Het Plagiaat: Martin Bril

De brunette zat te wachten in café Luxembourg. Ze had een geel, crêpe bloesje met een wijde boord aan dat ruiste bij iedere beweging. De vrouw speelde met een suikerzakje. De bloes ruiste. Naarmate het wachten langer duurde, ging de vrouw vaker verzitten.

Meer ruis. Ondanks het luidruchtig gerammel van aardewerk door de bediening, wist het geluid zich als een envelop om haar heen te vouwen. Het verdubbelde het wachten.
Aan haar voeten droeg de vrouw donkerbruine schoenen met een grote, vierkante hak, een ronde neus en een koperkleurige gesp. Daarboven, nylonkousen met een naad en een wollen rok, zandkleurig en met een visgraat.
Zo.
Ze leek vierendertig maar was het niet. De vrouw gooide het suikerzakje op tafel, zette haar ellebogen op tafel en steunde met haar kin op haar handen. Haar nagels waren donkerbruin gelakt. Ze droeg een kinderachtig Mickey Mouse-horloge dat niet bij haar paste. Ook van een afstand was duidelijk te zien dat ze felblauwe ogen had. Ze keek er voortdurend mee naar de deur. Naast haar Perrier lag een uitpuilende filofax van kunstleer. Daarin zou ze straks een afspraak vastleggen met degene die haar nu liet wachten. Een bindende afspraak. Dat straalde de agenda uit. Een agenda waarin alleen zaken van belang werden genoteerd.
Ze tilde haar hoofd uit haar handen en liet haar armen op de tafel vallen en vleide haar hoofd op de tafel. Een demonstratief gebaar dat desondanks niet voor de aanwezigen bedoeld was. Ze kwam weer overeind. Op haar wang zaten enkele suikerkorreltjes gedrukt. Ze merkte het niet maar krabde wel even aan haar oorlel en haalde een hand door heur haar, wilde op haar horloge kijken maar zag daar bijtijds vanaf. Ze deed haar best zich met het wachten te verzoenen.
Ondertussen was het lunchuur aangebroken en werd het steeds drukker in de zaak. Het kon niet lang meer duren of wildvreemden zouden vragen of ze bij haar mochten aanschuiven. Of anders zouden de lege stoelen bij haar tafeltje verdwijnen. Toch gebeurde dat niet. Het leek alsof niemand de wachtende vrouw wilde storen om de ernst waarmee ze zat te wachten. Dit wachten was serieuze aangelegenheid.
Het kon niet anders of ze zat op een man te wachten van wie ze niet hield, maar waarmee ze wel naar bed wilde. Niet nu, maar op een ander, beter tijdstip en op een andere, nadere te bepalen locatie. Daarvoor lag de filofax al klaar. Ze streelde even over de filofax en ging weer verzitten. Haar bloes ruiste nu oorverdovend. Ze had heel wat moeten overwinnen om hier met hem af te spreken. En nu kwam hij nog te laat ook. De lul. De vrouw fronste verontwaardigd.
Ze dronk een laatste slok uit haar glas dat al leeg was. Ze stak met een lucifer een sigaret aan van het merk Dunhill. Ze wapperde de lucifer uit, inhaleerde, blies de rook uit en keek vervolgens met een routineus gebaar vluchtig op haar horloge. Ze schrok er zelf van. Precies op dat moment verscheen haar afspraak in de deuropening.
Hij zag haar niet direct en speurde met samenknepen ogen die aan een bril toe waren door het café. De vrouw veerde overeind, wilde haar arm omhoog steken om naar hem te zwaaien, bedacht zich en ging weer zitten. Toen zag hij haar en liep hij op haar toe. De vrouw bleef zitten. Hij boog zich naar haar toe en zoende haar vluchtig op de wang. Hij streelde haar kort in de nek en ging zitten. De man keek om zich heen op zoek naar een ober. Ze verborg haar teleurstelling zoals alleen vrouwen dat kunnen die vaak worden bedrogen.
De vrouw sprak zacht. Op het gezicht van de man verscheen een zenuwachtig lachje. Er viel een stilte die te lang duurde. De vrouw legde een hand op haar filofax. Ze aarzelde. Ze wilde hem liefst openklappen, tot een afspraak komen en vetrekken, maar was bang dat die zakelijkheid hem zou afschrikken. De man hoestte met een vuist voor zijn mond en mompelde. Opgelucht sloeg de vrouw de filofax open, bladerde, schroefde de dop van een dikke vulpen en noteerde. Met een ferm gebaar sloeg de filofax weer dicht.
Zo.
Dat was geregeld.
Nu de afspraak was gemaakt, wilde de vrouw het liefst gelijk vertrekken. Ze aarzelde opnieuw. En maakte aanstalten. De man zei niets maar staarde met niets ziende ogen in de verte. De vrouw zei gedag en verwachtte geen antwoord. Ze liep licht gekromd met lelijk samengetrokken schouders het café uit. Ze stak het Spui over richting Rokin en struikelde half toen ze de trambaan overstak.
De man zag het niet. Hij zwaaide naar een ober.

About emilio