Het schrijvertje

Hoor hoe ’t een schrijvertje verging,
Wiens eersteling er best mocht wezen,
Door ’n enkeling zelfs werd gelezen,
Hoor hoe hij ’n volgend boek aanving.

O, macht van scheppen, roes van daad!
Als in een dans op het papier
Bewogen hand en pen vol zwier
En hielden zij gelijke maat.

De eerste weken op zijn kamer
Waren zij één en onafscheidelijk.
Helaas, ook deze roes was tijdelijk,
Dra vulden de regels zich langzamer.

Tenslotte stopten ze en zweefden
Nabij de laatste alinea.
Het schrijvertje dacht ernstig na,
Terwijl hij licht onzeker beefde.

Hoe moest het verder met die zin?
Was ie misschien wat overbodig?
Of die ervoor, was die wel nodig?
Moest niet al ’t lidwoord aan ’t begin…?

Beurtelings zag hij rood en bleek,
Zijn handen grepen naar zijn hoofd.
Was dit waarin hij had geloofd?
Van het verhaal klopte geen steek!

Kreupel geschrijf! Opnieuw beginnen
Tot puin brak ’t sierlijk handschrift.
Het schrappen barstte, door zijn drift,
Als grillig craquelé zijn zinnen.

’t Ontbrak hem geenszins aan gedachten
(Hij schreef en herschreef, telkens weer
Opnieuw! Opnieuw!) en keer op keer
Beroofden zij hem van zijn nachten.

Ach, veel wilde hij toevertrouwen
Aan die zo machteloze pen.
Geen woord vloeide er nog uit voort en
Wanhoop deed hem erop kauwen.

Heimelijk was hij aan het kwijnen.
Steeds vaker sloeg hij met een zucht
Zijn blik op ’t venster, naar de lucht
Waarin hij wenste te verdwijnen.

Hoe ’t het schrijvertje verliep?
Hij sprong omhoog, viel op ’t trottoir…
Herdruk op herdruk trof zijn boek maar
Hij vond eindelijk rust, heel diep.

Dit vers verscheen twintig jaar geleden in de bundel Lotgevallen (uitgeverij Thomas Rap). De bundel is al jaren niet meer verkrijgbaar. Onlangs verscheen Mensje van Keulens jongste boek, getiteld Olifanten op een web.

About mensje van keulen