WB De praktische gids voor alleenstaande heren: vrouwen zoeken

Aflevering 2: Vrouwen zoeken

Geef je integriteit af bij de deur, je zult haar niet meer nodig hebben. In de Praktische Gids zullen we veel situaties behandelen waarin opmerkingen gemaakt moeten worden, of handelingen verricht dienen, waar je op het eerste gezicht niet achter staat. Je meent het niet. En, bijgevolg, voel je je ongemakkelijk als je het toch doet. Dat is, hoewel begrijpelijk, onterecht.
De mythe van de ‘oprechtheid’ staat voor velen succes in de weg. Succes waarin? In alles. In het werk, de liefde of het versieren. Er is altijd een bepaalde mate van huichelachtigheid vereist om het te redden in het leven. Leugentjes om bestwil, zo je wilt. Wie zijn baas niet vriendelijk of intelligent vindt, doet er goed aan dit niet al te duidelijk te laten blijken. Dat snapt iedereen, en dat vind iedereen ook normaal.

In de liefde, daar heersen andere wetten. Dan moet je ineens ”jezelf zijn’. Niets forceren, vertrouwen hebben, wachten op de ware.
Gewoon jezelf zijn’, het lijkt me het meest rampzalige advies dat je zou kunnen geven. Als ik mezelf zou zijn, echt mezelf zou zijn, dan zou ik in de borsten van iedere passerende vrouw knijpen. Dat is mijn natuur, mijn impuls, en ik vermoed dat iedere man zo in elkaar steekt. Het is een aanvechting die ik op tot op heden succesvol heb weten te onderdrukken.
We doen er goed aan een zo prettig mogelijk beeld van onszelf te schetsen. Wie heeft er wat aan al die eerlijkheid? Het spreekt toch voor zich dat je niet iedereen verteld van die keer dat je de hamster vermoordde, alleen maar omdat je dacht dat op het nachtkastje beter een wereldbol dan een kooi zou passen?
Nee, onszelf zijn is dus niet altijd gewenst. Daarnaast kan je wel in een hoekje jezelf gaan zitten zijn, maar wanneer niemand op je af komt om te kijken hoe dat er dan uit ziet, dan schiet je natuurlijk niet op. En wat het wachten op de ware betreft: als er al een ware bestaat, dan zal ze je het vast niet kwalijk nemen als je, voor jullie ontmoeting, alvast wat rond keek.

Een populair misverstand onder mannen die niet erg succesvol op de liefdesmarkt opereren is de gedachte dat vrouwen ‘alleen maar in klootzakken geïnteresseerd zijn.’ Of, in de bekende Engelse variant: ‘nice guys don’t get laid.’ Het is een opmerking die ten eerste een grote eigendunk verraad. Immers, vrouwen komen niet in rotten van tien op de man in kwestie afgedromd, derhalve zal hij wel erg aardig en vriendelijk zijn. Een bewijs vanuit het ongerijmde.
Logisch: vrouwen zijn niet slechts in
klootzakken geïnteresseerd. Sterker: vrouwen
vinden klootzakken ook klootzakken.Maar, belangrijker, de gedachte getuigt van onacceptabel seksisme. Alsof vrouwen achterlijk zijn. Alsof ze denken: ‘He, die vent daar gaat me in elkaar rammen, of op zijn minst emotioneel beschadigen door het op een nare manier uit te maken. Laat ik hem eens om een vuurtje vragen.’
Zo werkt het natuurlijk niet. In de praktijk gedragen mannen die zichzelf ‘te vriendelijk’ noemen zich als kwijlende idioten. Het zijn mannen die met grote, blije ogen op iedere willekeurige vrouw afrennen. Compromisloze aanhankelijkheid tonen. Dat is niet ‘vriendelijk’. Dat is stomvervelend.
Waar het om gaat, en daar zullen we in deze praktische gids ruime aandacht aan schenken, is de noodzakelijke spanning op te roepen. Interesse te tonen, zonder dat het gènant of irritant wordt. Vaak betekent dat onduidelijke of tegenstrijdige signalen uitzenden. Maar, voordat we daar allemaal aan toe zijn, moet de startvraag worden beantwoord. Waar vind ik vrouwen?

Een aantal locaties waar vrouwen zich ophouden is volstrekt onbruikbaar. Denk bijvoorbeeld aan de supermarkt. Vrouwen zat dat wel. Na een tijdje op dagelijkse basis bij de verse vleeswaren verliefd te zijn geworden, en nooit verder gekomen te zijn dan wat wederzijdse glimlachjes, gaf ik het op. De supermarkt is geen plaats om partners op te scharrelen. Nu banjer ik weer met dezelfde stuurse blik langs de schappen. Snel boodschappen doen, dat scheelt toch weer tijd. Wie probeert in de supermarkt vrouwen te vinden, zal merken dat hij langdurig gaat rondhangen bij typisch vrouwelijke regio’s als het gangpad met schoonmaakspullen. Net Zo lang tot het personeel je argwanend aan gaat kijken. Nee, de supermarkt, het is niks gedaan. Maar waar dan wel? Waar zijn al die alleenstaande vrouwen?

Ik heb lang rondgelopen met het ernstige vermoeden dat het simpelweg niet waar is dat 50% van de mensheid vrouwelijk is. Ik vermoedde een leugen, overheidspropaganda, bedoeld om mannen rustig te houden, om te voorkomen dat ze de heftige competitie voelen en elkaar de hersens in zouden slaan.
Ik heb louter broers. Op de sportclubs van mijn jeugd zag ik vrijwel alleen jongens. Veel meer dan de helft van mijn schoolklas bestond uit jongens, en op de LTS waar mijn broers schoolgingen was dat niet anders. De studie informatica bracht daar geen verandering in, de later gekozen hobby’s en werkkring ook niet. Maar ook de cafës bestaan in mijn perceptie bij de gratie van mannen die in grote getale aan de bar drinkend de luttele vrouwen gade slaan die zich naar binnen wagen. Ik heb altijd in een mannenwereld rondgelopen. Als er zoveel vrouwen zijn, waar zijn ze dan? Waar hangen ze uit?
Pas later werd me duidelijk dat vrouwen met exact dezelfde fenomenen worstelen. Er is in Nederland geen sprake van strikt gescheiden, islamitische toestanden, maar op natuurlijke wijze graviteren jongens en meisjes naar hun kant van de zaal. Een enkeling waagt zich in het midden.
Benieuwd als ik was hoe vrouwen dit probleem te lijf gaan, las ik enige boekjes met tips voor alleenstaande vrouwen. Geinige lectuur, maar de curieuze vooroordelen en tips waarvan je zeker weet dat het een contraproductief effect zou hebben, zijn lachwekkend. Dit terzijde.
Als tip onder het kopje ‘waar vind ik een leuke man?’ wordt standaard een cursus Spaans genoemd. Andere creatieve dingen, zoals schilderen, worden ook aanbevolen. Nu is het rare dat er veel boekjes voor alleenstaande vrouwen verschijnen, of pagina’s in vrouwenbladen aan deze problematiek gewijd wordt, maar dat mannen dergelijke tips en wenken ontberen. Boekjes voor alleenstaande mannen bestaan nauwelijks, mannenbladen gaan over auto’s, voetbal of reeds ontkleedde vrouwen.
Mannen weten dus niet dat een cursus een handige plaats is om vrouwen te ontmoeten, en gaan gewoon voetballen of andere leuke dingen doen. Met als gevolg dat het op de cursus Spaans een drukte van belang is met alleenstaande vrouwen op zoek naar een man. Ze hebben de boekjes zorgvuldig bestudeerd. Op de cursus treffen ze geen mannen. Mannen op zoek naar een vrouw gaan wat directer op hun doel af, en verzamelen zich op onhandige plaatsen als daar zijn het cafë en de discotheek.

Mocht je besluiten een cursus te volgen, zoek er dan wel een uit die enige raakvlakken vertoont met je interesses. Dat moet niet te moeilijk zijn, er zijn onwaarschijnlijk veel cursusjes. Kies geen Spaans als je niet van plan bent ooit nog eens naar Spanje af te reizen of je enige relevante anekdote heeft te maken met het strand van Lloret de mar en een Deense genaamd Inga (of zoiets). Evenzo met creatievere cursussen. Begin er niet aan als je niet het een en ander weet van schilderijen, theater of muziek. Je zult veel gespreksstof moeten hebben om je door de pauzes en afspraakjes heen te boksen. Na afloop van een ochtend schilderen kom je echt niet weg met ‘Karel Appel? Dat kan mijn nichtje ook. Anton Pieck, dat is knap.’

Maak je in ieder geval geen enkele zorgen over het feit dat je alléén naar de cursus komt. Dat doet de grote meerderheid van de cursisten. Iemand zoeken om met je mee te gaan leidt alleen maar tot besluiteloosheid en onplezierige gebondenheid. Als het je niet bevalt, dan ben je ook zo weer weg. Ik denk dat niet meer dan 2/3 van de cursisten hun cursus echt afrondt. Het zou me niet verbazen als de afvallers voornamelijk afhaken uit onvrede over de kwaliteit van hun mede-cursisten.

Niet alleen cursussen vormen een natuurlijk decor voor de paringsdans. Ook feestjes komen hiervoor in aamerking. De serieuze alleenstaande heer slaat nooit een invitatie af. Nooit. Al verwacht je er nog zo weinig van, al denk je zeker te weten wie er verder komen, je kunt altijd verrast worden. En, zoals bij de cursus, als het niet kan boeien, dan ben je ook zo weer weg. Op een feestje zelfs tegen minder kosten.

Bert is een goede vriend, alleen al omdat hij een relatie heeft. Vriendinnen van vrienden hebben vriendinnen en Anneke, de vriendin van Bert, is daar geen uitzondering op. Feest. Bert stelt me voor.‘Arnold, Renate. Renate, Arnold. Jullie hebben veel te bespreken.’
Weg is Bert. Ik kijk Renate wat gegeneerd aan. Bert had me bij herhaling gezworen dat Renate ‘echt iets voor jou is. Woeste Slavische kop.’ Ik zie aan de bedremmelde blik van Renate dat ook ik ben aangekondigd als ‘echt iets voor jou.’
‘Wat drinken?’ Ik heb ontdekt dat dit altijd een goede openingszin is.
‘Doe maar weer. Whisky.’ Daar hou ik van.
Ik drentel naar de tafel, waar de flessen ordentelijk zijn opgesteld. Er is alleen Johnny Walker, maar dat mag de pret niet drukken.
‘Vraag je je ook wel eens af of je aan de technische definitie van een alcoholist voldoet?’ wil ik weten.
‘Volgens de test ben ik een probleemdrinker.
Renate heeft een hese stem. Ze draait een shagje, terwijl haar vorige peuk nog nasmeult in de asbak. Ze rookt meer dan ik, en dat is een prestatie. De ogen van Renate suggereren dat ze extreem boos kan worden. ‘Gooien met spullen’-boos. Haar bewegingen zijn ook niet soepel of gracieus, maar schokkerig. Ongeduldig. Lang zwart haar, veel, heel veel make-up. Misschien is ravissant een goed woord.
‘Lijkt me terecht. Mensen die zich door dit tijdsgewricht heen kunnen slaan zonder aan de drank te geraken, verdenk ik van verregaande naïviteit.’
‘Proost. Wat doe jij hier?’
‘Uitstekende vraag.’
We gooien koket wat somber getinte oneliners heen en weer. Renate verhaalt over een walvis die eens op het strand van Florida opgeblazen zou zijn. Stukjes rottende walvis werden over een kilometer weggeslingerd, omdat de hoeveelheid benodigde dynamiet verkeerd was ingeschat. De ramptoeristen zaten onder de troep. Ze vertelt er met smaak over, een toastje zalm etend, en met een intonatie die suggereert dat het verhaal ons veel kan leren over de aard van het bestaan. Dan blijkt ze, drie whisky’s en tien sigaretten verder, tegen half twaalf, ineens te moeten vertrekken.
‘Ik had er niet op gerekend dat het hier leuk zou zijn.’
‘Ik ook niet. Maar ja, wat je moet anders op een zaterdagavond, als je, zoals ik, geen vrienden hebt.’
‘Is Bert geen vriend?’
‘Nee, dat is een vage kennis. Maar ga nu maar, je zult elders node gemist worden.’
Renate vertrekt door bij wijze van groet een kort knikje naar me te werpen. Ze trekt haar neus er even bij op. Bert brengt haar naar de deur.
‘Zo,‘ informeert hij op neutrale toon bij terugkomst ‘wanneer wordt er geneukt?’
‘Het moet gek lopen als dat langer dan twee weken in beslag gaat nemen. Heel gek lopen. God weet dat het aan mij niet zal liggen.’

Waar het bij eerste ontmoetingen om gaat, is het suggereren van interesse zonder dat de vrouw in kwestie met absolute zekerheid weet dat je voor haar charmes bent bezweken of zal bezwijken. Er moet onzekerheid ontstaan. Je wilt belangstelling suggereren, maar op zo’n manier dat je altijd zonder gezichtsverlies terug kan trekken. Kleine opmerkingen, flirts, afgewisseld met blijken van desinteresse. Je teen in het water steken om te voelen hoe warm het is, zonder er dus in te hoeven springen. Deze techniek is van cruciaal belang; veel mannen zijn in de praktijk terughoudend omdat ze bang zijn op hun bek te gaan. Een blauwtje te lopen. Blauwtjes hoef je niet te lopen, je kunt er achter komen of een meisje in je geïnteresseerd is, zonder dat je zoveel kaarten op tafel hebt gelegd dat er van een blauwtje gesproken kan worden. Een blauwtje definieer ik dan als een moment waarop het meisje in kwestie heel duidelijk moet laten merken dat het er niet in zit, om van je af te komen. Het mooie is dat de techniek om blauwtjes te voorkomen, meteen de kans op succes doet toenemen.
Leep: Maak gebruik van de clichés die er rond vervelende mannen bestaan. Vertel dus NIETS over je werk. Slechts opmerkingen in de trant van ‘ik schuif dagelijks wat papier heen en weer’, of ‘ik ben boomchirurg’ zijn toegestaan.  Weiger in te gaan op persoonlijke vragen.
Wek op die manier nieuwsgierigheid op.Hoe doe je het dan? Je doet het door voor een belangrijk deel over jezelf onzekerheid te laten bestaan. Als ze niet weet wie je bent, wat je denkt, dan weet ze ook niet wat je van haar denkt.
Zorg er ten allen tijde voor dat je haar niet aan het ‘versieren’ bent. Wees dus niet te gelikt, te glad. Geef complimenten over haar kleren, maar zeg ook op oriëntaalse meisjes te vallen als ze hoogblond is. Of andersom, dat maakt niet uit.
Vertel vooral niet teveel over jezelf. Ontwijk vragen naar je persoonlijk leven; je werk op zijn hoogst schetsmatig en met ironie beschrijven. Wek de indruk dat je niet de optelsom van je werkzaamheden bent. Wat je wel bent? Daar moeten mensen maar achter zien te komen. Ik noem dit het zo ver mogelijk oprekken van de projectieruimte.

Aforisme:
All warfare is based on deception’
The art of war. Sun Tzu

In liefde en oorlog is alles toegestaan,
maar misleiding is absolute noodzaak.
Dat hadden de oude chinezen al door.Iedereen die we tegen komen, dichten we bepaalde eigenschappen of vaardigheden toe. We projecteren bij gebrek aan feitelijke inzichten. Iedere keer als je informatie verschaft neemt de projectieruimte, het universum van mogelijkheden, af. Bedenk: je kunt iemand moeilijk imponeren met verhalen over je werk. Dat adviesbureau waar je werkt, de klas waar je voor staat, de aandelen die je verhandelt, de software die je ontwikkelt: het interesseert niemand.
Wat iemand zelf bedenkt over wat je allemaal zou kunnen doen, gegeven de ongedwongen creatieve en levenslustige indruk die je maakt, is ongetwijfeld imposanter.
Het kan niet genoeg benadrukt worden dat je een kalme, relaxte en zelfverzekerde indruk moet maken. Zeg niet dat je een leuke jongen bent, impliceer dat. Zeg niet dat je succes hebt, maak dat tot een vanzelfsprekendheid.
In principe zijn alleenstaande heren op zoek naar een vriendin, maar andersom zijn alleenstaande vrouwen ook op zoek naar een vriend. Dat laatste wordt door mannen wel eens vergeten, maar dat maakt het niet minder waar. Daarom is er ook altijd enige natuurlijke spanning als een alleenstaande heer met dito vrouw spreekt. Elkaar aftasten -is dit wat?- hoort er bij.Daarbij zijn vrouwen, zeker als ze mooi zijn, gewend dat heren versierende bewegingen gaan maken. Wanneer dat niet, of op een onduidelijke manier, gebeurt worden ze onrustig. Onzekerheid is een toestand waarin we vrouwen graag brengen. Dan willen ze namelijk zekerheid afdwingen. Ze gaan, als ze je leuk vinden, zelf op een al dan niet subtiele manier duidelijkheid trachten te forceren. Voluit flirten, het hele arsenaal aan lichaamstaal in de strijd werpen, het kan allemaal.
Als het meisje je een sufkees vindt, dan blijft het gesprek vlak en weinig inspirerend. Ook dan is er duidelijkheid. Accepteer die duidelijkheid dan ook, aandringen heeft nooit zin. De meeste pijnlijke situaties ontstaan nadat een snuiter alle op rood staande signalen negeert en volhardt in pogingen een vrouw voor zich te winnen. Dat gaat niet lukken, het is niet te forceren. Wees alert op afwijzende signalen. Weg kijken, botte grappen, praten over ‘haar vriendje’, geeuwen, je moet doorgaans stekeblind zijn uitgezonden signalen niet op te vangen. Daar zijn ze voor. Let echter op; als het meisje tegelijkertijd flirtende signalen uitzend, dan hanteert ze de hier beschreven techniek. Als je dat constateert, dan wordt het spannend.
Ik durf te stellen dat wanneer een vrouw niet onmiddellijk op je afknapt maar neutraal tot positief gestemd is, en je er in slaagt haar in staat van verwarring te brengen, dat het dan een koud kunstje is op zijn minst een vervolgafspraak in een meer intieme setting te regelen.
Als het ook maar enigszins mogelijk is om het adres of telefoonnummer van je aanstaande na afloop van de ontmoeting via de gastheer of –vrouw te achterhalen, wat bijna per definitie het geval is, wissel dan geen gegevens uit. Dat maakt een te gretige indruk. Sterker, zaai definitieve verwarring door bij het afscheid ‘hoe heet je ook al weer?’ te vragen. Dat wist je nog wel, maar je cultiveert te allen tijde een kern van desinteresse. ‘Dag, Annette’ of een andere willekeurige incorrecte naam zeggen is natuurlijk ook prima.

About arnold jonk