Hoi! Wij zijn er even niet!

Rondom de veiling van de UMTS-frequenties putte fabrikanten, helderzieners en journalisten zich uit in verklaringen aangaande het toekomstige nut van de nieuwe generatie mobiele technologie. Voorbeelden van fantastische nieuwe diensten waar de consument trappelend van ongeduld gebruik van zou willen maken vlogen de verraste consument om de oren. De meest bizarre opties werden met droge ogen opgelepeld. Met je ‘mobieltje’ een vliegreis boeken dook onheilspellend vaak op. Beetje vreemd, gezien het feit dat een gemiddeld mens niet vaker dan twee keer per jaar een vlucht zal willen boeken. Het moet wel raar lopen wanneer deze reis met een dergelijke bloedspoed geboekt moet worden, dat een mobieltje uitkomst moet bieden…

Het probleem met het voorbeeld van vliegtuigtickets en andere onderweg aan te schaffen producten is, naast de onwaarschijnlijkheid, dat het punt van mobiele en internettechnologie gemist wordt. Nieuwe media gaan niet over de verkoop van producten of andere vormen van commercie, maar over communicatie. Een mens kan maar een beperkt aantal ijsjes, badkamertegels en pijpjes bier verwerken, de behoefte aan communicatie is echter oneindig. Op internet wordt weinig gekocht. Niemand neemt een abonnement bij World Online of kornuiten om bij amazon.com aan een boek te kunnen komen, maar wel om te kunnen e-mailen.
Wie het eventuele succes van UMTS wil begrijpen, moet dus nadenken over manieren waarop communicatie tussen mensen, en dus niet tussen mensen en machines, uitgebreid kan worden.

Schokkend beeld
Uiteraard zal het mobiele internetten de populariteit van e-mail nog verder laten escaleren. Onderzoek heeft laten zien dat de mens gemiddeld een uur per dag wachtend doorbrengt. Bij het bushokje, in de rij of op een antwoord. Tijd die zich met het typen van e-mailtjes makkelijk laat vullen. Zonder twijfel een vrolijk gezicht over een jaar of drie: dertig mensen in de wachtstand bij het postkantoor, die staande boze brieven of liefdesbekentenissen componeren.
Maar er is meer. De Nieuwe Technologie (altijd hoofdletters gebruiken!) laat ons beeld en geluid combineren. Dat levert aantrekkelijke perspectieven op, die echter niet alle werkelijkheid zullen worden. Zo is het idee van een ‘videophone’ al reeds lang een visioen van fabrikanten en telecom-operators. Philips heeft er al járen een gereed. Sterker, het ding was een tijd te koop! Een schokkerig, vreemd beeld, maar dat was het ergste niet: de consument had er weinig behoefte aan. Blijkbaar heeft iedereen wel door dat een bellend mens een weinig verheffend plaatje oplevert. En de ongekende mogelijkheden van de beeldtelefoon voor de porno-industrie zijn intussen wel door schrandere internetondernemers ingevuld.

De toekomst, het antwoordapparaat
Maar waar ook de mobiele beeldtelefoon niet van de grond zal komen, zijn er wel degelijk andere mogelijkheden. Denk aan het antwoordapparaat. Ook in het UMTS-tijdperk zal niet iedereen altijd en overal in staat of bereid zijn de telefoon op te nemen. Naast e-mail, zal het antwoordapparaat de killer-application van UMTS blijken. Een gezellig toneelstukje op het schermpje van de beller.

Er is een duidelijke behoefte aan uitbreiding van de mogelijkheden voor de antwoordapparaatinspreker. De laatste tien jaar heeft een spectaculaire diversiteit in soorten berichten laten zien. Niemand neemt meer genoegen met een zakelijk: ‘Bob is afwezig. Spreek een bericht in na de toon.’ Nee, de creativiteit is onstuitbaar. Toon me uw antwoordapparaat, en ik weet wie u bent. Het is tijd voor een beknopte typologie van het antwoordapparaat.

Het gezellige bericht
Hoewel de inspreker afwezig is, moet per boodschap worden ingewreven dat de bewoner van het huis gezellig en populair is. Dit type bericht is vooral in zwang bij samenhokkende mensen. In haar meest afgrijselijke variant, met een meedogenloze vorm van ‘wij hebben we het heeeeel leuk saampjes,’ klinkt het als:
‘Hoi!, dit het antwoordapparaat van Esther en…’ waarna Esther’s vriend enthousiast het woord neemt,
‘.. Bob!’
en nu samen onderwijl delirisch giechelend:
‘Wij zijn er even niet!’
Gezellig blijkt ook het noemen van het hele familie te zijn:
‘Met Bob, Esther, Job, kleine Kim en de pasgeboren Tobias. We zijn er even niet.’
Heel jammer…

Het humorvolle bericht
Over het algemeen is humor gevaarlijk. Omdat humor persoonlijk is, maar vooral omdat maar weinig mensen leuk zijn. Heel weinig. Dat blijkt al uit het feit dat veel van de antwoordapparaathumor zich op de dubbele bodem van het begrip ‘boodschap’ richt. Dat levert tenenkrommende tekstjes op van het niveau:
‘Bob en Esther zijn er niet. Doe uw boodschap na de piep,’
waarna het geluid van een doortrekkende wc de ziel van de nietsvermoedende beller teistert. Ook onderdeel van humor is het opdragen van taken aan de murw geslagen inspreker.
‘Bob is er niet. Spreek uw liefdesverklaring in na de piep.’
Een nare zijtak van humor wordt gedemonstreerd door:
‘Dit is de poes van Esther. Esther is er niet, en dat vind ik heeeeel jammer. Als jij dat ook jammer vindt, moet je maar wat inspreken.’

Het associatieve, of afwezige, bericht
De laatste jaren rukt het afwezige bericht op, een associatieve uiting van de geest van de bewoner van het pand. Vaak een liedje, leep geassocieerd met ‘telefoon’ of ‘bellen,’ maar soms ook gewoon een willekeurig nummer dat blijk moet geven van verfijnde smaak of een interessant bizarre voorkeur. Eenmalig bestseller auteur Donna Tartt liet op haar bandje bijvoorbeeld T.S. Elliot een strofe uit zijn sombere werk ‘The Waste Land’ voordragen.
In de categorie toepasselijke liedjes is De La Soule’s He, how you’re doing/sorry you can’t get through/why don’t you leave your name, and your number/and i’ll get back to you een eeuwige favoriet. Hanging on the telephone, van Blondie probeert al iets meer klasse te demonstreren, terwijl Just me and my telephone van John Lee Hooker al helemaal het summum van ingebeelde beschaving pretendeert.

Het paranoïde bericht
Met name alleenwonende meisjes spreken tot u via hun antwoordapparaat met:
‘Dit is nummer 4651899. Spreek een boodschap in na de piep.’
Ergens in het warrige hoofd van de inspreekster moet de gedachte hebben postgevat dat hiermee hijgers of andere ongewenste bellers worden afgeschrikt.Een curieuze gedachte. Niet alleen is de eigenares van het bericht nimmer zo onkwetsbaar voor de bellende indringer dan op het moment dat ze afwezig is, tegelijkertijd lijkt ze te menen dat het nu juist haar naam is, en niet haar stem, waardoor obsessief belgedrag getriggerd zal worden. Het is mij zelfs wel eens gebeurd dat ik op de achtergrond een blaffende hond meende waar te nemen, terwijl ik toch zeker wist met een poesbezitster van doen te hebben. Daarnaast moet opgemerkt worden dat de goed bedoeldende beller in verwarring achter gelaten wordt. Is het juiste nummer gebeld? Was ik ongemerkt verkeerd verbonden? Een telefoonnummer is immers zelden herkenbaar als het door een ander wordt uitgesproken, omdat herinnering van het tiencijferige getal intiem verknoopt is met het aangeleerde ritme; 46 518 99 is iets totaal anders dan 465 18 99.

Het verklarende bericht
Sommige mensen voelen de behoefte te verklaren waarom ze niet kunnen opnemen. Uiteraard is het zelden de werkelijke verklaring, en daarom degenereert deze categorie al snel vervaarlijk snel richting humor:
‘Hier Bob. Ik ben zojuist ontvoerd door buitenaardse wezens. Ze hebben beloofd me snel terug te brengen. Spreek dus je boodschap in, dan bel ik terug.’
Eventueel ondersteunt door een X-files deuntje op de achtergrond. Op zich al een dissertatie waard, de achtergrondengeluiden bij opgenomen boodschappen. Een echt verklarend bericht als:
‘Ik ben op vakantie, tot 23 augustus,’ komt zelden voor. Een verkeerd verbonden inbreker kon wel eens op het idee komen de stereo-installatie af te pakken.
Het anti-bericht
Een berichttype van mensen die zelfs als ze er niet zijn op zoek zijn naar slachtoffers om te beledigen. Denk aan:
‘Ik ben er waarschijnlijk wel, maar gebruik mijn antwoordapparaat om een ongewenst individu te weren. Spreek je naam in. Als ik niet terugbel, ben jij het.’
Een andere vorm van anti-berichten vinden we bij mensen die de inbellers willen foppen:
‘Met Bob,’
korte pauze,
‘he, hoe gaat het?,’
iets langere pauze,
‘goed hoor.’
En dan de biep. Teleurstellend, zeker als je de Bob in kwestie voor de tiende keer niet thuis treft.

Het meta-bericht
In onze tijd van ironische, post-moderne zelfverwijzingen, is ook het antwoordapparaat niet aan de aandacht ontsnapt. Denk aan een tekst als:
‘Dit is een weergave van de stem van Bob op zijn antwoordapparaat.’
Maar ook:
‘Met Bob, ik ben er niet. Hoewel, ik ben er best, anders kan ik dit bandje niet inspreken, maar dat is het punt niet. Het punt is: voor u, die me nu belt, waarbij ‘nu’ het moment is waarop u dit beluistert, ben ik afwezig.’
Of:
‘Ik ben Bobs antwoordapparaat. Wat ben jij?’

Het vertederende bericht
Het wordt zeldzaam, maar ze bestaan nog, de antwoordapparaten ingesproken door mensen die overduidelijk door de machine zijn geïmponeerd. ‘Oude’ mensen vaak, van boven de 50. Hun verwarring kan herkend worden aan de onwennig formele stem waarmee ze kond doen van hun afwezigheid. Of aan de hilarische overarticulatie, de te vroeg of veel te laat afgebroken boodschap. Je ziet ze frummelen met de knopjes, de schuifjes, naar flikkerende ledjes staren, lichtjes zwetend. Het vertedert de luisteraar, die met een glimlach geruststellend belooft later terug te bellen.

Technologie wordt, kortom, altijd ingezet voor het persoonlijke, voor communicatie. Ook iets simpels als een boodschap op het antwoordapparaat wordt bestempeld met het individuele. Een individualiteit die altijd nieuwe wegen zoekt en ook technologie beoordeelt op de mogelijkheid tot zelfexpressie. Totdat de rek eruit is, zoals in het antwoordapparaat nu toch echt het geval is. Tijd voor iets nieuws. Tijd voor UMTS?

Arnold Jonk

About arnold jonk