Vraag het aan Freekje

Persoonlijke problemen? Verliefd? Wil je partner niet of juist wel praten? Altijd al willen weten waarom je klamme handen hebt als je verliefd bent? Last van potentiële schizofrenie? De menselijke psyche blijft voor veel mensen een groot raadsel. Gelukkig kan je nu met al je vragen terecht bij Writers Block-huispsychologe, Freekje.

In verband met dit zomernummer leek het de redactie leuk om de lezers van WB iets mee te geven voor de vakantie. Vandaar dat men mij vroeg met iets ‘blijvenders’ op de proppen te komen. Een leestip bijvoorbeeld. Drie vragen met antwoorden lees je immers in een mum van tijd door, je denkt er misschien nog even over na maar dan is het uit met de pret. Het is duidelijk, daar komen jullie de zomer niet mee door.
Na wat zoeken, wikken en wegen is mijn oog gevallen op een boek van A.M. Colman ‘Facts, Fallacies and Frauds in Psychology’ of ‘List, Bedrog en Feiten in de Psychologie’ (1987).

In de inleiding van het boek merkt Colman op dat de beste manier om een onderwerp te benaderen, is te beginnen met de punten die je al interesseren. Met dit principe in het achterhoofd heeft hij voor dit boek onderwerpen geselecteerd die de meeste mensen zullen boeien.
Het tweede selectiecriterium dat hij hanteerde betreft de mate waarin de onderwerpen discussie en controverse te weeg hebben gebracht in de psychologisch wetenschappelijke literatuur. Deze twee criteria hebben geleid tot een bonte verzameling vragen die in Colman’s boek de revue passeert, bijvoorveeld:
*Is intelligentie al dan niet erfelijk en bestaan er harde bewijzen voor intelligentieverschillen tussen menselijke rassen?
*Kunnen eetstoornissen gezien worden als een vorm van depressie?
*Bestaat er sluitend bewijs voor buitenzintuigelijke waarneming en bestaan er echt hypnotische effecten?
Colman bespreekt de verschillende onderwerpen aan de hand van klassiekers uit de psychologie: die onderzoeken en artikelen die in elk boek en elk tijdschrift altijd weer aangehaald worden. De methoden en bevindingen van vooraanstaande onderzoekers en theoretici worden door hem geanalyseerd en bekritiseerd. Op deze manier verschaft hij de lezer niet alleen een hoop informatie en biedt hij een goed historisch overzicht, hij dwingt de lezer tevens tot nadenken.
Zonder kritische blik komt de wetenschap geen stap verder en het is juist de sceptische houding die het boek van Colman de moeite waard maakt. De argumentatie van voor- en tegenstanders geeft Colman zo weer, dat een spannend en levendig betoog ontstaat dat leest als een roman vol intriges. Fraude, verhoudingen, pikorde en listige verdraaiing van feiten, niets menselijk is de wetenschap vreemd en Colman schuwt niets. Hij laat zien dat in de wetenschap één bewijs niet voldoende is, zeker niet als het gaat om onderwerpen die maatschappelijk en politiek gezien nogal wat voeten in de aarde hebben. Want op de bevindingen wordt beleid gemaakt en als die bevindingen niet juist blijken, kunnen de gevolgen desastreus zijn.

De horrorgeschiedenis van ‘intelligentie’
De discussie of intelligentie aangeboren is of door de omgeving bepaald wordt (nature versus nurture) gaat terug tot in de oudheid. Plato vroeg zich al af of eigenschappen door de aard van een persoon (nature) bepaald worden of dat juist de omgeving (nurture, opvoeding) een cruciale rol speelt.
Via mysterieuze onderzoeksstromingen als de frenologie , is de hedendaagse nature-nurture discussie met betrekking tot intelligentie begonnen bij de geschriften van Francis Galton, kleinzoon van dichter en natuurkundige Erasmus Darwin en achterneef van de beroemde bioloog Charles Darwin. Galton was de eerste die tweeling- en familieonderzoek deed om te bewijzen dat intelligentie erfelijk was. Uitgebreid stamboomonderzoek deed hem constateren dat begaafden en prominenten vaak uit families van andere begaafden en prominenten kwamen. Hiermee dacht hij bewezen te hebben dat intelligentie erfelijk is. Hij bracht zijn opgedane kennis onmiddellijk in praktijk en stichtte een beweging die hij eugenics noemde. Deze beweging had tot doel de erfelijke kwaliteit van het menselijk ras te verbeteren door selectieve voortplanting. De eugenicsbeweging leidde decennia later tot sterilisatiewetten in Amerika, onder andere in de staat Indiana, Virginia en Californië. “Aangezien onderzoek zou hebben aangetoond dat idiotie, krankzinnigheid, imbeciliteit en criminaliteit erfelijk zijn zou verdere voortplanting van deze mensen voorkomen moeten worden”, meldde de wet. In Virginia leidde deze wettelijke regeling tot 7500 gedwongen sterilisaties tussen 1924 en 1972. Hoewel onvrijwillige sterilisatie tegenwoordig zelden of nooit meer wordt toegepast, hebben sommige Amerikaanse staten nog steeds sterilisatiewetten in hun statuten.
Colman laat in zijn boek zien dat de erfelijkheidskwestie nog verre van beklonken is. Resultaten worden weerlegd, methoden worden onzinnig bevonden en revaliserende experimenten dienen zich aan.

Testmisbruik en onintelligent wetenschappelijk gedrag
In 1905 werd de Franse Psychologen Alfred Binet en Theodore Simon gevraagd een test te ontwerpen die intelligente kinderen van minder-intelligente kon scheiden opdat aparte klassen konden worden gecreëerd. In Amerika ging de psycholoog Lewis Terman van de Stanford University aan de slag met Binet’s test en zo ontstond de Stanford-Binet test, die de mal zou vormen voor vrijwel alle volgende intelligentietests. Hoewel Binet ervan overtuigd was dat intelligentie met de juiste stimulatie en lessen veranderlijk was, heeft zijn test in Amerika het instrument gevormd voor de eugenicsbewegingen aldaar.
Het ‘toeval’ wilde dat zij die zich met intelligentie bezighielden, zich ook zorgen maakten over de stijgende immigratie in Amerika. Een zekere Henry Goddard besloot de immigranten te testen op intelligentie en hij kwam tot de verbijsterende conclusie dat 79% van de Italianen, 87% van de Russen en 83% van de Joden zwakzinnig waren. Verbijsterend? Als hij had nagedacht was hij waarschijnlijk tot de conclusie gekomen dat een taalprobleem wellicht de slechte scores veroorzaakte.
Hij dacht echter niet na. Hij rende als een kip zonder kop naar de autoriteiten die, geïmponeerd door de geleerdheid van de man, besloten dat het beter was dergelijke gigantische aantallen zwakzinnigen uit de Verenigde Staten te weren. Gevolg waren de Immigratie Wet van 1917 (personen van psychische inferioriteit kan toegang tot Amerika ontzegd worden) en de immigratieqouta’s: de quota immigranten uit elk land mocht per jaar niet meer dan twee procent bedragen van het aantal mensen uit dat land dat al in Amerika woonde.
In de jaren dertig probeerden honderdduizenden joden, op de vlucht voor het oprukkende fascisme, tevergeefs Amerika binnen te komen maar de qouta’s uit Midden- en Oosteuropa waren al gehaald en de vluchtelingen werden teruggestuurd. Dat de qouta’s van andere landen nog niet vol waren, deed niet terzake. Het wetenschappelijk racisme van enkele vooraanstaande psychologen heeft velen teruggezonden naar wat later een hel
bleek te zijn.

Terug naar Colman
Bovenstaande schandalen vormen slechts een fractie, hoewel de ergste, van de reeks van fraude en bedrog die in Colman’s boek aan bod komen. Terugkijkend is het vaak onbegrijpelijk hoe dergelijke praktijken konden plaatsvinden. Hoewel ik niet zal proberen deze voorvallen goed te praten, moet men zich wel realiseren dat alles zijn historisch kader heeft. Colman schetst dat kader en stelt de lezer in staat zelf te oordelen over de praktijken binnen de wetenschap die zich psychologie noemt.
Op zoek naar geestverruimende literatuur? Colman biedt een kijkje in de keuken van de psychologie. Van Mierlo mag dan wel beweerd hebben dat de burger niet geïnteresseerd is in wat zich in de keuken afspeelt, wetenschappelijke gerechten kunnen alleen op hun merites beoordeeld worden als men de keuken kent.

A.M. Colman – List, Bedrog en Feiten in de Psychologie – Swets & Zweitlinger B.V., Lisse – 1989 –
ISBN 9026509677
(oorspronkelijke titel: ‘Facts, Fallacies and Frauds in Psychologie’)

Frenologie
Een thans geheel verlaten leer die staande hield dat aanleg en karakter bepaald worden door uitgroei van bepaalde hersendelen, hetgeen zich zou uiten in de vorm van de schedel, grondlegger: Franz Joseph Gall 1758-1828.
terug

About freekje