De motor der beschaving

Geachte heren vakcollega’s,

Vanavond ben ik uitgenodigd om te spreken over de stand van zaken in ons vakgebied. Wij als ingenieurs hebben de verantwoordelijke taak om de mensheid vooruitgang en vernieuwing te brengen. Van oudsher zijn wij daarin uitstekend geslaagd. Vele generaties van ingenieurs hebben onvermoeibaar aan de vooruitgang gewerkt. Wie goed rondkijkt in ons land, kan de zegeningen van deze arbeid duidelijk in het landschap aflezen. Reusachtige betonnen dammen houden het water daar waar het hoort: in zee. Geïsoleerde en achtergebleven gebieden zijn door asfalt en spoorwegijzer deel geworden van de beschaafde wereld. Een netwerk van stalen elektriciteitsmasten brengt licht tot in de meest duistere uithoeken van ons land. En dat is nog niet alles: vliegtuigen hebben het luchtruim veroverd, en zelfs in het heelal zijn wij op verschillende fronten actief.

[tijd voor applaus]

Vele anderen profiteren van de noeste arbeid die wij ingenieurs leveren. Boeren bewerken met de modernste hulpmiddelen de stukken land die wij nog niet verder ontwikkeld hebben. Zakenlui laten zichzelf en hun handelswaar over land, over zee en door de lucht vervoeren. De activiteit van deze mensen zet een kroon op het werk van ons ingenieurs en doen de welvaart die wij in eerste instantie scheppen nog verder toenemen. De nauwe handelscontacten die de moderne transportsystemen tot stand brengen, leiden tot intensieve uitwisseling van cultureel en wetenschappelijk leven. Ik zou willen beweren dat zolang de plaatwals loopt en de betonmolen draait, het met onze beschaving altijd de goede kant op gaat.

[klein applausintermezzo]

Nu wij vastgesteld hebben dat in feite alles wat stinkt en herrie maakt, het noodzakelijke fundament is voor onze beschaving, wordt het tijd om enkele waarschuwende woorden uit te spreken. Mijn waarnemingen in de afgelopen jaren lijken erop te wijzen dat de betonmolen tot stilstand dreigt te komen. Ik zou zelfs durven stellen: het fundament onder onze civilisatie vertoont sporen van betonrot. De gevolgen hiervan zouden wel eens dramatisch kunnen zijn. Laat mij dit aan de hand van een aantal voorbeelden verduidelijken.

Enkele jaren geleden werd Nederland bedreigd door overstromingen. Ons land werd in de rug aangevallen door smeltwater uit de Alpen. Niet het zoute, maar het zoete water bleek plotseling onze vijand te zijn. Enkele rivierdijken die nog uit de vroege Middeleeuwen stammen – en derhalve slechts uit aangestampte aarde bestaan – stonden op het punt te bezwijken. Paniek en massale evacuaties waren het gevolg. Dat de situatie uiteindelijk goed is afgelopen, was meer geluk dan wijsheid. Ogenblikkelijk na deze bijna-ramp is er in diverse gerespecteerde vakbladen een groot aantal plannen gepubliceerd. Stuk voor stuk waren deze bedoeld om ons land voor de toekomst te wapenen tegen het wassende water. Het gaat hier om uiteenlopende voorstellen, in de beste traditie van grote civieltechnische werken. Ik herinner mij bijvoorbeeld het idee van een Hooverdam in de Rijn bij Lobith. Een dergelijk project zou ons land verlossen van de natte dreiging uit het Oosten. Ook zou de betonmolen – het meest vitale instrument van onze samenleving – jarenlang op volle toeren kunnen draaien. Onze regering echter heeft deze adviezen volledig in de wind geslagen. Binnen diverse ministeries is het idee ontstaan om de rivieren weer de ruimte te geven. Daartoe worden thans grote stukken landbouwgrond onder water gezet, om als buffer te kunnen dienen als het water weer opkomt.

Deze laffe oplossing werpt ons eeuwen terug in de tijd; terug naar een periode waarin het water vrij spel had en de bewoners van ons land enkele keren per jaar naar een heuveltje moesten vluchten. Onze wijlen vakcollega’s Leeghwater en Lely draaien zich hoofdschuddend om in hun graf.

Ik heb dit voorbeeld aangehaald omdat er een uitgesproken minachting uit blijkt voor alle vooruitgang die wij ingenieurs in de loop der tijd tot stand hebben gebracht.

[stilte]

Degenen onder u die denken dat alleen de regering het spoor der vooruitgang bijster is, moet ik helaas teleurstellen. Ook de financiële wereld vertoont een verregaande desinteresse in onze sector. Ik heb dat onlangs aan den lijve ondervonden. Als ingenieur op leeftijd leek het mij aardig om mijn betrokkenheid met de samenleving wat extra kracht bij te zetten. Zo kwam ik op het idee om mijn bescheiden aandelenpakket in de Hollandsche Beton Groep uit te breiden tot vijf stuks. Bovendien wilde ik mij wat breder oriënteren, bijvoorbeeld met een aandeel Koninklijke Hoogovens. Toen ik de juffrouw bij mijn bank om raad vroeg omtrent deze kapitaalinjectie in de techniek, ontstond een Babylonische spraakverwarring. Op vriendelijke toon werd gepoogd om mij aandelen aan te smeren van fabrikanten van telefoontoestellen en typmachines. Verder werd me aangeraden om deel te nemen in zogenaamde “clickfondsen” of “duurzame aandelenpakketten”. Tot mijn stomme verbazing maakte het aandeel Hollandsche Beton Groep geen deel uit van een van deze beleggingsconstructies. En dat terwijl er toch niets duurzamers valt te bedenken dan een goede betonconstructie!

[pauze voor verbijstering]

Geachte vakgenoten, de financiële wereld heeft geen oog meer voor de pijlers waarop onze welvaart rust. Een eenzijdige belangstelling voor goud heeft ze blind gemaakt voor de materialen die werkelijk rijkdom brengen: het beton en het staal.

[even ruimte voor applaus]

Het is zelfs zo ver gekomen dat grote groepen van de bevolking de vooruitgang de rug toe hebben gekeerd. Ik wil u in dit verband kort wijzen op de gevaren van de overspannen waardering van oudbouwwoningen. Mensen tonen zich massaal bereid om te wonen tussen rottend hout en afbrokkelende bakstenen. In de binnensteden van ons land worden enorme bedragen betaald voor tochtige en lekkende oudbouwwoningen. Met hand en tand verzetten de bewoners van dergelijke ziekmakende krotten zich tegen iedere vorm van sloop en nieuwbouw. Dit gedrag is hardnekkiger dan u denkt. Uit de vakantiebestemmingen van velen blijkt eerder een gevaarlijke neiging tot vals sentiment, dan een begrip voor de vernieuwende mentaliteit die ons ingenieurs zo eigen is. In plaats van inspirerende reizen naar het Ruhrgebied maken mensen met duizenden tegelijk uitstapjes naar plaatsen waar oudbouw en verval ongekende vormen hebben aangenomen. Ik noem Rome en Mexico. Juist deze plaatsen laten de desastreuze gevolgen van oudbouw duidelijk zien. Niets anders dan het nalaten van sloop en nieuwbouw heeft de Romeinen van weleer teruggeworpen tot de Italianen van nu. Om dezelfde reden zijn de ooit zo machtige Azteken verworden tot Mexicanen. Ik benadruk nogmaals: zolang de betonmolen draait, gaat het de beschaving goed.

Tenslotte geachte vakcollega’s, bespeur ik tot mijn grote spijt ook een afnemende zorgvuldigheid binnen ons eigen vakgebied. Recente gebeurtenissen in de stad New York hebben aangetoond dat zelfs nieuwbouw niet meer de kwaliteit heeft die wij van ingenieurswerk verwachten. Zoals bekend deden op 11 september jongstleden twee vliegtuigen de torens van het Wereldhandelsgebouw instorten. Reeds op de dag van de aanslag wemelde het in de media van ingenieurs die probeerden uit te leggen dat een wolkenkrabber nooit bestand is tegen een dergelijke ramp. Ja, geachte vakcollega’s, ik overdrijf niet. Hier tonen de verraders van ons eigen vakgebied zich openlijk. Laat mij deze leugenachtige en paniekzaaierige doemdenkerij weerleggen. Ik houd vol dat elke zorgvuldig gebouwde wolkenkrabber bestand is tegen een dergelijke aanslag. Het bewijs hiervoor is eveneens in New York geleverd. Op 28 juli 1945 botste een bommenwerper van de Amerikaanse luchtmacht frontaal op het hoogste gebouw van de stad: het Empire State Building. Er waren weliswaar veertien doden te betreuren, maar het gebouw bleef overeind staan! En staat daar – zoals u weet – nog steeds, wederom het hoogste gebouw van de stad.

Het moge duidelijk zijn dat er op dit ogenblik geen enkele reden voor ons is om genoegzaam achterover te leunen. Juist in deze tijden van achteruitgang en verval, met de betonmolens onder zware druk, moeten wij ons gezamenlijk tot het uiterste inspannen om ons vak, de civiele techniek, weer de rol te laten spelen van civilisatie-technologie.

Ik dank u voor uw aandacht.

[Applaus]

Ir. Glas

About ir. glas