Krabbe, Carceri en de kabbala

Het lezen van het magnum opus De Ontdekking van de Hemel is meteen ook de ontdekking van een universum. Harry Mulisch’ universum. Meer nog dan welk ander boek (uitgezonderd de bijbel) roept dat de vraag op of dat wel op celluloid is vast te leggen. Sinds enkele weken is er het antwoord: The Discovery of Heaven. Nationale en internationale topkrachten hebben zich verenigd om het project te doen slagen: regisseur Jeroen Krabbé, scenarioschrijver Edwin de Vries, acteur Stephen Fry, muzikant Henny Vrienten, producer Ate de Jong. Zelfs staatssecretaris Willem Vermeend moest er aan te pas komen om het budget belastingtechnisch wat te verruimen. En zijn ze in hun opzet geslaagd? Ja, helaas wel. Door hun vakbekwaamheid hebben Jeroen Krabbé, Edwin de Vries en Ate de Jong het boek voorgoed verneukt. Door The Discovery of Heaven zal De Ontdekking van de Hemel nooit meer hetzelfde zijn.

Het verhaal van boek en film mag gevoeglijk bekend zijn. God ziet dat de mensheid het op aarde goed verkloot heeft, en besluit tot een laatste daad: het terugnemen van de Stenen Tafelen met daarop de Tien Geboden, destijds via aartsvader Mozes aan de mensheid geschonken. Twee engelen krijgen de opdracht. Die zijn verantwoordelijk voor de innige vriendschap tussen de sterrenkundige Max Delius en taalwetenschapper/politicus Onno Quist. Uit die vriendschap wordt een kind geboren: ‘onze man op aarde’: Quinten. Die ontvreemdt de Tien Geboden uit het Sancta Sanctorum in Rome om ze terug te brengen naar de plek waar ze horen, de tempelberg in Jeruzalem.
Ziehier in één alinea het skelet waar Harry Mulisch 900 pagina’s op voorbouwt, en dat ook scenarist Edwin de Vries keurig volgt. De Vries heeft vooral geknipt en geschaafd in de filosofische passages en is zo gekomen tot een verhaal dat min of meer verteerbaar is, ook voor wie De Ontdekking van de Hemel niet heeft gelezen.

Komisch, intellectueel, boertig
Vervolgens heeft Jeroen Krabbé het Woord op een krachtige manier omgezet in het Beeld. Ondanks zijn goede opzet is hem dat aan te rekenen. Het boek zal voortaan onlosmakelijk verbonden zijn met de film (eigenlijk zoals ook Max en Onno onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn). Na het bekijken van de film heb ik Mulisch’ roman weer uit de kast getrokken en heb De Ontdekking van de Hemel herlezen. En wat bleek? Mijn fantasie is mij ontstolen! Als ik lees over Onno Quist zie ik de markante kop van acteur Stephen Fry voor me. Dat is niet erg, integendeel. Fry is precies wat Mulisch bedoeld moet hebben: een erudiete, komische, intellectuele, wat boertige man. Hij is gemodelleerd naar een goede vriend van Mulisch, schaakgrootmeester Hein Donner (niet toevallig ook een held van de acteur Stephen Fry). Maar als ik lees over Quinten Quist zie ik het gezicht voor me van Neil Newton, een mooie blonde jongen. Maar al die arische schoonheid als verpersoonlijking van de engelachtigheid van Quinten is wat goedkoop. (In het boek heeft de jongen dan ook zwart haar.)

Gewelven, trappen, galerijen
Een grotere misser is de metafysische vrijheid die Krabbé en De Vries hebben genomen tegenover het boek van Harry Mulisch. Dat betreft de visualisatie van de hemel. In Mulisch’ optiek – en hij wijkt daarbij niet af van de traditionele religieuze opvattingen – is de hemel licht. In de film The Discovery of Heaven is de hemel echter donker.
In het boek is een grote rol weggelegd voor een werk van Giovanni Battista Piranesi: Carceri d’Invenzione. De ‘Carceri’ (gevangenissen), gemaakt in de tweede helft van de 18de eeuw, bestaat uit een serie schetsen van fantasiearchitectuur. De tekeningen laten Middeleeuws aandoende kerkers zien, vol uitdijende steenconstructies, loopbruggen, gewelven, trappen, galerijen en bogen. De sfeer is somber en donker. In De Ontdekking van de Hemel hebben deze donkere sfeerbeelden niets te maken met hoe de hemel eruit ziet, zij dienen slechts om Quinten op het spoor van de Stenen Tafelen te zetten. Maar Krabbé gaat een paar stappen verder. Volgens hem is de hemel vormgegeven naar ontwerp van Piranesi. Een hemel als een hel.

Nachtelijk, halfdronken
Die hemel of die hel dreigt te worden ontdekt tijdens een nachtelijke, halfdronken hersenexercitie van de sterrenkundige Max Delius. De hemel bevindt zich achter (in ruimte) of voor (in tijd) de Big Bang. Het is Mulisch’ verdienste als auteur dat hij op het moment van ontdekking alles laat samenkomen, niet alleen de natuurkundige grootheden maar ook Max’ persoonlijke tragiek dragen bij tot die ontdekking. De uitzinnige Max in de film, die naast zijn computeruitdraaien met zijn benen in de lucht ligt te trappelen, doet geen recht aan het bijna Heilige Moment zoals dat in het boek is omschreven. Een moment van korte duur overigens, want de engelen laten zich niet ontdekken. Vanuit het heelal valt een komeet op aarde, die – oh toeval – precies Max Delius treft.

Auschwitz, Rome, Jeruzalem
Hoe goed The Discovery of Heaven ook is, niet alleen naar Nederlandse maatstaven maar ook in internationaal opzicht, het aloude cliché blijft staan: het boek is beter dan de film. Maar de film is dan wel weer zo sterk dat die een effect heeft op het boek. Er bestaan boeken die zo goed zijn dat ik ze regelmatig kan teruglezen, literatuur die varieert van Brett Easton Ellis’ American Psycho via William S. Burroughs’ Naked Lunch tot Het Proces van Kafka en Alfred Döblins Berlin Alexanderplatz. Allemaal verfilmd, en met uitzondering van Het Proces nog heel goed ook. Maar deze visualisaties zijn makkelijk te vergeten bij het herlezen van het boek. Alleen de verfilmingen van Umberto Eco’s The Name of the Rose en Mulisch’ De Ontdekking van de Hemel blijven me achtervolgen.
Hoe komt dat? Is het de perfecte typecasting van de acteurs? Elke zin, elk woord van de hoofdpersonen lijkt daadwerkelijk te worden uitgesproken door respectievelijk Sean Connery en Stephen Fry. Is het de visuele kracht van de achtergrond van die boeken? Middeleeuwse kloosters en kathedralen, de Carceri van Piranesi, Auschwitz, Rome, Jeruzalem, het lijken de perfecte decors. Of zijn het juist het boeken zelf? Lenen filosofische traktaten, verpakt in Indiana Jones-achtige avonturen, zich goed voor verbeelding op het witte doek?
Als dat laatste zo is, wat betekent dat dan voor de betekenis van de romans? Worden zij dan gedegradeerd tot theoretische onderbouwing van het filmverhaal, zoals bijvoorbeeld Arthur C. Clarke’s gelijknamige boek was voor Stanley Kubrick’s 2001, A Space Oddyssey? Dat gaat naar mijn idee niet op voor De Ontdekking van de Hemel. Ondanks Krabbé blijft dat boek het universum van Harry Mulisch.

Dr. Faust, discos, Big Bang
We blijven nog even in de vergelijking met Umberto Eco. De hoogleraar semiotiek heeft zich zo verdiept in de tijd, dat hij kan denken en schrijven als een middeleeuwer. Maar Harry Mulisch ís een middeleeuws schrijver. In het universum van Mulisch gaat het niet om tijd. Niks blijft onaangeroerd in de tijdsprongen, maar alles lijkt tegelijkertijd te gebeuren. Het Haagse gekrakeel, het revolutionaire Cuba, de Tweede Wereldoorlog (hoe kan het ook anders bij Mulisch), Francis Bacon als dr. Faust, de Carceri d’Invenzione, de Romeinse oudheid, de Voor-Griekse Discos van Phaistos, het oudtestamentische Jeruzalem en de Big Bang waarmee het heelal begon. Als een middeleeuws alchemist verbindt hij alles met elkaar, ongeacht tijd of plaats.
Bedreven in de kabbalatechnieken van joodse geleerden en christelijke monniken, blinkt ook Mulisch uit in de ijver om te bewijzen dat toeval niet bestaat. Religieuze symboliek en filosofie gaan daarbij – zoals het hoorde in die tijd – door elkaar lopen, en dat leidt in de 21e eeuw tot veel kritiek en onbegrip. Mulisch zou een filosoof van de koude grond zijn, en zijn geschriften zijn nietszeggend en onbegrijpelijk tegelijk. Het is dezelfde wijze als waarop we geschriften van voor de Renaissance beschouwen, en daarmee is Mulisch’ universum geslaagd. Een briljant anachronisme.

Onno, Quinten, Max
Absoluut geen anachronisme is Jeroen Krabbé. Nee, hij heeft de tijdsgeest in zijn vingers. Niet voor niets is The Discovery of Heaven zo’n grote hit. De bioscoopzalen puilen uit bij middeleeuwse legenden of de magie van Harry Potter. De keuze voor het magnum opus van Harry Mulisch is dan een hele slimme. Dat is Indiana Jones voor gevorderden. En wonderwel bleek Mulisch’ kabbala uitstekend te verfilmen, er waren slechts een paar kunstgreepjes nodig.
Voor wie echt houdt van De Ontdekking van de Hemel is er veel veranderd. Onno Quist, Quinten Quist en Max Delius zijn niet dezelfden meer. De hemel is de hemel niet meer, maar een interpretatie van Piranesi. De beelden van Krabbé hebben zich vastgezet in het geheugen. “De wereld is vanaf nu een Max-loze wereld”, verzucht Onno Quist, als hij de onwaarschijnlijke dood van zijn boezemvriend verneemt. Misschien geldt wel hetzelfde voor de fantasie. Het universum van Mulisch is vanaf nu een fantasieloos universum. U wordt bedánkt, meneer Krabbé!

Leendert Douma

About leendert douma