Vraag het aan Freekje

There are no facts, only interpretations.
F. Nietzsche
In deel 1 over het ontstaan van de experimentele psychologie, ontpopte de menselijke geest zich van passieve receptor tot actieve moderator en van onmeetbaar en vluchtig tot een entiteit waarvan toch in ieder geval de meest basale eigenschappen onderzocht en gemeten konden worden. Deel 1
Lees deel 1 van Het ontstaan van de experimentele psychologie
Link
De eerste schreden op dit pad werden gezet door Hermann von Helmholz (1821-1894), die een fervent aanhanger was van een vergaande vorm van een mechanisch wereldbeeld en dientengevolge heilig geloofde in de meetbaarheid van alle wereldlijke dingen. Dit verworden van de geest en vrije wil tot kenbare en dus voorspelbare machinerie werd echter niet door iedereen als wenselijk beschouwd. Zoals zal blijken waren andere grondleggers van de experimentele psychologie vaak geneigd toch in ieder geval een deel van de psyche onaantastbaar te laten omdat volledige mechanisering hen al te ontnuchterend voorkwam.

Gustave Fechner
Op 18 april 1801 werd Gustave Fechner geboren in Duitsland in een familie van Lutherse predikanten. Zijn vader, een vrijzinnig man die de spreuk “De wetten der natuurkunde moeten gerespecteerd worden gelijk God’s wetten” boven zijn kerkdeur had gehangen, stierf toen Fechner nog maar vijf jaar oud was waarna de kleine Fechner opgroeide bij zijn oom. Hoewel het predikantschap in zekere zijn familie definieerde, voelde Fechner geenszins voor een leven als voorganger. De medicijnenstudie trok hem veel meer en op zestienjarige leeftijd meldde Fechner zich aan bij de Universiteit van Leipzig. In 1822 studeerde hij af maar hij praktiseerde nooit.
Gustav FechnerTijdens en na zijn studie publiceerde Fechner regelmatig satires op de medische wetenschap onder het pseudoniem Dr. Mises. Zo hekelde hij in het schotschrift ‘Lofrede op de hedendaagse geneeskunde en de natuurhistorie’ de doktoren die hun medische blunders probeerden te rationaliseren. In dit stuk portretteerde hij bijvoorbeeld een dokter die het verkeerde been van zijn patiënt amputeerde om vervolgens de nieuwe theorie te lanceren dat elke medische behandeling het best toegepast kon worden op dat deel van het lichaam dat tegengesteld was aan het aangetaste deel. De naam Dr. Mises zou hij gedurende zijn leven gebruiken voor zijn meer speculatieve, filosofische en niet-wetenschappelijke werken.
Fechner
Fechner – Elements of psychophysics: Measurement of sensation & The fundamental formula and the measurement formula
Link
Na aan medicijnen de brui gegeven te hebben, was Fechner een tijd werkzaam als vertaler van Franse boeken over chemie en natuurkunde. Hoewel hij het werk op zich saai vond, bracht het hem wel in aanraking met de natuurwetenschappen en leerde hij tijdens het vertalen voldoende om uiteindelijk zijn eigen experimenten op het gebied van de elektriciteit te kunnen uitvoeren. Deze experimenten werden voldoende op waarde geschat om hem in 1824 een lectoraat aan de Universiteit van Leipzig te bezorgen. De volgende jaren voerde hij vele originele experimenten uit wat uiteindelijk resulteerde in een volledig professoraat in 1833.

Dag- en nachtaanzicht
Terwijl hij op weg was een gerenommeerd natuurkundige te worden, kwam Fechner in aanraking met de ‘Naturphilosophie’, een nogal mystieke denkstroom waarin gepostuleerd werd dat het gehele universum gezien kan worden als één levend organisme met bewustzijn en alle op bezieling duidende factoren van dien. Na de dood zou onze geest dan ook een worden met het alomvattende bewustzijn. De eenheid van het universum zou onthuld worden in de parallellen en symmetrieeen die we om ons heen zien in de natuur. Hoewel Fechner wel inzag dat binnen deze stroming de regulariteit vaak tot op absurde hoogte werd doorgevoerd – ook de Naturphilosophie werd door Dr. Mises onder handen genomen – zag hij in deze filosofie ook een tegengif tegen het steeds verder oprukkende materialisme, een wereldbeeld dat hem angst inboezemde.
Fechner zag wel de voordelen van een mechanistische benadering, die de toepassingsmogelijkheden van de fysiologie vergrootte maar – in tegenstelling tot de jongere Helmholz en zijn makkers – zag Fechner in de mechanisering ook een filosofische verschraling en een weinig vrolijk makende doctrine.
HelmholtzFechner raakte geobsedeerd door de (schijnbare) tegenstelling van enerzijds de natuur die gestuurd werd door de onveranderlijke en onontkoombare natuurwetten en anderzijds de onvermijdelijke impressie van de wetteloosheid van de vrije wil en wilskracht.
Als Dr. Mises schreef Fechner een serie artikelen waarin hij deze tegenstelling uitwerkte. In de mechanische versie van het wereldbeeld, dat door Fechner het ‘Nachtansicht’ genoemd werd, verwerd het universum tot een dode machine en werden het leven en bewustzijn slechts bijeffecten van de grote machine. Het ‘Tagansicht’, ofwel de bezielde versie van het wereldbeeld, schilderde het universum af als een plek waar bewustzijn een belangrijke rol vervulde en de mechanische wetten slechts een deel van het geheel beschreven.
De tegenstelling tussen dag en nacht hield Fechner jarenlang mentaal bezig terwijl hij zijn vak als natuurkundige gewoon uitvoerde. Echter, in 1839 werd hij onder niet geheel duidelijke omstandigheden getroffen door een alomvattende zenuwinzinking die van hem een invalide man maakte die vaak niet in staat was te spreken of te eten. Fechner was genoodzaakt zijn baan op te zeggen en voor enkele jaren trok hij zich terug in een geïsoleerde positie. Na enige tijd krabbelde hij fysiek weer op – na verluid onder invloed van een dubieus dieet – en publiceerde hij twee esoterische werken, een over het zielenleven van planeten en een aangaande de hemelse of bovenmenselijke zaken ‘and the beyond’ [toe maar!]. Begrijpelijkerwijs kwamen deze publicaties de wetenschappelijke reputatie van Fechner niet ten goede.
In oktober 1850 kreeg Fechner echter een plotselinge ingeving die hem terug zou brengen in de wetenschap. Delibererend over de relatie tussen de mechanische en de mentale wereld, zag Fechner waar bijvoorbeeld Helmholz juist de verschillende tussen deze werelden had benadrukt, plots een harmonie en regelmaat die de missende link verschafte tussen zijn Nagtansicht en Tagansicht.

Psychofysica
Tichener
Titchener – On ‘psychology as the behaviorist views it‘ [watson]
Link
Dat wetenschappers gekweld worden door de botsing tussen ideeën en idealen, is uit het voorgaande wel duidelijk geworden. Diezelfde idealen kunnen echter hun interpretatie van fenomenen ook vormgeven op een wijze die wishful thinking overstijgt. Het was de fysiologen al opgevallen dat stimuli met bepaalde fysische eigenschappen verschillende waarnemingen konden veroorzaken. Zo kan men een speld horen vallen als er uiterste stilte heerst maar zal hetzelfde geluid onopgemerkt blijven in een bomvolle tram. Wetenschappers als Helmholz zouden dit wellicht afdoen als weer een bewijs voor de vertekening die de zintuigen zelf veroorzaken maar Fechner, die zo naarstig op zoek was naar harmonie, hoopte dat de verschillen tussen de waargenomen en de fysische intensiteit wellicht op een mathematisch harmonische wijze beschreven konden worden. Een leuk idee maar hoe kan men de subjectieve intensiteit meten?

De fysioloog Ernst Heinrich Weber (1795-1878) had enkele jaren voor Fechner’s ingeving al onderzoek gedaan naar wat ‘the just noticeable difference’ (jnd) genoemd wordt [een van de vragen van de Nationale Wetenschapsquiz jl. had hier betrekking op, zoals u zich wellicht herinnert]. Weber liet zien dat de mate waarin mensen in staat zijn om gewichten van elkaar te onderscheiden, afhankelijk is van het relatieve verschil in gewicht en niet het absolute. De kleinste jnd voor gewichten zou rond de 1/30 liggen. Zo kunnen we dus een voorwerp van 30 gram qua gewicht onderscheiden van een voorwerp van 29 gram maar weegt een voorwerp 60 gram, dan wordt verschil in gewicht met een voorwerp van 59 gram niet opgemerkt maar met een voorwerp van 58 gram wel. Ook had Weber reeds vastgesteld dat de jnd verschilt per zintuig. Zo zouden de verhouding voor waarneembare verschillen tussen lengtes van lijnen liggen rond de 1/100 en voor toonhoogte rond de 1/161 vibraties per seconde. Hoe en of een fenomeen wordt waargenomen is dus afhankelijk van de context.

Tichener
Titchener – the schema of introspection
Link
Op basis van deze gegevens stelde Fechner dat de jnd zou kunnen fungeren als eenheid van subjectieve intensiteit waarbij men dan de kleinste intensiteit die kan worden waargenomen – door Fechner de absolute drempel genoemd – als nulpunt van een schaal kan nemen. Op deze manier kunnen de jnd’s grafisch worden afgezet tegen de fysische intensiteit en kan de curve die ontstaat op mathematische wijze beschreven worden. De curven die ontstaan voor de verschillende zintuigen, lijken wat betreft vorm op elkaar en Fechner leidde af dat deze beschreven konden worden met de formule:
S = k log P
Waarbij S de subjectieve intensiteit is met als schaal jnd’s, k een constante die varieert per zintuig en P de fysische intensiteit.
In 1860 publiceerde Fechner Elements of psychofysics waarin hij zijn bevindingen beschreef en stelde dat de vertekening van de fysische werkelijkheid door de zintuigen inderdaad bestond maar wel een ordelijke en wetmatige was.
Geruime tijd later zou de psycholoog Smith Stevens (1906-1973) aantonen dat de wet van Fechner enige correctie behoefte en dat de beschrijving
S = k Pª
Een nauwkeuriger en algemener bleek.
In deze formule kan a waarden aannemen die kleiner dan 1 zijn – in welk geval deze wet nagenoeg gelijk wordt aan die van Fechner-, gelijk aan 1 – waarbij de waargenomen en fysische intensiteit niet van elkaar verschillen – en waarden groter dan 1 – in welk geval de subjectieve intensiteit sneller toeneemt dan de fysische intensiteit. Een voorbeeld van deze laatste verhouding is de subjectieve waarneming van elektrische schokken: bij een laag voltage worden verschillen in intensiteit nauwelijks waargenomen maar neemt het voltage toe, dan zijn kleine verschillen in voltage al voldoende voor grote verschillen in subjectieve intensiteit.

Hoewel algemeen werd aangenomen dat de geestelijke zaken onmeetbaar waren deden de bevindingen van Helmholz en Fechner – beide niet psycholoog maar fysioloog c.q. natuurkundige – vermoeden dat mentale fenomenen veel vatbaarder waren voor meting dan men had vermoed. Met hun werk ontstond de verwachting en hoop op een heuse experimentele (= wetenschappelijke) psychologie. De eer om deze belofte werkelijk te verwezenlijken zou Wilhelm Wundt, een assistent van Helmholz, ten deel vallen.

Wilhelm Maximilian Wundt
Wundt werd geboren te Mannheim op 16 augustus 1832 in een familie vol academici: opa was geschiedkundige en twee ooms waren natuurkundige en professor in de fysiologie. Als kleine jongen kreeg Wundt malaria waardoor het gezin genoodzaakt was te verhuizen naar het platteland in de buurt van Heidelberg. Wundt’s enige broer Ludwig bleef bij een tante in Heidelberg wonen en Wundt groeide dus het grootste deel van zijn jeugd op als was hij enigst kind.
WundtTussen de sterke boerenjongens maakt de fysiek onhandige Wundt geen enkele kans en de jonge pastoor’s zoon trok zich steeds meer terug in een droomwereld wat hem vaak parten speelde op de streekschool. Zijn vader schijnt hem een keer in het openbaar een pak rammel verkocht te hebben omdat hij de onoplettendheid van zijn zoon in de klas niet meer kon aanzien. Wundt falen op school deden zijn desperate ouders besluiten ook hun jongste kind naar Heidelberg te sturen. Hier kwam Wundt eindelijk in aanraking met mensen met dezelfde interesses als hij en op negentienjarige leeftijd ronde hij zijn middelbare schoolcarrière af met een redelijke cijferlijst.
Zijn cijfers waren echter niet afdoende om in aanmerking te komen voor een universiteitsbeurs en zijn ouders, die niet erg rijk waren, vroegen zich af of hun geld welbesteed was aan een universitaire opleiding van hun jongste telg. Op aandringen van oom Friedrich Arnold, professor in de fysiologie aan de Universiteit van Tübingen, meldde Wundt zich toch aan voor de medische opleiding aan deze universiteit en na een langzame start kreeg Wundt plotseling de geest. Toen oom Friedrich een jaar later een baan aannam in Heidelberg, reisde Wundt met hem mee om zijn opleiding aldaar voort te zetten.

Na zijn medische opleiding te hebben afgerond praktiseerde Wundt voor korte tijd als assistent patholoog maar al snel trok hij naar Berlijn om aldaar een opleiding fysiologie te volgen bij Johannes Müller en Emile du Bois-Reymond. Enige tijd later keerde Wundt terug naar Heidelberg waar hij korte tijd als privé-docent werkzaam was en zijn eerste boek schreef over de fysiologie van spierbewegingen. Al snel echter kon hij aan de slag als assistent van Helmholz, een slecht betaalde baan die voornamelijk uit lesgeven bestond. Zes jaar lang doceerde Wundt en besteedde hij zijn vrije uren aan onderzoek dat hij, hoewel of juist omdat het erg gerelateerd was aan het onderzoek van Helmholz en zijn kornuiten, hoofdzakelijk alleen uitvoerde.

WundtIn deze tijd ontwierp Wundt onder andere de ‘gedachtenmeter’ een apparaat dat lijkt op een pendule. Bij volledig uitslaan van de slinger werd een bel geraakt maar Wundt stelde vast dat hij de slinger nooit precies op het uiterste punt zag als hij de bel hoorde maar altijd al op zijn weg terug leek. Het leek erop dat, hoewel de auditieve en visuele stimuli tegelijktijdig plaatsvonden, de visuele waarneming enigszins vertraagd was. Waar Helmholz en zijn werknemers zich steeds hadden gebogen over de eigenschappen van het perifere zenuwstelsel – de spieren en dergelijke – leek Wundt’s nieuwe instrument erop te duiden dat ook het centrale zenuwstelsel – de zenuwactiviteit in de hersenen en ruggenmerg – voor meting vatbaar waren. Verklaarde Helmholz bijvoorbeeld verschillen in reactietijd tussen mensen aan de hand van verschillende lengten van zenuwen in het perifere zenuwstelsel, nu postuleerde Wundt de stelling dat de verschillen ook verklaard konden worden door differentiaties in het centrale zenuwstelsel; ofwel door snelheid van informatieverwerking in de hersenen zelf.
Wundt
Wundt – Principles of physiological psychology
Link
In het boek Contributions to the theory of sensory perception dat Wundt in 1862 publiceerde, noemde hij in de inleiding voor het eerst de mogelijkheid tot een heuse experimentele psychologie.

Experimentele psychologie versus Völkerpsychologie
Hoewel Wundt dus als eerste de mogelijkheid opwierp van een nieuw discipline, was hij van mening dat de psyche niet geheel meetbaar was. Volgens Wundt zou het individuele bewustzijn wel vatbaar zijn voor experimenten maar zouden mentale processen die voortkwamen uit het collectieve of sociale bewustzijn – denk aan de processen die bijvoorbeeld gebaseerd zijn op taal, een sociaal ‘middel’ – niet op experimentele wijze meetbaar gemaakt kunnen worden. Deze restrictie sloot nogal wat processen uit, namelijk alle hogere mentale processen zoals denken en redeneren. Naast de experimentele psychologie zou er dus nog een niet-experimentele psychologie moeten blijven bestaan die Wundt de Völkerpsychologie noemde. Binnen dit discipline zouden onderwerpen als religie, gewoonten en taal onderzocht moeten worden, ofwel de culturele kenmerken van de psyche die grotendeels de hogere mentale processen bepalen.
Wertheimer
Max Wertheimer – Laws of organization in perceptual forms
Link
In 1862 bood Wundt voor het eerst een cursus experimentele psychologie aan en in diezelfde tijd schreef hij Lectures on the human and animal mind, een twee volumes tellend boek dat, hoewel Wundt er later niet erg over te spreken was, de basis legde voor zijn Völkerpsychologie.

In 1863 nam Wundt ontslag als Helmholz’s assistent. Onduidelijk is wat zijn beweegredenen waren en zelfs of hij niet eigenlijk ontslagen werd. De universiteit bood hem een assistent professoraat aan maar aangezien hieraan geen salaris verbonden was, zag Wundt zich genoodzaakt bij te beunen. De boeken die hij tot dan toe had geschreven waren geen groot succes maar toch besloot hij te proberen zijn geld te verdienen met schrijven. In drie jaar tijd schreef hij drie boeken – over fysiologie, medische fysica en een filosofische verhandeling over de fysieke basis van causaliteit – die hem wat geld opleverden enig krediet op het gebied van de filosofie.
In 1867 schreef hij Recent Advances in the field of Physiological Psychology, een werk dat enthousiast ontvangen werd en velen ervan overtuigde dat de psychologie inderdaad op het punt stond om op de wetenschappelijke kaart gezet te worden. Wundt beloofde in deze paper uitgebreider terug te komen op de connectie tussen fysiologie en psychologie, een belofte die hij pas in 1874 zou vervullen.
Hoewel Wundt nationaal en internationaal steeds meer bekendheid kreeg kwam dit zijn positie aan de Universiteit van Heidelberg niet ten goede. Toen Helmholz in 1871 naar Berlijn vertrok werd Wundt gepasseerd. Wundt begon inmiddels al tegen de veertig te lopen en zijn noeste werk en reputatie ten spijt, een vaste positie met bijpassende vergoeding was hem nog steeds vreemd.

In 1874 verscheen dan uiteindelijk Wundt’s veel geroemde werk dat wel beschouwd wordt als het eerste boek over de nieuwe discipline, Principles of Physiological psychology. In de twee volumes beschreef Wundt een groot aantal mogelijke experimenten en verschillende lijnen van mogelijk onderzoek. Hiermee definieerde hij in zekere zin de nieuwe discipline. In hetzelfde jaar werd Wundt gevraagd voor een professoraat in de filosofie in Zürich – dit ondanks dat Wundt in zijn leven slechts één cursus filosofie had gevolgd – en een jaar later werd hij uitgenodigd om in Leibzig eenzelfde functie te bekleden. Deze gelegenheid greep Wundt aan om zijn experimentele psychologie uit te bouwen.

De jaren in Leibzig
Tichener
Tichener – the postulates of a structural psychology
Link
Hoewel hem ruimte toegezegd was om zijn vele proefopstellingen uit te stallen die de nieuwe experimentele psychologie zouden moeten aankleden en verwezenlijken, duurde het een tijd voor deze hem ook daadwerkelijk werd toegewezen. De eerste tijd doceerde Wundt op het gebied van taal, antropologie en logica en pas in 1876 werd de gelofte ingewilligd. In 1879 was het laboratorium werkelijk in volle gang en datzelfde jaar verscheen de eerste dissertatie op het gebied van de experimentele psychologie: een reactie-tijd studie, uitgevoerd door Max Friedrich. In 1881 werd Wundt’s afdeling officieel het Instituut voor Experiementele Psychologie en richtte Wundt zijn het tijdschrift Philosophische Studieen op, waarin de resultaten van de onderzoeken uit zijn Instituut werden beschreven. Het Instituut floreerde en behoefte binnen korte tijd drie keer uitbreiding.

In het Instituut werd onder andere de generaliseerbaarheid van Fechner’s wet onderzocht, wat veelal de uitvindingen van ingenieuze apparaten vereiste. Daarnaast deed men onderzoek naar de tijd die nodig was om opeenvolgende stimuli van elkaar te onderscheiden – resultaten die niet lang erna gebruikt zouden worden voor de eerste films. Het onderzoek naar de mentale chronometrie, dat in het verlengde lag van Wundt’s gedachtenmeter, was Wundt’s paradepaardje en hoewel de andere onderzoeken interessante feiten opleverden, was dit eigenlijk het enige onderzoek dat tevens bijdroeg aan de vormgeving van theorie. Dit onderzoek zou onder andere leiden tot de herintroductie van Leibniz’s term apperceptie.
In tegenstelling tot percepties – pure waarnemingen – zijn appercepties waarnemingen die bewust worden en daarmee onderhevig zijn aan interpretatie. Waar percepties hoogstens associaties opleveren, zouden appercepties ook nieuwe, originele combinaties kunnen opleveren en zo resulteren in creatieve syntheses. In theorie zouden percepties, als iemand gehele geschiedenis bekend is, voorspelbaar zijn maar Wundt stelde dat appercepties niet voorspelbaar zijn daar deze geleid worden door de invloed van motieven, aangeboren voorliefdes, emoties, gevoelens en de effecten van de vrije wil. Appercepties zijn dus onderhevig aan een psychische causaliteit waarvan de regels niet slechts terug te voeren zijn op het causaliteitsprincipe zoals we dat in de natuurwetenschappen kennen.
Titchener
Introspectie, structuralisme en Gestalt
Wundt zag introspectie – de observatie en rapportage van de eigen subjectieve innerlijke gewaarwordingen – als een van de meest directe bronnen van innerlijke informatie voor de psychologie.
De organiserende principes zoals die door de Gestaltpsychologen werden vastgesteld:Hij waarschuwde echter dat de elementen die introspectie blootlegde, niet geïnterpreteerd moesten worden als de bouwstenen van het bewustzijn zelf. Waar chemische elementen zoals zuurstof, koolstof en waterstof ook in hun pure vorm interessante eigenschappen bezitten, zouden de basale elementen van de introspectie – gewaarwordingen en gevoelens – niet zonder elkaar kunnen bestaan en meer gezien moeten worden als abstracties dan als concrete ervaringen van het bewustzijn. two squares
Aan figuur A kunnen verschillende organiserende principes ten grondslag liggen, maar we zien veelal twee overlappende vierkanten: B heeft de voorkeur.
Een van Wundt’s studenten, de Engelsman Edward Titchener (1867-1927) die later in Amerika een instituut voor experimentele psychologie a la Wundt opzette, was echter van mening dat introspectie juist als doel had om de basale elementen van het bewustzijn te onthullen. In de door hem gestarte stroming die hij structuralisme noemde, probeerde hij middels introspectie de invloed van aangeleerde ervaringen en kennis uit te schakelen en op deze manier de oorspronkelijke bouwstenen van het bewustzijn bloot te leggen.
de wet van nabijheid: we zien drie groepen en niet 14 losse stippen.Hoewel Wundt dus had gewaarschuwd dat ervaringen meer zijn dan de som der delen, waren het juist die delen die Titchener probeerde bloot te leggen. De door Titchener ingeslagen weg werd door velen bekritiseerd en deze onderzoekslijn bleek weinig productief.
Tegelijkertijd werd door de Oostenrijker Christian von Ehrenfels (1859-1932) los van Wundt’s invloed, de eerste stenen gelegd voor een stroming die de Gestaltpsychologie wordt genoemd. sim law
de wet van gelijkheid: gelijke elementen worden veelal waargenomen als één.Ehrenfels schreef over de perceptuele kenmerken van vormen (bijvoorbeeld een vierkant) die niet middels introspectie opgedeeld konden worden in te onderscheiden elementen (vier gelijke lijnstukken) zonder de kenmerkende karakteristieken ervan aan te tasten. In 1910 zouden Kurt Koffka (1886-1941) en Wolfgang Köhler (1887-1967) onder leiding van Max Wertheimer (1880-1943) de Gestaltpsychologie echt vormgeven. Waar Titchener probeerde te beginnen bij de kleinste elementen om vervolgens te beschrijven hoe deze optellen tot de grote gehelen, beginnen de Gestaltpsychologen bij de gehelen en beschrijven vervolgens de rol van de delen in deze gehelen.direc law
De wet van constante richting: een lineaire schikking wordt geacht op continue wijze van richting te veranderenZou Titchener bijvoorbeeld een vierkant opdelen in vier gelijke lijnstukken, de Gestaltpsychologen zijn van mening dat het kenmerkende van een vierkant hiermee verdwenen is: het vierkant kan niet opgedeeld worden zonder zijn karakter te verliezen. De Gestaltpsychologen stellen dan ook dat de menselijke waarneming haar eigen orde en organisatie oplegt aan de individuele elementen van de waarneming.

Omdat Titchener zich in de Engels sprekende delen van de wereld had opgesteld als een volgeling van Wundt en de Engelssprekenden veelal niet de moeite namen de Duitse teksten van Wundt zelf te lezen, werd het falen van Titcheners structuralisme en zijn atomistische instelling, vaak in de geestelijke schoenen van Wundt geschoven.clow law
de wet van sluiting: patroon A zien we niet als bestaande uit twee elementen zoals weergegeven in figuur C maar als drie gesloten gehelen zoals in B. In Amerika overheerste het behaviorisme, een psychologische stroming waarbinnen de observeerbare gedragspatronen van mensen dienen als bron van informatie en de psyche zelf eigenlijk vrijwel geheel van het toneel verdwijnt. Deze gedragsgeoriënteerde stroming staat lijnrecht tegenover de vergaande introspectie van Titchener, wat hem weinig populair maakte en daarmee ook de goede naam van Wundt bezoedelde. contra law
Niet de wet van gelijkheid maar van nabijheid domineertLange tijd werd Wundt afgeschilderd als een dogmatisch man wiens zogenaamd experimentele psychologie onvruchtbaar was gebleken. Pas recentelijk is Wundt’s naam enigszins gezuiverd en wordt erkent dat zijn ideeën veelal aansluiten bij de hedendaagse onderzoeken naar bijvoorbeeld informatie verwerking.

met dank aan M.M. Dastani

Sofie van der SluisL’edicola; WB-archief
meer stukken van deze auteur
meer stukken in dezecategorie
alle in hetarchief hoekhoek

About sofie van der sluis