Doping: de zinloze carrousel

Het is weer zover. Er zijn wielrenners betrapt op doping en bij politie-invallen zijn dopinggeduide middelen gevonden. Dan treedt een carrousel in werking. De renner ontkent meestal en wordt ontslagen, zoals Dario Frigo in de Ronde van Italië. Ploegleiders en andere renners haasten zich te verklaren dat dit individuele gevallen zijn en zeggen dat bij de invallen hun privacy geschonden is. Sommige renners gaan in de wilde weg anderen beschuldigen; oud-tourwinnaar Marco Pantani heeft daar de laatste tijd een handje van. De voorzitters van de Internationale Wielerunie (UCI) Hein Verbruggen en van de Koninklijke Nederlandse Wielerunie Joop Atsma laten weten dat wielrennen brandschoon is. Een paar dagen later zeggen ze dat er wél een probleem is. Journalisten verdelen zich: het ene kamp, onder wie ongenuanceerde columnisten als Hugo Camps en Sylvain Ephimenco (NRC), roept dat het bij wielrennen een zooitje is. Het andere kamp blaat de renners na dat invallen onnodig zijn omdat er toch dopingcontroles zijn. De roep om strengere controles weerklinkt; anderen willen doping vrijgeven. Wilde geruchten over renners en ploegen circuleren. Alle betrokkenen -ploegleiders, verzorgers, renners, instanties, journalisten- spelen elkaar de zwarte piet toe en de (sport)journalistiek registreert het gretig. Sensatie!

Misselijkmakende theatervoorstelling
Een goed debat over wat doping is, blijft echter uit. Steeds weer staat de schuldvraag centraal. De wielrennende dopinggebruiker wordt neergezet als een crimineel die de regels van zijn sport overtreedt. De voetballende gebruiker krijgt op bijna genante wijze (zie Frank de Boer, Edgar Davids) het voordeel van de twijfel. De zogenaamde dopingdiscussie laait op en verstomt haast ongemerkt. Tot het volgende grote dopinggeval. In deze pseudo-discussie wordt oud-renners vaak verweten (o.a. door Atsma, Verbruggen en types als Mart Smeets) dat ze pas na hun carrière over doping spreken. Hoe naïef. Want de renners kunnen niet anders. Oud-wereldkampioen en nog actief mountainbiker Jerôme Chiotto vertelde vorig jaar dat hij EPO gebruikt. De Festina-renners meldden (ik vermijd hier het woord bekennen) huilend in de gevangenis EPO te gebruiken. Als beloning voor hun openheid werden ze geschorst – alsof ze de enige gebruikers waren! Dus kun je beter zwijgen. Ploegleiders, artsen en verzorgers zitten in hetzelfde schuitje. Kijk naar de rechtszaak tegen TVM in Reims, waar Cees Priem en de zijnen bleven volhouden dat de bij hun ploeg aangetroffen EPO voor een kinderziekenhuis bestemd was. Het was een misselijkmakende theatervoorstelling, maar ik moet Priem gelijk geven in zijn hardnekkige ontkenning met bijbehorende sprookjes. Als hij spreekt, zouden velen uitsluitend hem als boosdoener aanwijzen.

Zelfbenoemd dopingbestrijder Hein Verbruggen doet volop mee aan de hypocrisie. Bij elk dopingincident leidt hij de grote niets-aan-de-hand-show, die de renners en andere belanghebbenden opvoeren. Hij is bevriend met Richard Virenque en raadde hem na de Tour 1998 aan: ‘beken je gebruik’. Kennelijk wist Verbruggen meer, maar schorste zijn goede vriend niet. In het proces tegen Festina eind 2000 trad hij niet op als getuige, maar als burgerlijke partij die schade zou hebben opgelopen. Zo hoefde hij niet onder ede verhoord te worden. Toen verzorger Willy Voet hem ervan beschuldigde dopinggevallen weg te moffelen, dreigde Verbruggen hem met een proces. Die rechtszaak zal er nooit komen, want dan moeten hij en vele getuigen met de billen bloot.

Dezelfde verhalen
De journalistiek slaagt er totaal niet in duidelijkheid te scheppen. Ze is vooral bezig de schuldvraag te stellen. De gewraakte uitzending van Reporter, op 30 december 1999, deed een poging een aantal mechanismen rond doping duidelijk te maken – er bleken veel meer partijen en belanghebbenden dan alleen wielrenners. Toch waren het voornamelijk de ‘bekentenissen’ van oud-renners Maarten Ducrot, Steven Rooks en Peter Winnen die veel stof deden opwaaien. Sensatie krijgt in de media nog altijd voorrang boven eigen onderzoek en onafhankelijk oordelen. Journalisten zijn chauvinistisch: ze geloven, als echte fans, niet dat hun landgenoten gebruiken. In 1999 werd de Belg Frank Vandenbroucke genoemd in een mogelijke dopingaffaire. De Nederlandse kranten kopten groot: ‘Luik-Bastenaken-Luik-winnaar middelpunt dopingschandaal.’ Belgische kranten vergoelijkten alles. Bij het TVM-proces viel de naam Servais Knaven als mogelijk EPO-gebruiker bij TVM. Nederlandse media deden het in één zinnetje af. De Nederlandse sporter moet je nog eens kunnen interviewen: te vriend houden is het devies. Journalisten zijn bovendien ook vaak zwaar bevooroordeeld. Een wielrenner is al bij voorbaat verdacht. Maar zwemmer Marcel Wouda, of elke willekeurige tennisser en voetballer kan zeggen dat de herstelspuit ‘erin ging’, zonder verdacht te worden gemaakt. Noch die sporters, noch die journalisten weten wat er inzit. Wel, ik zal het ze maar eens zeggen: meestal anabole steroïden – een middel dat op de dopinglijsten staat. Dat maakt anabolen overigens nog niet fout.

De vraag wat doping is, wordt te weinig gesteld. Prestatiebevorderende middelen zegt de één, de ander spreekt van produkten die schadelijk zijn voor de gezondheid. De huidige dopinglijst bestaat uit een willekeurige mengelmoes van beide definities. Zo staat cafeïne er wel op, en is het spierversterkende creatine niet verboden. De vele dopingdeskundigen (Harm Kuijpers, Henk Kraaijenhof, en nu ook Rob Cohen) zeggen steeds hetzelfde. We horen nu over nandrolon nagenoeg dezelfde verhalen als twee jaar geleden toen een reeks atleten een te hoog gehalte bleek te hebben. Vergeten wordt verder dat zogeheten doping vaak niet werkt. Verzorger Willy Voet schrijft in ‘Prikken en Slikken’ (1999) hoe hij in de Tour van 1983 Sean Kelly het verboden herstelmiddel Synacthen Retard toediende. De dosis pakte fout uit; de Ier reed die dag abominabel slecht en verloor de gele trui.

Bezem
Voor een min of meer open discussie over doping moet ik ver teruggaan in de tijd. Tijdens de Tour van 1983 werd er redelijk vrijuit over gesproken. Oud-tourwinnaar Jacques Anquetil schreef in L’Equipe dat renners amfetamine moesten nemen, omdat de koers zo saai was. Toenmalige renners Peter Winnen en Johan van der Velde vertelden dat ze herstelbevorderende middelen namen. Van der Velde stelde dat hij bepaalde hormoonprodukten niet als doping zag. In 1988 zei Winnen met zoveel woorden dat hem produkten van de dopinglijst werden toegediend. Bij de ‘kwesties’ Delgado en Theunisse zei hij profetisch: ‘er komt er nog veel meer aan de oppervlakte. (…) Ik denk dat de bezem nog een keer door de wielersport gaat. Door een heel groot schandaal.’

De schandalen kwamen. Maar de bezem niet. De dopingmallemolen draait momenteel voor de zoveelste keer op volle toeren – recentelijk werd Lance Armstrong weer beschuldigd zonder dat we daarmee ook maar één stap verder komen. De term doping alleen al schijnt zo’n buitengewone, bijna mystieke aantrekkingskracht te bezitten dat het er soms op lijkt dat men helemaal niet op oplossingen zit te wachten. Slechts als de betrokkenen niet steeds elkaar beschuldigen, en, heel belangrijk, als de gebruiker van dopinggeduide middelen niet gestraft wordt, kan er iets veranderen. Strafvermindering bij het ‘toegeven’ van gebruik zal -net als op andere gebieden in de maatschappij- eerlijke(r) antwoorden op dopingvragen opleveren. Indien we niet met zo’n systeem experimenteren, blijft de sport zich van schandaal naar schandaal slepen zonder dat er iets wezenlijks verandert.

Verhalen over een ‘spijtoptant’ doen inmiddels de ronde. Frigo zou een openhartige verklaring afleggen over zijn medicijnkastje of toch weer niet. Mocht deze renner, die in sommige Nederlandse media alweer afgeslacht is (de carrousel), daadwerkelijk spreken, dan verdient hij nu al respect om zijn moed. Want velen zullen hem verketteren. Onterecht; alleen openheid kan inzage geven in het probleem. Maar dan moet er wel een serieus podium bestaan waarop zulks mogelijk is.

Renzo Verwer

Dit artikel staat in iets gewijzigde vorm in het huidige nummer (8, 2001) van het tijdschrift Wielerrevue.

About renzo verwer