Vol goede moed, afl. 23: Visioen in dronkenschap

Vrijgezellen hebben een leuker leven dan niet-vrijgezellen. Vrijgezellen moeten namelijk meer moeite doen voor het leven. Teneinde niet alleen te verkommeren bij Nova of Later With Jools Holland moet de vrijgezel naar het theater, de bioscoop, café, concertzaal, discotheek, squashbaan, uit of thuis eten met vriendin of kennissen. Bovendien wil de vrijgezel chronisch interessant overkomen, dus moeten er kranten, tijdschriften en boeken van velerlei aard gelezen worden.
De vrijgezel heeft het er maar druk mee.
Degenen die een al min of meer vaste partner hebben, hoeven zich niet zo druk te maken. Echte liefde roest niet, dus waarom zou je je nog druk maken? Samen naar All You Need Is Love staren vanaf de bank bij stemmig kaarslicht, kan per slot van rekening ook reuze romantisch zijn.

Mijn vriendin en ik hebben altijd grote problemen gehad met de gedachte dat wij minder boeiend zouden zijn dan een willekeurige vrijgezel. Wij zijn namelijk van mening dat wij verdomd interessant zijn. En niet voor niets.
Opdat er geen misvattingen ontstaan hebben wij er altijd zorg voor gedragen bovenop ons stelletjes-leven een volwaardig vrijgezellenleven te bouwen.
Zo verzadigden wij onze bankdrang, bovendien leukten we het leven op met bioscoopbezoek, café, concertzaal, enzovoort en zo verder.
Door die tamelijk unieke combinatie waren we eigenlijk nog interessanter dan we als vrijgezel zouden zijn.

Afgelopen vrijdag aten we in visrestaurant Bark. Dat is weliswaar allang weer uit, maar omwille van de nostalgie zaten we uiteindelijk toch voor het raam te genieten van koffie met cognac. Een zeldzaam rustpunt in ons moderne, doch hectische dubbelleven.
We keken eens wat naar buiten. Het asfalt lag er licht glanzend bij. Toen kwam een echtpaar in ons blikveld geschuifeld. Ergens in de vijftig, bij de tijd, toch wat verlopen. Drankkoppen met een kop vol drank. Voetje voor voetje.
“Totaal lam.”
“Zeg dat wel.”
Ondanks deze constatering, of misschien wel juist daardoor, boeide het schouwspel. De voortgang werd duidelijk bemoeilijkt doordat de vrouw de man ondersteunde en visa versa. Op die manier ontstond een uitermate wankel evenwicht dat zich absoluut niet voor voortbeweging leent. Maar het moest toch gebeuren, ze konden toch moeilijk voor de ruit van Bark blijven staan totdat ze weer nuchter waren.
De vrouw waagde een volgende stap. Helaas was de man op hetzelfde idee gekomen. Tegelijk kwamen ze in beweging. Dat kon niet goed gaan. En het ging ook niet goed: de vrouw rolde over het trottoir. De man waggelde voorzichtig naar haar toe, haalde een paar keer diep adem en bukte zich. De vrouw zat niet op dit soort hulp te wachten en ramde hem met haar handtas voor het hoofd. De man zwaaide met zijn armen om zijn hoofd te beschermen. Dat ging zijn concentratievermogen te boven en hij zeeg ineen, bovenop de vrouw.
“Treurig, mensen die geen maat weten te houden.”
“Ach, wees blij dat er nog mensen zijn die zich zo nu en dan laten gaan. Ik hoop dat wij te zijner tijd ook nog zo nu en dan met volle teugen van het leven genieten.”
“Ik weet het niet… als ik dat zo zie…”
We richtten onze aandacht weer op het stel aan de andere zijde van het glas. Het schoot allemaal niet op. Hoewel man en vrouw nu weer min of meer rechtop stonden, waren ze hun oorspronkelijke doel, samen huiswaarts geraken, glad vergeten. Ze waren in een dronken ruzie geraakt. Zo luid dat we het binnen konden verstaan.
“Vuile kut! Jij moet je bek houden.”
“Grafzerk! Wat had je nou met je rotkop?!”
“Bek houden!”
“Klootzak, ik bepaald zelf wel of ik…”
“Houd je bek, vuile kankertrut!”
Op die manier kakelden ze nog een tijdje door totdat de gerant van het restaurant vond dat het mooi geweest was. Hij liep naar buiten en sommeerde het stel door te lopen. De klanten hadden last van hun lawaai. Onmiddellijk keerde de dronken woede zich tegen hem. Eensgezind scholden ze de gerant uit voor alles wat lelijk was. De arme man probeerde te redden wat er te redden viel, maar droop uiteindelijk, begeleid door een stroom verwensingen, af als een verzopen kat.
De man wilde de ruit ingooien met het handtasje van zijn vrouw, maar dat mocht niet van haar. Even leek het alsof ze weer onderling ruzie zouden krijgen. Dat ging niet door. Ze herinnerden waar het allemaal om begonnen was.
Ze grepen elkaar bij de arm om verder te lopen. Toen keken ze elkaar aan en van het ene moment op het andere stonden ze innig gearmd te zoenen. En ja hoor, daar kwamen ze: dronkemanstranen. Het beeld van het duo werd steeds completer en jammer genoeg ook steeds wranger.
Daar gingen ze dan weer. Voetje voor voetje.
“Waarom worden mensen in godsnaam zo dronken?”
“Kom nou, alsof jij of ik nog nooit helemaal de mist in zijn gegaan.”
“Dat is toch anders. Zoiets halen wij toch nooit uit.”
“Wij lopen ook niet gearmd over straat.”
“Nee. Mocht ik een keer uit dronkenschap ten val komen, dan laat je me gewoon over straat rollen. Lul.”
Geschrokken keek ik mijn vriendin aan. Zij realiseerde zich eveneens wat hier voorviel.
We keken naar buiten en zagen het echtpaar nog net uit ons blikveld schuiven. Een advocaat en een kunstenaar? Een actrice en een journalist? Mijn vriendin en ik over dertig jaar.

In paniek bestelden we meer drank om de schok te verwerken. Het was ons opeens volkomen duidelijk. Om de beurt wisten we weer een voorbeeld. Hoe we schaamteloos ruzie kregen op verjaardagen, terwijl het om ons heen steeds stiller werd. Hoe de een brakend boven de toiletpot hing, de ander niet geïnteresseerd of bij machte de helpende hand te bieden. Terwijl de een met het hoofd op tafel lag te slapen, verveelde de ander het gezelschap met een dronkemansbetoog. Hoe we over straat huiswaarts zouden schuifelen, bang om ons een gebroken heup te vallen.
Een oude dronken gek zijn, is overkomelijk. Een oud uitgezakt dronken stel zijn, is absoluut onoverkomelijk. De liefde kan dat verschil niet dichten.

We vroegen de rekening en bestelden twee taxi’s. We kusten elkaar vaarwel, stapten ieder in een taxi en gingen ieder ons weegs.

About emilio