Het Juryrapport – Uitslag van WB

Wat was de opdracht ook alweer waarmee we onze lezers op pad stuurden? Deze: schrijf een korte bijdrage in de stijl van een ander. Dus: pleeg plagiaat. Of maak een pastiche, zoals sommige mensen zeggen. Of parodieer, imiteer, zo u wilt.

Natuurlijk, het is niet makkelijk om aan die opdracht te voldoen. Maar verdomme, lieve lezers! Vergis u zich nu niet: imiteren is geen sinecure! We moeten helaas concluderen dat de dapperen onder u – zij die überhaupt de stoute schoenen aantrokken en instuurden, waarvoor ons respect – zich veelal toch ietwat verkeken hebben op de moeilijkheidsgraad van de opdracht.

Waar ging het mis? Stijl, lieve lezers, stijl. Dat is moeilijk. Weten we. Een goed geslaagd plagiaat biedt inzicht in de stijl van een schrijver. Legt de mechanismen bloot waarmee deze te werk gaat. Laat de schrijver in zijn blote nakie bungelen. Is meedogenloos. Scherp en secuur als een chirurg moet de imiteur, imitator zoals sommige mensen zeggen, te werk gaan: de mechanismen onthullen die de werken van de meesters tot leven wekken.

Een matig plagiaat plaatst de geïmiteerde schrijver op een nog hoger voetstuk dan hij al stond. Een matig plagiaat kweekt extra respect voor de originelen. Een matig plagiaat biedt geen kritische blik op het werk van anderen maar vergroot de afstand tot de schrijvers wiens werk in druk verschijnt. Waar een goed plagiaat het schrijven kan maken tot een analyseerbaar ambacht, verheft een matig plagiaat het schrijven tot een mysterieus en ongrijpbaar talent dat door muzen en andere onzichtbare entiteiten gegeven, aangewakkerd en onderhouden wordt.

De jury had graag een iets kritischer houding bij de deelnemers gezien: niet alleen betreffende het werk van de uitverkoren slachtoffers maar ook aangaande het eigen werk.
‘Doet men nog wel zijn best, tegenwoordig?’ vroeg een jurylid zich zelfs af. Eigenlijk niet voldoende, moeten we helaas concluderen.

Aan leuke ideeën schortte het werkelijk niet. Brusselmans, De Saint-Exupéry (Le Petit Prince, red.), Richard Matheson (Twilight Zone, red.), Roald Dahl, Bomans, Tellegen, Giphart, Kafka en maar liefst drie keer Reve om maar eens iets te noemen – maar de uitwerking van de opdracht was niet veelal onvoldoende. Inzendingen met taal- en stijlfouten! Mensen, mensen, dat ken toch nie?! We zijn hier toch verdikkeme met serieuze zaken bezig of wat?!

Nu goed, genoeg gezemeld. Dat belerende gedoe, dat moet af en toe. Maar doodvermoeiend is het wel. Over tot de orde van dag dus: de uitslag.

Om meteen maar met de deur in huis te vallen:

Op de eerste plaats is beland:
Sander Roosendaal met een prijzenswaardig pretentieuze poging om Franz Kafka te plagiëren, of ‘epigoneren’ zoals hij het zelf liever zou noemen.
Uit Roosendaal’s inzending wordt duidelijk dat hij het werk van zijn meester goed kent en tevens (en daarom) in staat gebleken is Kafka’s stijl daadwerkelijk te treffen. Hoewel het verhaal De Draak op zichzelf bij vlagen naast komisch ook wat melig is, hebben Roosendaals’ duidelijke beheersing van taal en stijl en het goed getroffen nawoord van Max Brod de jury overtuigd.
We kunnen het niet nalaten u delen uit Roosendaals’ brief aan de jury te onthouden. Niet alleen spreken hier liefde en eerbied uit voor zijn slachtoffer maar ook wordt duidelijk dat Roosendaal weet waarover, of beter, over wie, hij het heeft.

Aan de leden van de jury … Het slachtoffer van mijn daad van plagiaat is namelijk een schrijver die vrijwel niemand leest, die niemand zegt te begrijpen en wiens stijl niet bekend staat als bijzonder, of dat nu bijzonder eclectisch, bijzonder sober of bijzonder beeldend is. Waar men bij het woord Reviaans gelijk denkt aan een combinatie van plechtstatig, komisch taalgebruik, rode wijn, Maria en jongenskonten, denkt men bij Kafkaesk alleen aan doodslaande bureaucratie, regeltjes en eindeloze, hopeloze rechtzaken. “Kafka’s stijl? Al sla je me dood.”
Nog onlangs werd Salman Rushdie op de radio een moderne Kafka genoemd, “want niemand begrijpt waar hij het over heeft.” Die opmerking was het die mij ertoe zette mijn idee om Franz Kafka te plagiëren ook daadwerkelijk uit te voeren. Ik besefte dat Kafka een icoon is geworden. Iedereen kent de zwart-wit-foto van de magere, treurig in de lens kijkende jongeman, zoals iedereen de foto van de opwaaiende jurk van Marylin kent, of de wandelende bontjas koningin Wilhelmina. Kafka is een van de exportproducten van Praag geworden en daarmee gelijk gemaakt aan de beroemde Prager Schinken, schilderijtjes van de Karelsbrug bij zonsondergang of een opera van Mozart.
Dat is op zich niet erg. Erg is dat de huidige betekenis van het woord Kafkaesk regelrecht vertaald wordt in een ongefundeerd oordeel over het werk van Franz Kafka. Wat is Kafkaesk volgens Van Dale? “Kafkaesk, Kafkaiaans: Op raadselachtige wijze beangstigend, bedreigend (vooral door een overgeperfectioneerde samenleving die zich aan de controle van het individu onttrekt).” Wat is het werk van Kafka volgens velen: Onbegrijpelijk, duister, treurig, chaotisch, beangstigend en bedreigend. Kortom, een schrijver over wie men een mooie trieste popsong schrijft, niet een schrijver wiens werk men leest.
En onbegrijpelijk wás Kafka’s werk, althans voor de veertienjarige jongen die ik was toen ik er voor het eerst mee kennis maakte. Mijn lerares Nederlands, die mij stimuleerde de verhalen te schrijven die ik toen schreef, raadde mij aan eens iets van Kafka te lezen. Ik leende zijn
Een hongerkunstenaar en andere verhalen uit de bibliotheek en begon te lezen. Het was fascinerend en inderdaad moeilijk vatbaar, maar niet beangstigend of bedreigend. Ik vroeg het toen net opnieuw in het Nederlands uitgegeven Verzameld Werk (Querido) voor mijn verjaardag en begon te lezen. Het Proces las ik plichtsgetrouw volledig uit, inclusief alle voet- en eindnoten. Ik las de nagelaten schetsen, aforismen en novellen. Ik strandde in Het Slot. Kafka was inderdaad onbegrijpelijk…
Een paar jaar later volgde een van mijn periodieke herleesmanie’s. Mijn jeugdidolen vielen bij bosjes van hun voetstukken. Kafka bleef overeind. Nu was het vooral de interne logica in Kafka’s werk die mij boeide. Een verhaal van Kafka is, hoe kort of lang het ook is, een complete wereld met een stel regels en wetten. Kafka is wiskunde. Ik besef dat dit niet als een aanbeveling klinkt, maar ik kan moeilijk roepen dat Kafka een vette hamburger is. …
Kafka’s werk klopt psychologisch, stilistisch en logisch. Zijn beelden blijven je bij, juist door hun consistentie en consequente uitwerking. Kafka’s werk zit zó consequent in elkaar – het ene woord volgt zo onherroepelijk en onbetwistbaar op het andere – dat het onnavolgbaar is. En juist deze schrijver wil ik navolgen.
…Maar Kafka is niet duister. Kafka gaat niet over rechtbanken. Kafka is niet beangstigend en niet bedreigend en eigenlijk is Kafka ook niet onnavolgbaar. Kafka is mooi, Kafka is ontroerend en Kafka is humor. En daarom, lees mijn imitatie
De Draak (en een draak van een imitatie is het inderdaad geworden), barst in lachen uit zoals Kafka vaak deed bij het voorlezen uit eigen werk en begin vervolgens zoals ik aan minstens vijftien jaar uiterst plezierig grasduinen in Kafka’s werk.Sander Roosendaal

Op de tweede plaats is beland: Erik van Esterik met een imitatie van Gerard Reve’s Circus Jongen. Behalve een treffende verzameling van Reviaanse onderwerpen (aan jongenskonten geen gebrek) is ook het wat archaïsche, lijzige taalgebruik van Reve behoorlijk getroffen.

Op de derde plaats opnieuw Reve maar dan door Yvonne Saal “Bemin, maar doe wat u wilt”. Sexy, zoals Reve kan zijn.

De overige deelnemers danken wij voor hun bijdragen. Potentie in overvloed, werkt u aan de manifestatie hiervan!

De Jury

Joost Nijssen
David van Bambost
Arnold Jonk
Sofie van der Sluis

About de redactie