In Liedjes Bloeyende

Waar Gerrit Komrij de mooiste Nederlandstalige gedichten tot leven wekt op de achterpagina van de NRC en deze bundelde onder de titel ‘In liefde bloeyende’, worden hier liedjes belicht die ook zonder de bijbehorende muziek van het papier parelen.

Mijn vlakke land – Jacques Brel

Wanneer de Noordzee koppig breekt aan hoge duinen
En witte vlokken schuim uiteenslaan op de kruinen
Wanneer de norse vloed beukt aan het zwart basalt
En over dijk en duin de grijze nevel valt
Wanneer bij eb het strand woest is als een woestijn
En natte westenwinden gieren van venijn
Dan vecht mijn land, mijn vlakke land

Wanneer de regen daalt op straten, pleinen, perken
Op dak en torenspits van hemelhoge kerken
Die in dit vlakke land de enige bergen zijn
Wanneer onder de wolken mensen dwergen zijn
Wanneer de dagen gaan in domme regelmaat
En bolle oostenwind het land nog vlakker slaat
Dan wacht mijn land, mijn vlakke land

Wanneer de lage lucht vlak over ’t water scheert
Wanneer de lage lucht ons nederigheid leert
Wanneer de lage lucht er grijs als leisteen is
Wanneer de lage lucht er vaal als keileem is
Wanneer de noordenwind de vlakte vierendeelt
Wanneer de noordenwind er onze adem steelt
Dan kraakt mijn land, mijn vlakke land

brel2Wanneer de Schelde blinkt in zuidelijke zon
En elke Vlaamse vrouw flaneert in zon-japon
Wanneer de eerste spin zijn lentewebben weeft
Of dampende het veld in juli-zonlicht beeft
Wanneer de zuidenwind er schatert door het graan
Wanneer de zuidenwind er jubelt langs de baan
Dan juicht mijn land, mijn vlakke land

Ernst van Altena

Amsterdam, Amsterdam, de stad waar alles kan. Oh, oh Den Haag, mooie stad achter de duinen.
Brussel was vroeger een bruisende stad.
Het moeten er honderden zijn, liedjes over plaatsen, streken en landen. En veelal staan ze bol van vals sentiment, belichten ze hun onderwerp met de soft-focus waarmee fotograaf David Hamilton jonge meisjes romantiseert. Ze geven beeld aan clichés en die zie je dan ook nog eens onscherp.
Dan Mijn Vlakke Land, geen wazige, maar scherp geslepen woorden. Brel’s beeld van de Vlaamse kust wordt zin voor zin uitgehouwen, zodat het zich in luisteraar en lezer vastzet. En niet alleen het beeld van de kust, maar juist ook dat van de Vlaming, van wie het ondenkbaar is dat deze zou zijn wie hij is zonder wind en kust.

jochie
Grote jongens zijn ook klein geweestDe tekst is van Ernst van Altena, die het lied uit het Frans (Le Plat Pays) heeft overgezet. Ik heb er geen enkele moeite mee om dit keer een vertaling van een tekst op te nemen, alleen al omdat Brel ooit zelf heeft gezegd dat hij van dit lied de vertaling mooier vond dan het origineel. Niet voor niets staan zowel de Nederlandse als de Franse versie op zijn, ‘nice price’, CD met grootste hits.

Waar Acda en de Munnik dolblij zijn met een mooie vondst in een liedje, en deze dan uitgebreid benadrukken en herhalen, schreef Van Altena achteloos het ene na het andere prachtige woord neer. Woorden die zelden in liedjes voorkomen en toch precies op hun plaats zijn: het zwarte basalt, kerken als bergen (en mensen dus als dwergen), nederigheid, leisteen en keileem, de vlakte vierendeelt, onze adem steelt, zon-japon, lentewebben weeft…
Het samenspel van de woorden zelf, de vorm waarin de woorden zijn gegoten en de betekenis die ze geven maken het lied zo goed. Vier coupletten uit vier windstreken, van zeven regels en een terugkomende laatste zin, met lichte variatie.

In de eerste drie coupletten is het leven zwaar. Het land vecht, kraakt, wacht, op betere tijden. Deze komen in het laatste couplet, waar het leven van de Vlaming voor het eerst glans krijgt. Het is maar kort en het is niet veel. Een vrouw in zon-japon, een spin die lentewebben weeft, het veld dat dampt, maar toch, voor de Vlaming reden genoeg om in juichen uit te barsten. Eindelijk opgelucht adem te halen na de drie voorgaande jaargetijden.
zingen
Zingend het leven door, alsof het leven een pretje is…Eerst de woeste westenwind, die koppig en nors beukt en breekt. Dan de oostenwind, die zachter lijkt, maar door haar eentonigheid en laaghangende wolken het leven zwaar maakt. Tot slot de noordenwind, hard en vaal, die tot nederigheid dwingt. De wind is de baas, de mens doet er niet toe, is nietig. Wanneer hij dat eindelijk accepteert, ziet hij de Schelde blinken.

Daniël Tijink

About emilio