Zegt-ie, zeg ik, afl. 17: Je bent meer een freelancer

“Adri, kan ik je even spreken?”
“Eh, ja. Kan het even wachten? Dan kan dit de deur…”
“Nou, eigenlijk graag nu meteen dus.”
“Oh. I see. Okay.”
“Ga even zitten. Wil jij koffie?”
“Nee, dank je.”
“Het project waar je mee bezig was, is wel zo’n beetje afgelopen, nietwaar?”
“Ja, godzijdank wel. Verdomme, wat een kutklus was dat.”
“Ja, ik begreep van Theo dat jullie nogal eens tegen problemen opliepen in de inventarisatiefase.”
“Ach man, vreselijk. Eigenlijk had de klant gewoon geen flauw idee wat-ie nou precies wilde. En dan sta je daar weer op zo’n briefing en het schiet allemaal niet op. Soms word je daar zo vreselijk moe van.”
“Daar wilde ik het juist met je over hebben. Ik heb ergens de indruk dat je niet helemaal lekker in je vel zit bij deze firma. Toen je hier pas begon heb je ook veel geklaagd over de specifieke omgangscultuur van dit bedrijf.”
“Nou, aanvankelijk was het inderdaad wel even wennen, maar intussen ben ik toch wel aardig…”
“Ja, zie je: dat dacht ik al gemerkt te hebben.”
“Maar intussen heb ik er dus helemaal geen…”
“Ik zag namelijk gisteren dat je contract morgen officieel afloopt. Wij van de directie hebben dat nog eens doorgesproken. En, tja, hoe zal ik het zeggen? Ehm… Nu ja, om kort te gaan. Eh, je hebt misschien wel gemerkt dat het de laatste tijd een stuk rustiger is.”
“…”
“We hebben op het moment toch wat minder werk dan we hadden verwacht. We zouden je waarschijnlijk niets eens aan het werk kunnen houden als we besloten je in vaste dienst te nemen. Bovendien is dat toch niets voor jou, een vaste baan. Eigenlijk ben je meer een freelancer. Het vrije leven, enzo. Toen ik zo oud was als jij dacht ik er precies zo over.”
“Ik ben intussen aardig aan die zekerheid gewend, anders.”
“Het probleem is natuurlijk ook enigszins dat er een stukje communicatie mist tussen jou en mijzelf in mijn hoedanigheid als je directe chef. Kijk, dat wij privé nooit de beste vrienden zouden worden, dat geeft natuurlijk niets. Maar ik heb de indruk dat een weerslag daarvan is terug te vinden in onze professionele communicatie.”
“Natuurlijk, er is wel eens onvertogen woord gevallen. Maar dat ging gewoon over werk. Zelf zei je ook altijd dat uit meningsverschillen meestal de beste resultaten geeft.En vergeet ook niet dat ik een bepaalde expertise bezit die niemand anders hier heeft. Hoe willen jullie dat dan gaan oplossen?”
“Ja, nee, dat is ook zo. Daarom ben ik er ook zeker van dat we je hier niet voor het laatst hebben gezien. In de toekomst zullen we je vast nog regelmatig bellen om een beroep op je te doen als freelancer. Dat is toch meer jouw stiel.”
“Je bedoelt…”
“Vandaag was je laatste dag, Adri.”

About emilio