Zegt-ie, zeg ik – aflevering 10: Lief dagboek

`Lief dagboek. Vandaag had ik een leuke ontmoeting met G. Zoals ik me gisteren had voorgenomen, heb ik hem vandaag gevraagd naar het proefwerk Duits van maandag. Na het eerste uur wiskunde (bah!, alleen maar saaie sommen) kwam ik hem al op de gang tegen’
`Yo, dagboek. Vandaag was het geen relaxede dag. Allereerst versliep ik me vanochtend waardoor ik me moest melden bij meneer de Boer. Meteen een strafmiddag, balen. Toen met Arjen een beetje zitten keten bij die gek van een Hendriks van biologie. Dat was wel vet. In de pauze kwam-ie nog op me af om te vragen waarom ik toch zo onrustig ben in de klas’
`Ik meteen rood natuurlijk. Maar toch heb ik hem kunnen vragen naar dat proefwerk van gisteren’
`O ja, en `s ochtends kwam ik Maartje op de gang tegen. Ze keek me heel vreemd aan en vroeg me van alles over dat proefwerk Duits van gisteren. Ze praatte maar door en ik begreep er de ballen van en zei maar een beetje wat terug’
`Nou en hij maakte gewoon zo’n koele indruk. Hij stond maar een beetje te staan, en het leek hem allemaal niets te interesseren.Dus toen heb ik maar gevraagd of ie ook naar dat schoolfeest gaat’
`Oh ja, en toen kwam ze ook nog aanzetten met dat debiele schoolfeest van volgende week. Alsof ik daar heen ga. Ik ga natuurlijk liever een beetje chillen met Arjen in de shop’
`Nou en toen deed-ie een beetje vaag, alsof ie het nog niet wist. Ik geloof dat hij wel wil gaan maar er een beetje stoer over doet alsof ie er te oud voor is. Uiteindelijk zei-ie namelijk dat hij wel zou komen’
`Dus om van het gezeur af te zijn heb ik maar gezegd dat ik er waarschijnlijk wel zou zijn. Maar goed toen hoorde ik dus later van Arjen dat Maartje opeens ook aan hem had gevraagd of ik nou wel of niet naar dat feest zou gaan’
`Maar helemaal zeker wist ik het natuurlijk niet. Toen kwam ik toevallig Arjen in de gang tegen. Je weet wel die vreemde vriend van G., met al die pukkels. Hij ging naar de wc en stond een beetje stom te grijnzen. Toen heb ik hem gevraagd of G. nou naar dat feest gaat’
`Die eikel heeft dus gewoon verteld dat ik er ontzettend naar uitkijk en dat ik er al weken over praat! Niet te bijdehand gewoon. Heb hem toen meteen een knal verkocht natuurlijk’
`Nou, hij wist zeker dat G. zou komen dus ik ben echt opgelucht nu’
`Toen ging Arjen nogal gillen waardoor ik door meneer Witteveen, die weirdo van geschiedenis, naar de conrector werd gestuurd. En ja hoor: weer een strafmiddag. Allemaal Arjen zijn schuld’
`En toen kwam ik G. ook nog een keer tegen op de gang. Hij was net uit de les gestuurd en stond daar heel erg stoer over te doen. Toen vroeg ik hem waarom ie er dan uitgestuurd was maar toen werd ie opeens heel erg nerveus en liep ie weg’
`Op weg naar de conrector kwam ik Maartje trouwens nòg een keer tegen. Achtervolgd dat kind me of zo? Ik kon natuurlijk niet zeggen dat ik eruit gegooid was omdat ik Arjen had geslagen omdat ie zijn mond voorbij gepraat had. Dus ben ik maar zo cool mogelijk weggelopen’
`Nou bij elkaar een heel gedoe vandaag dus. Maar ik weet nu wel lekker dat ie naar het feest komt’
`Niet zo tof dus, vandaag’
`Goed, lief dagboek, morgen weer een dag. Ik ga nu lekker slapen’
`De mazzel, dagboek. Ik ga nu X-files kijken. Dat is namelijk best wel wreed, weet je’.

About rogier verkade