Zegt-ie, zeg ik – aflevering 21: Is-ie dood?

[Knal! Beng!]
`Jezus, zag je dat?!’
`Wat een smak zeg!’
`Kom, gaan we kijken’
`Jakkes, hij zit onder `t bloed’
`Zie je dat? `t Komt uit zijn kop!’
`Henk, doe dan wat! Bel de politie of zo!’
`Ja wacht, even mijn mobile pakken’
`Gaat het een beetje jongen?’
[…]
`Hij reageert helemaal niet, Henk’
`Wat is het alarmnummer ook alweer?’
`06-11 toch?’
`Nee joh, het is toch net veranderd’
`Oh ja? Wat is het dan nu?’
`Geen flauw idee, iets met een 1 en een 2 dacht ik’
`Fijn, zo gaat-ie lekker Wilma. Die jongen ligt hier dood te bloeden en wij weten het alarmnummer niet’
`Vraag dan even aan die mevrouw daar!’
[…]
`Leef je nog jongen?’
[…]
`Henk, hij ziet helemaal grijs!’
`Oh. Maar ik heb nu wel het alarmnummer hoor! Het is 112. Vreemd nummer eigenlijk, he?’
`Henk, bel dan toch verdomme!’
`O ja, wacht even hoor’
[…]
`He? In gesprek, er zijn zeker nog meer ongelukken op dit moment’
[…]
`Ah, hij gaat over…’
`Tjee, wat is er aan de hand mevrouw? Wat is er met hem gebeurd zeg?! Is-ie dood?’
`Hij viel van zijn fiets en smakte zo met zijn kop tegen het asfalt’
`He, jakkes zeg. Zie je al dat bloed? Ik zeg nog altijd zo tegen mijn kinderen: pas altijd op in het verkeer, een ongeluk zit in een klein hoekje’
`Zo, de ambulance komt eraan hoor’
`O kijk, Henk – hij komt bij!’
`Gaat het jongen? Kun je me zien, weet je waar je ben?’
`Ehhh…’
`De ambulance komt er zo aan hoor, blijf maar rustig liggen’
`Weet je welke dag het vandaag is? Kun je me zien?’
`Oh kijk, daar is de ambulance’
`Dag, mijn naam is Tom van de ambulance, kun je me zeggen hoe je heet?’
`Rogier’
`Heel goed. Oké Rogier, weet je wat voor dag het vandaag is?’
`Maandag?’
`Oké, heel goed. Doet dit pijn, Rogier?’
`Nee’
`En dit?’
`Nee’
`En dit?’
`Nee’
`En dit dan?’
`Nee’
`En dit?’
`Nee’
`Heb je kort geleden gegeten?’
`Nee’
`Gebruik je medicijnen?’
`Nee’
`Oké. Ik maak nu een ECG en meet je bloeddruk’
`Heb je van nature een grijze huid?’
`Nee’
`Oké, We brengen je nu naar de 1e hulp’
[…]
`Dit is Rogier en hij is met zijn fiets gevallen, een hoofdwond en waarschijnlijk geen hersenletsel. He’s all yours!’
`Dank je Tom. En ook nog bedankt voor je kaart uit Benidorm he?’
`Dag Rogier, mijn naam is Vervoort en ik ben co-assistent. Ik ga je een paar vragen stellen.`Rogier, weet je je geboortedatum?’
`Eh ja, 26 oktober 1971′
`Oké, heel goed. Doet dit pijn, Rogier?’
`Nee’
`En dit?’
`Nee’
`En dit?’
`Nee’
`En dit dan?’
`Nee’
`En dit?’
`Nee’
`Heb je kort geleden gegeten?’
`Nee’
`Gebruik je medicijnen?’
`Nee’
`Oké. En weet je wat voor dag het vandaag is?’
`JA! Het is maandag, mijn naam is Rogier, ik ben 26 jaar, ongehuwd, ik ben in Nederland en ik hou niet van rode kool! Mag ik dan NU weg?!’


About rogier verkade