Geachte Redactie

Verdachte redactie van de Bezige Beij,

Twaalf-plus-een-halve maand geleden stuurde ik u het transcript van mijn roman De Bevlekking van het Hemelbed. Na talloze thelefonische gesprekken met uw secretariaat, kreeg ik dan eindelijk een kleine twee weken voorheen uw reactie, die tot mijn ultième verbazing een afwijzing betrof. En dat terwijl u zelf schreef dat het een “overmatig werk” zou zijn, “waarover een gemiddelde gymnasiast zijn boekentas heeft uitgestort in een poging om op Harry Mulisch te lijken”. Bij eerste belezing was ik uiteraard verheucht te horen dat u in mijn werk iets van de invloed die Harry op mijn werk heeft gehad, herkent. Deze reden van afwijzing bleef én blijft mij daarom onduidelijk, omdat u, naar ik mij herinner, toch vaak met dhr. Mulisch heeft samengewerkt, hetgeen u toch geen rotte eieren moet hebben gelegd.

Verder wijst u op het feit dat in mijn werk soms ytwat wordt afgeweken van de conservatieve Nederlandse spelling, maar ik mag toch hopen dat u als respectabele uitgeverij hierin het Campertiaanse element van mijn schrijven waarneemt. Mijn werk, is gebaseerd op de gedachte dat door de onverwachte letter in het schrijven, de lezer voor een kortstondig moment uiht (zag u die!) zijn alledaagse beslommeringen wordt gerukt, om in grote ontstelling tot het inzicht te komen dat alles ook anders had kunnen zijn, hiermede de creativiteit van de lezer stimulerend. Uw suggestie om “toch snel eens een schrijfcursus – of vier – te gaan volgen” getuigt dan ook van weinig afiniteit voor de artistieke vrijheid die een romanschrijver gegund behoort te zijn.

Ook was ik bijzonder geschokeerd door uw opvatting dat “een transcript aan den linker zijde van den stapel vastgezet dient te worden, en niet aan linker én rechterzijde en zeker niet ook aan boven- en onderzijden”. Dat een dergelijk conservatisme nog in uitgeverland bestaat, kan mijn toch zeker niet impotente geest niet bevatten. Want het moge duidelijk zijn dat niet elke lezer zijn boek het liefst doorleest door de bladzijden van rechts naar links te slaan en dat het een enorm moderne – zelfs postmoderne – service voor uw lezers zou zijn als u hen de keuze zou laten.

Ten slotte vond ik uw suggestie “dit platte werkje eens bij Playboy, Penthouse of Endemol te gaan slijten” ronduit beledigend. Ik begrijp natuurlijk wel dat u hiermee een poging deed een humoristisch element toe te voegen, maar u moet toch inzien dat dergelijke grappen de grenzen van de huumoor veruit overschrijden.

En ter aller slotte kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat u toch enige luiheid ten deel is gevallen. Uw conclucie dat “het geheel aan onwaarschijnlijke ontwikkelingen ontaardt in een platvloerse orgie die zijn weerga niet kent, en meer getuigt van kwaliteiten van de auteur op het gebied van de zelfbevrediging in het bijzijn van de kleine kinderen van de buren, dan op het schrijversvlak”, slaat de plank natuurlijk in het geheel mis. Dat wat u als ‘orgie’ typeert, dient natuurlijk als subtiele metafoor voor al wat mensen voor én aan elkaar doen in het leven, in het bijzonder natuurlijk de dubbelzinnigheid van het seksuele handelen.

Mogelijk wilt u nog even de tijd nemen mijn werk- en vergeeft u me deze woordspelling – als een ‘bezig bijtje’ door te nemen. Het zou mij niet verbazen als u na zorgvuldige lezing uw “afkeuring vanwege de schrikbarende onvolwassenheid van het proza” terug zal willen nemen. Zo nodig kom ik graag eens langs om u de diepgang van mijn werk toe te lichten.

In verwachting van uw antwoord,
Jean Stikker

NB: Bijgaande stuur ik u vast een concept-ontwerp voor de omslag van De Bevlekking van het Hemelbed.

L’edicola; WB-archief
meer stukken van Melissa van Amerongen& Emile Proper
meer stukken in dezecategorie
alle in hetarchief hoekhoek

About melissa van amerongen