te trekken daar de deur nu niet meer dicht kon.Een deur die niet dicht kan, verliest zijn waarde. En is het niet juist de deur van het toilet die met gemak open en dicht moet kunnen? En dus lichtte ik de deur de volgende ochtend uit de scharnieren om hem een tikje bij te schaven. Een karweitje van niets en een uurtje later zat de deur weer op zijn plaats. Zachtjes zoevend gleed de deur nu weer heen en weer. Open, dicht, open, dicht. Keurig. Het liefst had ik nog uren met de deur staan zwaaien, maar dat mocht niet van mijn vriendin want we moesten nu als de sodemieters naar haar familie in België om daar het zoveel jarig huwelijk van haar ouders te vieren.

In een oud kasteel nabij Lierneux wisselden overdadige maaltijden, groepsspelletjes, flauwe toneelstukjes en liedjes elkaar af. Dankzij lange wandelingen door de mistroostige Ardennen en flink veel drank wist ik de drie dagen uit te zitten.
Uitgeput kwamen we weer thuis. Ik hoopte vurig dat de ouders van mijn vriendin snel zouden scheiden of anders komen te overlijden, want ik moest er toch niet aan denken dat ik dit nog een keer moest meemaken. Ik installeerde mij in een luie stoel met een spannend boek en maakte mij op voor de eerste rustige avond in dagen. Toen kwam mijn vriendin de kamer binnen. Er speelde een flauwe glimlach om haar lippen en haar ogen verraadden een soort voorpret die mij niet beviel. Ik staarde nadrukkelijk in mijn boek, mijn vriendin deed alsof ze zich warmde bij de kachel en hing even een schilderij recht. Met andere woorden: ze talmde teneinde een dramatisch effect teweeg te brengen.
“Weet je?”
“Nee.”
“Ik ging net…”
“Ik wil het niet weten.”
“Nee, luister nou!”
“Nee.”
“De deur klemt!”
Opeens was ik een en al aandacht. Terwijl mijn vriendin haast in haar broek piste van het lachen, dacht ik na. De deur kon niet klemmen, want die had ik juist keurig bijgeschaafd. Ze probeerde me te bedotten. Hoewel, al ze me wil bedotten dan had ze wel iets beters verzonnen. Ik las verder in mijn boek, maar moest al spoedig constateren dat het vervelende geintje van mijn vriendin zijn uitwerking niet mistte. Of ik nu bedot werd of niet: ik kon me niet langer concentreren. Om mijn gemoedsrust te herwinnen moest ik opstaan en de deur inspecteren.
Ik stond op en liep richting toilet. Proestend liep mijn vriendin achter me aan. Ik probeerde de deur. Muurvast. Blijkbaar keek ik zeer bedremmeld tijdens deze constatering, want mijn vriendin schoot in een lachstuip die zijn weerga tot op heden niet kent.
“Dit kan helemaal niet.”, constateerde ik hardop. Een volgende lachsalvo was mijn deel. Dat kwam mijn humeur niet ten goede en ik dreigde sissend het euvel niet te verhelpen als ze nou niet ophield met dat stomme gegrinnik. Gierend maakte mijn vriendin zich uit de voeten.

Zorgvuldig bekeek ik de deur. Hij kon dan wel niet klemmen, maar intussen deed hij het toch. Als zaken zich opeens onttrekken aan de logica, is voorzichtigheid geboden. De deur raakte inderdaad de drempel, dus dat de hij klemde was volkomen begrijpelijk. Hoe kon het nu dat de deur wederom op de drempel stond? Dat was de vraag. En minstens zo belangrijk: wat ging ik er aan doen. Ik kon toch moeilijk twee maal per week gaan bijschaven. Op die manier had ik over twee jaar helemaal geen deur meer. Toen pas zag ik de barst in de muur. Een flinke barst bovendien.
Even later stond ik op een ladder de barst te inspecteren. Het bleek geen barst. Het bleek een breuk in de muur. Ik zag dat het licht op het toilet nog aan was. Bovendien zag ik dat de steunbalk boven de deurlijst was gebroken. Met andere woorden: het was niet zo erg dat de deur klemde. Het was veel ernstiger dat de hele muur op instorten stond. Het was eigenlijk juist goed dat de deur klemde. De steun die dat bood voorkwam waarschijnlijk dat de hele muur naar beneden kwam. Om nog maar te zwijgen over de daarop rustende vloer.

De dag daarop heb ik deur verwijderd en de muur gestut. Een groot deel van de wand zal opnieuw moeten worden opgemetseld. Dat is ingewikkeld, maar niet onoverkomelijk. Ik weiger er echter aan te beginnen zolang mijn vriendin iedere keer begint te giechelen dat ze zich langs de stutbalken wringt om naar het toilet te gaan. Er valt namelijk helemaal niets te lachen.

About emilio