verzen over poëzie

Poëzie was met ons vanaf alle begin.
Zoals beminnen,
zoals honger, zoals pest, zoals oorlog.
Mijn verzen waren soms
verschrikkelijk dwaas.
Maar daarvoor verontschuldig ik me niet.
Ik geloof dat het zoeken naar mooie woorden
beter is
dan doden en moorden.

Jaroslav Seifert.
(Uit:
Invers; )

Lezen
Mijn leven was een chaos

mijn leven was een chaos
van papieren en dozen
er kwam iemand binnen die het wel rommelig vond
maar schoon
dat vond ik een grap
die me goeddeed
ik probeerde de uiterlijke wereld naar mijn hand te
zetten
maar wat er bij mij in het openlijk te zien is
speelt zich bij velen achter een gesloten kastdeur af
goed ik draag u mijn rotzooi op
ze zeggen dat in chaos
creatie mogelijk is

Marina San Giorgi
Uit:Een Glimlach Kwam Voorbij (Lannoo, 1994)

Poëzie lijkt hede ten dage steeds vaker ten dode opgeschreven. Uitgeverijen geven nog wel poëzie uit, maar eerder omdat het ‘er nu eenmaal bijhoort’dan uit overtuiging of zelfs maar de hoop uit de kosten te komen. Gedichten als prestige-object.
Ook bij lezers bestaat er dikwijls een zeker cynisme ten aanzien het het vers waarneembaar: wie leest er nu nog gedichten? Een reële vraag want inderdaad: wie leest er nu nog gedichten? Het antwoord op deze vraag luidt: de internet-lezer. Dikwijls krijgt de redactie van Writers Block het verzoek verzen in het magazine op te nemen. En terecht, want zoals Herman de Coninck ooit schreef:

“Er is vreselijke interessante poëzie, er is poëzie die veel op het spel zet, een ik, woorden; er is ontdekkende poëzie; maar er zal ook altijd poëzie blijven die er vooral naar streeft dat elke regel gelukkig is in het bijzijn van elke andere regel, en dat binnen zo’n regel elk woord iets heeft met elk ander woord. De erotiek van taal. Het gedicht als het onbereikbare gezin.”
“De aardigste manier om gedichten te lezen is misschien de meest toevallige: niet dat je ineens De Verzamelde Gedichten Van uitleest, maar dat je per ongeluk mooi een gedicht aantreft op een doodsprentje, of in een poëziescheurkalender op zo’n dag dat je vroeg genoeg bent opgestaan om dat net nog bij je ontbijt te kunnen hebben, of dat je gewoon een goede vriendin hebt die af en toe iets uit de wereldliteratuur in haar handschrift overschrijft.”
Herman de Coninck
(Uit: “De vliegende keeper”, Arbeiderspers, 1995)

Middels deze nieuwe rubriek zal getracht worden de toevalsfactor te bieden waarover De Coninck schrijft. Iedere maand zal daartoe op deze pagina een aantal gedichten worden opgenomen. Gedichten van Writers Block-lezers zijn hiertoe meer dan welkom en kunnen gestuurd worden naar proper@writersblock.net of via naar de redactie middels het algemene mail-formulier .

Veel wordt gezegd

veel wordt gezegd over wat een kunstenaar is en wat
niet
er wordt gezegd dat deze of die vorm beter is
er wordt gezegd dat authentiek zijn alleen
een bron kan zijn
dat vernieuwing alleen vorm is
dat je alleen voor jezelf werkt
omdat jouw uiting voor jezelf moet zijn
maar ik wil voor jou schrijven
voor wie mij leest
omdat ik gelezen wil worden
omdat ik mezelf heb willen uiten
ik ben een deel van jou
jij bent een deel van mij
als armen en benen van eenzelfde lichaam
we hebben een hart
via beelden kan ik je alleen bereiken
omdat mijn gesproken taal te ruw is
te direct
ik wil je bereiken en je beminnen

Marina San Giorgi
Uit:Een Glimlach Kwam Voorbij (Lannoo, 1994)Schrijven
Maar er is meer. Verzen worden niet alleen gelezen, eerst worden zij geschreven. Ook dit is een bijzonder proces, getuige het volgend citaat van, opnieuw, De Coninck:

“Ik probeer met veel moeite uit mijn ongemak een esthetisch gemak te voorschijn te halen. Juist omdat ik het niet in voorraad heb, probeer ik het te maken. Mezelf: uit mijn niemand een ik, uit mijn saaiheid spannende poëzie, uit een betekenisloos leven betekenis, uit alledaagsheid lyriek. Je maakt wat je niet bent. En toch moet het authentiek zijn. Je hebt alleen maar jezelf om uit te putten. Een rommelhok met allerlei afval, waaruit je een persoonlijkheid maakt. Het komt uit mij, ik heb niemand anders ter beschikking, en het probeert beter dan mezelf te zijn.”
Herman de Coninck
(Uit: “De vliegende keeper”, Arbeiderspers, 1995)

Of wat te denken van Marina San Giorgi (1944-1993) echtgenote van Paul Nouwen. Haar leven lang was ze bezig met taal. Tijdens de laaste jaren van haar leven leed ze aan kanker en schreef gedichten over leven, dood, liefde en vriendschap uitgegeven in de bloemlezing Een Glimlach Kwam Voorbij (Lannoo, 1994). Niettegenstaande dat ze stervende was getuigen haar gedichten van een enorm optimisme, kracht en liefde voor het leven en dit in alle eerlijkheid en eenvoud geschreven. Voor alle gevoelige en denkende wezentjes onder ons: een aanrader! Op de pagina staan twee gedichten uit deze bundel waarin zij de dichtkunst bezingt.

Het vers als kunst
Verdraaide waarheid
in waarheid gesproken
ik baan mij een weg in woorden
en daden laat ik voor wat ze zijn
Er is een boom voorbij gevlogen
dit is nu gebeurd in dit gedicht
en heb ik dit gelogen
dan is het mijn waarheid die liegt.

Cindy Mahy

‘Ik wil je bereiken en je beminnen’, schrijft Marina San Giogi. Elke schrijver is een hopeloze romanticus. Hij heeft een besef van eenzaamheid en wil die doorbreken door te bereiken en te beminnen.
Om het even in welke vorm is schrijven een kunst. Een samenspel van woorden die emoties, belevingen, gebeurtenissen kunnen vereeuwigen op papier.
Schrijven is een soort bevrijding, een verlossing om de oneindige stroom gedachtengangen in eigen geest te delen, en ze een zelfstandig bestaan te geven. Welke reden ook de aanleiding is om een gedicht of ander schrijfsel te creëren, steeds opnieuw proef van je de onuitputtelijke bron van tevredenheid door met woorden je diepste eigenheid weer te geven. Een creatie waarbij met de beperkte mogelijkheden, enkele letters, al dan niet bestaande woorden, een taal, de kloof van denken en schrijven moet worden overbrugd.
Voor zovelen onder ons is het schrijven een terrein dat omgeven, en misschien zelfs afgeschermd, is door de oneindige regels der taalgebruik, schrijfkunst en kritiek. Het lijkt dan toch totaal zinloos om op zo’n persoonlijke beleving een kritisch etiket te kleven met opmerkingen betreffende ritme, vormgeving, enzvoorts.
Maar ja, tenslotte kan iedere gezonde vorm van kritiek een ieder van ons aanzetten tot het verleggen van grenzen en het is niet de bedoeling om de bedreven critici tot een uitstervend ras te verdoemen: een goed criticus stuwt de schrijver naar ongekende hoogten.

Over de kip en de haan.

Als ik het niet meer zie zitten
kijk ik nog eens goed,
drink een kopje koffie, een sigaret,
alcohol wil ook wel helpen,
probeer ik stevig op de benen te staan,
herlees ik m’n gedichten,
zoek ik een vrouw
bij wie ik m’n ei kwijt kan
en maar broeden,
broeden totdat ik me kiplekker voel.

Dan praten we
over de dames- en heren-
toiletten, waar het allemaal gebeurt,
want we kwamen hier om te eten en te drinken,
om de waarheid onder ogen te zien
en door te trekken.

Hendrik Jan van RijswijkHet vers als communicatiemiddel
Het kan soms uitermate zo vreselijk moeilijk om in een gedicht de juiste woorden te vinden bij die gemoedsstemming, die emotie, die angst of euforie welke je op papier wilt zetten. Soms is de taalbeheersing te beperkt om dat gevoel te verwoorden. En juist die beheersing schenkt de behendigheid der schrijfkunst. Voor deze vaststelling hoeft men geen criticus te zijn. Waar ritme en rijm als opgelegde regels afbraak doen aan de individualiteit, de peroonlijkheid van een gedicht, is de taalbeheersing juist onontbeerlijk. Het gedicht moet een huwelijk van woorden zijn waar de schrijver waarnemingen kan delen met anderen.
Juist dat delen schept een verbondenheid. Poëzie is geen onderdeel van communicatie, het is een communicatiemiddel op zich.

Vanuit dit standpunt de vraag aan een ieder die in een vergeten lade zelfgeschreven poëzie liggen heeft, om de verzen te delen met elkeen die lezen wil!
Aan al deze mensen richten wij bij voorbaat een dankwoord; dank om bij te dragen aan de bruisende kracht van het geschreven woord, aan de belezen verbondenheid geschapen uit eenvoud van schrijven en vertaald uit de chaos van gedachten!
Alle gedichten en andere schrijfsels die voor publicatie kunnen worden aangemerkt, kunnen worden opgestuurd naar proper@writersblock.net.

Anne Francet & Cindy Mahy

Als mijn hoofd
de zinnen verlaat
en ik daar sta
in de schaduw van mezelf,
hou ik even het beeld
vast en tracht
mijn hart te vertalen
met woorden

Pen en papier zijn
geen pen en papier meer
maar ogen van het ogenblik
of tranen van vroeger
Misschien is het de hoop van morgen
of misschien ook niet
en is het toch pen en papier
middelen tot iets meer dan dagelijks

Ik ben niet veel
voor iedereen
Iereen is ook niet veel
voor mij
Weinig doen
zijn letters voor mijn daden

Maar af en toe geloof
ik in alles van het moment
en verslind het met elke vezel
van mijn lichaam
terwijl ik pen OP papier.

Cindy Mahy

About anne francet