Goud van Oud

Schroeven is vervelend werk, dat is algemeen bekend. Zolang je slechts een paar schroeven in een beroerd ontworpen IKEA-bijzet-tafeltje hoeft te draaien, valt de schade nog te overzien. Het wordt echter een heel ander verhaal als je een volledige nieuwe vloer moet vastzetten. De introductie van de boor-schroefmachine met traploos opvoerbare snelheid mag daarom een van de grootste innovaties binnen de doe-het-zelf-wereld genoemd worden. De uitvinding is echter niet perfect: het broodnodige verlengsnoer is altijd weg op het moment dat je het nodig hebt. Dit is een curieuze wetmatigheid: het verlengsnoer is weg, je besluit de klus dus handmatig te klaren en op het moment dat het gereedschap weer is opgeborgen, breek je bijna je nek over het verlengsnoer. Een verschijnsel dat niet op zich staat. Wat te denken van de paraplu die je bij zware bewolking meeneemt in het kader van ‘je weet maar nooit’? Je kan erop rekenen dat je het onding niet zal gebruiken totdat je de paraplu in het café hebt laten liggen: dan begint het prompt te gieten. De wetenschap staat voor een raadsel.
Hoe dan ook, nadat twee logées met bed en al door de vermolmde vloer waren gezakt, moest deze worden vervangen. De te schroeven vloer had een oppervlakte van meer dan vijftig vierkante meter en omdat het verlengsnoer weer eens verdwenen was, besloot ik eerst af te reizen naar de ijzerhandel voor een nieuw exemplaar. Aldaar stuitte ik op een uitvinding die zijn weerga niet kent: de draadloze boormachine. Stel je eens voor: nooit meer zoeken naar verlengsnoeren, nooit meer ladders met potten verf per ongeluk omtrekken, nooit meer met de hand schroeven. Het apparaat lag in de hand als een 21e eeuws pistool en kon volgens het opschrift van de doos vier uur achtereen schroeven. Reuze handig dus.
Even later stond ik weer buiten met mijn nieuwe aanwinst. De doos had ik achtergelaten, de adapter en gebruiksaanwijzing in mijn zak. ‘Pang!’, riep ik jolig tegen een argeloze voorbijganger, de boormachine snorde enthousiast, de passant schrok zich een hoedje en ik voelde een aanval van extreme vrolijkheid opkomen. Even later maakte ik, als ware ik een heuse desperado, het dorp onveilig. Ik schoot de band van de postbode zijn fiets lek, bezorgde een oud vrouwtje bijkans een hartaanval en beroofde een nerveuze vrijer van een bos rode rozen die voor zijn vriendin bestemd waren. Ik was Jesse James en Clint Eastwood tegelijkertijd! Behoedzaam sloop ik door het oude centrum. In de verte zag ik de melkboer naderen. Die zou er van lusten! Ik hield de boor op mijn rug en wachtte gespannen af .
‘Okay, laat die boor vallen en doe je handen omhoog, cowboy!’, klonk het opeens achter me. Geschrokken zocht ik dekking tussen twee auto’s en loerde rond met mijn pistool in de aanslag. Wie wilde het duel aangaan met Jesse Proper, de Schrik van het Wilde Westen? Een jongedame van de lokale politie dus. Halfspottend keek ze me geamuseerd aan. Heur haar vlamde in vuurrode krullen van onder haar dophoedje. Met de voet tikte ze ongeduldig op de grond en haar hand rustte op het holster van haar doorlader.
Dat veranderde zaak. Hoe zou James Bond dit oplossen? Precies: ik raapte mijn boeket versgestolen rozen op en stapte op de agente af. Nog voordat ik een woord had kunnen uitbrengen, lag ik geboeid op de grond. Een pistool priemde tegen mijn slaap en een hese stem fluisterde in mijn oor: ‘Go ahead, make my day… punk!’

Even later zat ik in een cel op het bureau van politie. Weliswaar een stuk spannender dan een vloer schroeven, maar desondanks niet helemaal de bedoeling. Het matras van de brits was doorzeken en de koffie die me door de agente was aangeboden, bleek met melk en suiker. Ik rammelde eens aan de deur om mijn beklag te doen.
‘Ik drink mijn koffie zwart.’
‘Da’s nou pech. Het is hier geen hotel.’
Fijn. Daar zat ik dan. Gore koffie, niets te roken en niets te doen. Mijn veters en riem was ik ook al kwijt. Om over mijn boor maar te zwijgen. Mooie boel.
‘s Avonds werd ik uit mijn cel gehaald. Van een knorrige rechercheur kreeg ik te horen dat ze de cel nodig hadden, maar dat ik wat hem betreft net zo goed een paar dagen had kunnen blijven brommen. Ik kreeg mijn veters en mijn riem terug en proces-verbaal en een politie-balpen op de koop toe.
‘En mijn boor?’
‘Boor? Ik weet van geen boor.’
‘Mijn boor zoals die ook beschreven staat in het proces-verbaal?’
‘Luister, ik zeg je net dat ik van geen boor weet. Ga nu maar naar huis voordat ik je alsnog opsluit.’
Zonder boor keerde ik huiswaarts. Mijn boor was gejat door politie. De politie had geprobeerd me koffie met melk en suiker te voeren. De politie is je beste vriend? Ik dacht het niet.

Vanmorgen drong de pijnlijke waarheid pas echt tot me door. Ik had geen geld meer, de politie had mijn boor gestolen en het verlengsnoer was nog altijd weg. Met andere woorden: ik moest vijftig vierkante meter vloer handmatig vastschroeven. Ik nam de schroevendraaier gelaten ter hand en maakte me op voor een dag in de hel.
Tegen elven zaten mijn handen vol blaren en was het einde nog lang niet in zicht. Er werd gebeld. Ik liep naar beneden en opende de deur. Op de stoep lag mijn boor met een roos erop vastgebonden. Op het bijgaande kaartje stond: ‘Zet hem op, cowboy. Een kus van Calimity Jane.’
Wat moet ik hier nu weer van denken?

Emile Proper

About emilio