In Liedjes Bloeyende

Waar Gerrit Komrij de mooiste Nederlandstalige gedichten tot leven wekt op de achterpagina van de NRC en deze bundelde onder de titel ‘In liefde bloeyende’, worden hier liedjes belicht die ook zonder de bijbehorende muziek van het papier parelen.

Stille Willie

Het is een paar jaar geleden dat ik stond te liften
Midden in de regen midden in de nacht
Met een paspoort en een slaapzak van een vriend gekregen
Ergens langs de E7 of E8

Het leven in de stad, dat hield ik voor bekeken
Ik slenterde mijn dagen door op zoek naar wat geluk.
Ik wilde weg bij een vriendin die me nooit wat had geleken
En na een uur of wat stopte er een truck

Stille Willie, (vroemmmm)

In het donkere maanlicht, zag ik zijn vreemd ogen
Hij vroeg me wie ik was, en wat ik deed en wat ik dacht
Hij tuurde in het duister, over het stuur gebogen
En zei niet waar de reis naar toe ging die nacht

truck
Lonesome ranger Stille WillieHij gaf me een sjekkie en zei ik heet Stille Willie
Ik vind altijd onderkomen, ieder kent mijn naam
Mijn wagen kent de wegen van de wereld
Toen we stopten zei die waar ik heen kon gaan

Stille Willie, (vroemmmm)

Daar ginder bij het kruispunt van die verlaten wegen
Daar staat een kleine kroeg
En geen truckchauffeur komt er ongelegen,
Je bent er nooit te veel, je bent er net genoeg

Hij zei ga daar maar heen en drink een pilsje op mijn kosten
En drukte onverwacht een tientje in mijn hand
Doe ze maar de groeten van Stille Willie
Dan ben je vast en zeker een welkome klant

Stille Willie, (vroemmmm)

Ik opende de deur en bestelde er een pilsje
Een ruimte vol met mannen, rook en bier en veel kabaal
Maar toen ik betaalde uit naam van Stille Willie
Werd het doodstil in het lokaal

T. Kecks: zingend over dooie hoerenDe kroegbaas zei, het gebeurde vijftien jaar geleden
Een bus reed in de bergen, Willie reed hen tegemoet
Ten koste van zijn leven, kon hij een ramp vermijden
Hij brengt ons ieder jaar nog onverwachts een groet

Stille Willie, (vroemmmm)

Tekst van Witternberg/Beumer, uitvoerenden B.B. Band.

Ik was tien en had één echte vriend. Bij hem thuis hadden ze duiven, een papagaai, een hond en een aquarium. Zondags keken zijn vader en broer Westerns op de Duitse televisie. Een paar weken per jaar keek moeder mee, als Sisi, die Kaiserin von Ostenreich herhaald werd. Als de tv uitstond, werd er naar de plaatselijke radiopiraat geluisterd. Daar was tenminste Nederlandse muziek te horen. Stille Willie was onze favoriet.

Toen ik het liedje pas weer tegenkwam begreep ik weer waarom het toen onze favoriet was. Het liedje heeft de romantiek van eenzame, stoere mannen met een gevoelige snaar. Mannen die lang van huis zijn en aan hun vrouw en kind denken. Nummerborden met de namen van hun geliefden erin gestanst pronkend achter de voorruit. En natuurlijk komen ze op voor de verschoppeling, zoals de verteller in Stille Willie. Uiteindelijk zijn het echte helden, die bereid zijn om hun leven te geven om een bus vol mensen te redden.
Naast romantiek en heldendom, is het lied ook vol mysterie, wijsheid en de warmte van en voor gelijkgezinden. Het mysterie openbaart zich in het laatste couplet. Stille Willie zegt niet alleen weinig, maar wordt stil genoemd omdat hij dood is. We hebben te maken met een geest, een stem uit het dodenrijk.
De Tröckener Kecks pasten in het lied Bleke Jet dezelfde truc toe. De zanger is in desperate toestand weggelopen van vrouw en haard en komt bij een prostituee terecht. Zij laat deze klant lopen, maar geeft hem de wijze raad naar zijn vrouw terug te gaan. Net als de trucker uit Stille Willie kent zij het leven, zegt ze weinig en is ze verstandig. Ook hier komt de zanger uiteindelijk in een café terecht en noemt haar naam, waarna hij hoort dat de prostituee jaren geleden bij een brand om het leven is gekomen.

DAF toen, misschien wel mét pienter pookje!Het café speelt ook verder in beide liedjes dezelfde rol: het is de huiskamer, de thuishaven voor de ‘loners’. Ontmoetingsplaats voor gelijkgezinden die weten wat het is om jaar in jaar uit op de weg te zitten. Een plaats waar de verschoppelingen zich kunnen laven, worden herkent en in de armen gesloten, zonder dat uitleg nodig is.

Mijn vriend van toen werd dat jaar geopereerd aan beide benen en kreeg om het leed te verzachten een 27MC-bakkie, waarmee we ‘bravo, bravo’ metvrachtwagenchauffeurs probeerden te praten. Zo nu en dan hadden we contact, maar na drie weken gebeurde het wonder. De klinkers uit de kleine straat waarin hij woonde trilden uit het plaveisel toen er piepend en steunend vlak voor zijn deur een enorme vrachtwagen stopte. De trucker was geraakt door het verhaal van die kleine jongen met zijn beide benen in het gips en was een stukkie omgereden. Toen wist ik het zeker, ik werd ook vrachtwagenchauffeur.

DAF nu; een buitenaards aandoend uiterlijk

Daniël Tijink

About emilio