Brits voetbal en het decennium van de metamorfose

`Football’s coming home’, klonk het vorig jaar tijdens het Europees kampioenschap voetbal overal in Engeland. Maar `home’ is wat voetbal betreft zeker niet meer wat het ooit geweest is. De afgelopen tien jaar heeft het Britse voetbal een aantal grote, en vooral zeer snelle ontwikkelingen doorgemaakt. De meeste veranderingen waren noodzakelijk, of zijn uitsluitend toe te juichen, maar zoals altijd zijn er ook enkele schaduwzijden. Rinus Michels verkondigde ooit dat voetbal de belangrijkste bijzaak in het leven is. Een Britse fan zal daar niets van begrijpen. Een Engelse supporter stemt zijn hele week af op `matchday’.
De belangrijkste veranderingen op een rijtje van een Britse `matter of life and death’ bij uitstek.

`Family affair’ of `crowd trouble’
Veel ontwikkelingen liggen in het verlengde van de invloed van de tv. Net als Nederland kent ook Engeland een duaal omroepbestel. De BBC is de publieke staatsomroep, ITV, Channel 4 en Sky zijn de belangrijkste commerciële omroepen. Voor deze laatste groep is het behalen van hoge kijkcijfers een noodzaak, want de financiering drijft grotendeels op reclame. Tussen hoge kijkcijfers en sport bestaat een zeer duidelijk verband en dus kan geen enkele commerciële omroep sport links laten liggen. Sky betaalt daarom miljoenen ponden per seizoen aan de FA (de Britse KNVB) om het recht te verwerven een flink aantal Premier League-wedstrijden live te mogen uitzenden. Een investering die zich lijkt terug te verdienen. Sky kan het zich permitteren om een fors maandelijks tarief te vragen voor het ontvangen van de zender. Veel cafés bijvoorbeeld betalen dit grif want het wekelijks op een groot scherm live uitzenden van een wedstrijd trekt veel klanten. Samen met de `lads’ bier drinken en voetbal kijken op zaterdagmiddag, is iets wat weinig mannelijke Britten afslaan. De BBC heeft de live rechten op de thuiswedstrijden van het nationale elftal en de bekerduels. Net als in de meeste andere Europese landen, heeft de toenemende belangstelling van de tv de afgelopen jaren, het voetbal als bedrijfstak geen windeieren gelegd.
De tv heeft ook een belangrijke rol gespeeld in het terugdringen van een van de grootste problemen van het Britse voetbal, de hooligans. Na het Heizeldrama in 1985 waar voor de hele wereld pijnlijk duidelijk werd hoezeer het Britse voetbal door geweld besmet was, is er stukje bij beetje gewerkt aan het terugdringen van geweld in de stadions. Het is naïef te denken dat de maatregelen van de FA hiervoor verantwoordelijk zijn geweest. Voetbalgeweld is een breed maatschappelijk fenomeen en de verklaring voor de afname ligt eerder in ontwikkelingen buiten het voetbalveld. In ieder geval is het geweld in stadions opvallend snel verdwenen en dat is zeer belangrijk geweest voor het huidige commerciële succes van voetbal in Engeland. Je kunt weer zonder gevaar voor eigen leven naar het stadion en dat resulteert in een aanzienlijke toename van het gemiddeld aantal toeschouwers. Naar een wedstrijd gaan is opeens weer een `family affair’ en niet uitsluitend een gelegenheid om elkaar de kop in te slaan. Het lijkt bijna vergeten dat de understatement `crowd trouble’ wekelijks in wedstrijdverslagen uit de jaren tachtig waren opgenomen. Belangrijker is dat het Britse voetbal niet langer een negatief internationaal imago heeft. Het bestuur van een niet Engelse club hoeft niet langer meer te sidderen wanneer een Britse vereniging geloot is voor een Europacup toernooi. Het risico dat je gezellige stadion met de grond gelijk gemaakt wordt, je in je stad een spoor van vernielingen aantrof en dat je torenhoge rekeningen van de politie krijgt, is verleden tijd. Het Engelse voetbal staat inmiddels bekend om juist de positieve kwaliteiten; aanvallend voetbal, goed gevulde stadions en veel fraaie tradities. Een willekeurig public relations bureau zou wat trots zijn op een dergelijk spectaculaire ommezwaai in het corporate image. Het belangrijkste gevolg is dat voetbal ook voor het bedrijfsleven als sponsoring weer interessant is geworden. Menig bedrijf trekt graag veel geld uit om te kunnen tonen dat het een bepaalde club een warm hart toedraagt. Zo is Blackburn Rovers de afgelopen jaren opgebouwd met heel veel geld van een bierbrouwer.
Ook voor de clubs is de afname van geweld vanzelfsprekend een gezonde ontwikkeling. In tegenstelling tot een decennium terug, zit er nagenoeg geen enkele club meer in de rode cijfers. Echter naast de inkomsten via tv en het publiek in de stadions, vormt de merchandising een nog grotere bron van inkomsten. Waar dit vroeger beperkt bleef tot petjes, shirtjes, broekjes en slecht gedrukte programmablaadjes, wordt er tegenwoordig alles verkocht met een embleem van de club. Met name bij Manchester United wordt dit handig aangepakt. Deze club laat om de zoveel maanden een nieuw tenue voor uitwedstrijden ontwerpen waardoor de werkelijk verstokte fans zich genoodzaakt zien steeds het nieuwste te kopen. Het leidde onder meer ook tot het komische voorval toen Man. United in een belangrijke uitwedstrijd tegen het zwakke Southampton bij rust achterstond, trainer Alex Ferguson de ploeg in een ander tenue de tweede helft instuurde omdat de grijze (!) shirtjes voor de spelers nauwelijks herkenbaar zouden zijn geweest. Een excuus dat in Nederland alleen Frits Korbach of Leo Beenhakker zouden durven aanvoeren.
Een andere trend is de gang naar de beurs van enkele grote Premier League clubs. Manchester United en Leeds United hebben dit bijvoorbeeld enige tijd geleden gedaan. Het prettige van een beursnotering is natuurlijk dat de club wat minder instabiele inkomsten heeft. Het risico is wat meer gespreid en de resultaten van een club zijn niet meer alles bepalend voor de inhoud van de schatkist. De koers van de aandelen blijkt overigens wel enigszins beïnvloed te worden door de prestaties van het eerste team dus geheel risicoloos is het ook weer niet.


Merchandising: de Man. United dekbedovertrek

`He’s got a pineapple on his head’
Interessant is ook de toenemende invloed van de pers in Engeland op de voetbalwereld. Een invloed die aanzienlijk groter is dan die van de pers in Nederland. De beruchte `tabloids’ kunnen je carrière volledig verzieken. Kluivert was in Engeland allang beschuldigd, veroordeeld en opgeknoopt geweest door de pers. De wandaden van de door de tabloids meest geplaagde man in Engeland vorig jaar, het enfant terrible Eric Cantona, zijn kinderspel in vergelijking tot die van Kluivert. Toch heeft Kluivert in Nederland niet dagelijks een armada aan paparazzi in zijn voortuin tegemoet moeten treden. Cantona wel degelijk. Voor met name informatie uit de privésfeer doen tabloid-journalisten een moord (en het woord moord lijkt soms op zijn plaats, getuige ook de recente dood van Diana). De druk van de roddelbladen heeft het curieuze effect dat spelers of coaches begane `zonden’ in de privésfeer, zelf publiek maken, teneinde een einde te maken aan een geruchtenstroom die nog veel schadelijker is. Zo verklaarden Paul Merson en Tony Adams van Arsenal vorig seizoen dat ze respectievelijk een cocaïne- en drankprobleem hadden. Vaak gaat er een druk van de club aan vooraf om dergelijke problemen naar buiten te brengen opdat de vereniging niet door de tabloids verder in discrediet gebracht kan worden.
Ook als coach is je bestaan in de pers niet makkelijk. Met uitzondering van Alex Ferguson, de succescoach van Manchester United, is er geen enkele coach meer in de Premier League die langer dan twee jaar bij dezelfde club zit. Vallen de resultaten tegen dan wordt je dit door de tabloids onherroepelijk in de haren gesmeerd en de druk wordt dusdanig opgevoerd dat een bestuur zich makkelijk laat verleiden tot het ontslaan van de coach.
Naast de pers kan ook iets schijnbaar onschuldigs als gevoel voor humor dodelijk zijn voor een voetbalcarrière. Bekend voorbeeld is het tragische relaas van Jason Lee. Deze (matige) spits speelde indertijd voor Nottingham Forrest. Op een dag deed hij zijn lange haar in vlechtjes en bond deze in een staart op zijn hoofd. Het zag er inderdaad wat wonderlijk uit en het Britse voetbalduo Badiel & Skinner maakte er in hun geestige voetbalprogramma op de BBC, Fantasy Football League, een running gag van. Op zich was het betrekkelijk onschuldig totdat ze bedachten dat zijn hoofd met de staart net op een ananas leek. Het leidde tot het lied `he’s got a pineapple on his head’, op de melodie van `he’s got the whole world in his hands’. Het was niet verwonderlijk dat kort daarna in IEDER uitstadion Jason Lee met dit lied werd toegezongen. Hij miste kans na kans en manager Clark heeft hem indertijd verkocht. Lee speelt momenteel bij een kleine vereniging in een van de lagere divisies.

Van basis naar bank
Tot slot heeft het voetbal in Engeland ook op het veld een aantal ingrijpende veranderingen ondergaan (hoewel nog niet zoveel als het veld in de Arena). De speelstijl van veel teams is `Europeser’ geworden. Niet meer lange halen en hoge ballen voor de pot, maar meer techniek, positiespel en individuele acties. Gelukkig heeft dit echter niet het opportunistische uit het Engelse voetbal gehaald. Verreweg de meeste teams gooien nog steeds de volle negentig minuten de beuk erin om drie punten te behalen. In Engeland levert een overwinning sinds jaar en dag drie punten op, in tegenstelling tot de rest van Europa waar deze regel past de laatste jaren geldt. Het Britse publiek verwacht ook niet anders; verliezen mag maar gebrek aan inzet leidt onherroepelijk tot een fluitconcert. Het gebeurt dan ook regelmatig dat voor een verliezende thuisploeg door het eigen publiek toch hartstochtelijk wordt geapplaudisseerd, uit dank voor de inzet en bij wijze van hart onder de riem. Dat het `you’ll never walk alone’ en `always look on the bright side of life’ Engelse liederen zijn (zoals zoveel, inmiddels internationaal overgenomen voetbalklassiekers), is ook veelzeggend in dit opzicht.
Een verklaring voor de meer Europese speelstijl van veel ploegen ligt simpelweg in het toenemend aantal buitenlandse spelers en coaches dat in Engeland werkzaam is. De salarissen die betaald worden zijn hoog, de tradities zijn mooi en het publiek is altijd enthousiast. Veel topvedetten beschouwen Engeland de laatste jaren als een aantrekkelijk alternatief. Voor enkele ploegen vormt een buitenlandse ster dan ook de basis van de te volgen speelstijl. Cantona bijvoorbeeld tot aan vorig seizoen bij Man. United, Bergkamp en Vieira van Arsenal, Zola, Gullit en Di Mateo bij Chelsea. Zelfs de kleinere verenigingen in Engeland blijken aantrekkelijk genoeg voor internationale topvedetten. Vorig seizoen speelden Fabricio Ravanelli en de Braziliaanse Juninho bij Middlesbrough dat desondanks degradeerde. Ravanelli speelt er nu nog steeds, terwijl hij in 1996 met Juventus tegen Ajax de score opende in de Europacup I-finale. En ook Jordi Cruijff, die bij Barcelona met enige regelmaat in de basis stond, neemt al zeker een jaar genoegen met een plek op de bank bij Manchester United. Een veel gehoorde kanttekening hierbij is dat de toename van het aantal niet Engelse spelers, de ontwikkeling van Brits talent zou ondermijnen. Nieuw talent zou geen kans meer krijgen te debuteren. Deels is dat misschien waar, anderzijds betekende de adoptie van het Europese voetbal ook dat veel clubs grootschalige eigen jeugdopleidingen opgezet hebben, analoog aan het Ajax-model. En om te zeggen dat er geen Britse voetbaltalenten zijn, is onzin. Wel problematisch is het waanzinnige programma dat de teams ieder seizoen moeten afwerken. Nieuw is dit echter niet. Van oudsher bestaat de Premier League uit 22 teams en zijn er twee aparte bekercompetities. Het resulteert in het soms moeten spelen van drie wedstrijden in tien dagen. De selecties van veel ploegen zijn om die reden dan ook breed.

Wie er dit jaar de Premier League zal winnen? Ik hou het maar eens op Arsenal. Wie Bergkamp de afgelopen weken heeft zien spelen, zal het met mij eens zijn. Misschien nog wel het aardigste aan het Engelse voetbal is dat dergelijke voorspellingen nooit uitkomen. En dat dat maar zo mag blijven.

Rogier Verkade

 Enfant terrible, Eric Cantona

About rogier verkade