Vol goede moed, aflevering 30: De grootte van liefde

Wandklimmen is spannend, laten we dat voorop stellen. Maar de omstandigheden moeten er wel naar zijn. In Nederland zijn die omstandigheden er eigenlijk niet naar: er zijn immers geen bergen, dus er valt weinig te klimmen. Gelukkig zijn Nederlanders creatieve mensen. Van oorsprong was Nederland zee, maar dankzij de dijken wonen we er toch. Evenzo kunnen wij klimmen in Nederland. Men neme een grote hal, men plakke wat uitsteeksels op de wanden, men hange wat touwen op, men installere een bar en hoepla: klimmen maar. Dat het klimmen in Nederland tot indoorsport is verworden, biedt in de praktijk slechts voordelen. Geen koude vingers, geen door erosie aangetaste steunpunten, geen agressief gevogelte dat je de ogen wil uitpikken omdat je in de buurt van een nest bent aangekomen, geen scherpe punten waar je touw op kapot schuurt. En altijd wat te drinken in de buurt.
Het ware klimmen gebeurd in een hal

Tijdens de nieuwjaarsborrel van mijn klimhal, werd ons gezelschap onverwacht opgeluisterd door een ons onbekende vrouw. Terwijl wij ons lieten vollopen, deed zij een korte maar efficiënte warming-up. Vervolgens schoot zij met de elegantie van panter en de snelheid van een hagedis de wand op. Ze begon direct met onze dodemansroute.
Gefascineerd keken wij toe hoe de vrouw de ingewikkeldste varianten zonder noemenswaardige problemen oploste. We vloekten hardop toen ze op een volstrekt onmogelijk punt besloot een andere cassettebandje in haar walkman te doen. We kregen godverdomme klimles in onze eigen hal.
Toen de vrouw zich later aan de bar vervoegde, raakten zij en ik in gesprek. Toen we later die avond dineerden bij een oude Griek, werden we verliefd. En voordat we er erg in hadden, waren we verwikkeld in een stormachtige relatie.

Dolores verloochende haar Italiaanse afkomst nooit. Of het nu ging om morele opvattingen, een kortere weg naar het station of de kwaliteit van afwasmiddel, ze ging altijd vol vuur de strijd aan. Ruzies laaiden hoog op. Als ze echt kwaad was, dan blies ze naar me, gelijk een kat. Iets waar ik altijd ontzettend om moest lachen met als gevolg dat ik regelmatig iets naar mijn hoofd gesmeten kreeg. En niet alleen onwelvoeglijke Italiaanse woorden.
Een vreemdsoortige competitieve drang was haar deel. Ze vocht niet speciaal om te winnen, het leek haar uitsluitend om de strijd te gaan. Vijf minuten nadat die strijd gestreden was, verdween haar woede en ging ze over tot de orde van de dag.
Al vrij snel bleek dat we een onoverkomelijk verschil van mening hadden: terwijl ik halsstarrig volhield dat klimmen bij voorkeur binnen dient te geschieden, wist Dolores zeker dat degenen die niet buiten klimmen feitelijk helemaal niet klimmen. En het niet kunnen ook.Ondanks het feit dat ik zoveel mogelijk trachtte het punt van discussie te omzeilen, werd ik in het voorjaar voor het blok gezet. In haar ogen was de tijd gekomen om te bewijzen dat mijn liefde voor Dolores (en de klimsport) groot genoeg was. Het klimseizoen was begonnen. En dus zouden we gaan klimmen. Buiten, in de Italiaanse Dolomieten om precies te zijn. Dolores zette het glashelder uiteen: als ik haar klimpartner niet was, dan zou zij niet langer mijn partner zijn. Ik had, kortom, geen enkele keus en twee weken later stonden we aan de voet van Cinque Torre nabij Campina d’Ampezzo.

De Dolomieten bestaan, in tegenstelling tot de nabij gelegen granieten Alpen, uit kalk. Een speciaal soort kalk zelfs: dolomiet. Dit gesteente staat erom bekend dat het erg brokkelig kan zijn. En dat was het ook. Overal om ons heen lagen puinhellingen van fijn materiaal. Ik keek omhoog. Als er ooit al haken in de wand gezeten hadden, dan waren ze alweer verdwenen.
“Moet dit?”, vroeg ik nog eenmaal. Het moest. En het gebeurde.

Het werd snel duidelijk dat Dolores een grove inschattingsfout had gemaakt. Ik wist het zeker: deze klim was een slecht idee. Het kostte veel te veel moeite om de haken vast te zetten. Dit was geen klimmen, dit was beeldhouwen. Dolores vond dat ik niet moest zeuren: we kwamen vooruit en waren goed op weg naar de top. Ik vond dat zij niet moest zeuren: er was geen top in zicht. Wel zag ik donkere wolken naderen. Zowel in de lucht, als op het gezicht van mijn partner.
Toen ik even later de eerste druppels voelde, zette ik mijn meest autoritaire gezicht op en sprak haar streng toe.
“Bon. Nu is het mooi geweest. We gaan terug naar het hotel en ons verdriet over deze mislukking verdrinken.”
“Nee.”
“Dolores, doe normaal!”
“Ik doe volstrekt normaal.”
“Doorgaan is absurd. Het regent! Het is koud! Binnen tien minuten heb je geen enkel gevoel meer in je vingers.”
“Stel je niet aan. Die paar spatjes…”
En met een paar snelle bewegingen schoot ze omhoog. Ze was kwaad. Op mij. Op de berg die niet meewerkte. Op de Italiaanse weerman die de regen niet voorspeld had. Mopperend klom ik achter haar aan. Kloteberg. Klotevrouw. Rotsport. Rotleven. Ik vroeg me af of dit het allemaal wel waard was.
Een half uur later begon het hard te regenen. Dolores klom door en leek alle grondbeginselen van het klimmen uit het oog verloren. Ze nam teveel ruimte tussen de haken, de afstand tussen ons werd te groot en ik was ook al twee haken tegengekomen die volkomen los zaten.
Ik riep omhoog. Dolores wilde iets terugroepen, maakte een rare draai, schoot weg en kwam naar beneden gezeild. Haken schoten los, touwen schoten alle kanten op, ze klapte met haar hoofd tegen de wand, viel verder en kwam uiteindelijk met haar been vast te zitten. Het geluid van het brekend bot leek tussen de bergen te echoën, maar dat moet verbeelding geweest zijn.Ik sloot mijn ogen en drukte me tegen de wand.
Een peuter kan zijn ogen dichtdoen en dan de wereld laten verdwijnen. Ik niet. Hoe vurig ik het tegendeel ook wenste, ik wist dat de wereld er nog was. Ik wist dat mijn partner tien meter lager hing. Hopelijk buiten bewustzijn, maar misschien dood.

Ze bleek niet dood. En op een of andere manier heb ik haar naar beneden gekregen. In het ziekenhuis bleek dat ze een hersenschudding had en dat haar been was op twee plaatsen gebroken. Een week lang zat ik aan haar bed te wachten. Na die week was ze weer redelijk bij kennis. Tot mijn niet geringe verbazing maakte Dolores direct een revalidatie-schema en prikte gelijk de datum voor een tweede poging.
Ik heb haar gedag gezegd en ben terug naar Amsterdam gegaan. Mijn liefde was niet groot genoeg.

About emilio