Megabanenmarkt: epiloog

De ingang tot Dante’s hel op aarde, of de verlossing in Amsterdam West? De controversiële megabanenmarkt in Amsterdam betekent voor verschillende mensen iets anders, daarover hoeft geen twijfel te bestaan. Voor de organisatie en werknemer is het een gezellige vorm van werkverschaffing: lekker de hele dag koffieleuterend rondleuren met tassen vol paperassen, beetje indruk maken met je eigen mobieltje, de schijn van MACHT koesterend als een volwaardig demissionaire LPF minister.
Voor de “opgeroepenen” is het echter een doorgedraaide kermis van achterlijke regeltjes, onbegrip, indoctrinatie, desinteresse en een schier adembenemende ondoorgrondelijkheid. We horen er niet veel meer van en dat is ook niet zo gek natuurlijk. Zoals bij ieder marginale maatschappelijke of culturele organisatie en/of evenement met een bedenkelijke organisatiestructuur, is ook bij de megabanenmarkt evenzeer sprake van een van iedere realiteitszin ontstoken cultus waar intern grootheidswaan heerst, maar waarop de buitenwacht minachtend en met wantrouwen naar kijkt. Gezien de huidige groeiende werkeloosheid rijst de vraag of het er allemaal erger op gaat worden of dat het kindje maar snel met het badwater moet worden weggegooid. Immers, ik stap nog wel eens het CWR (voormalig arbeidsbureau) binnen of bezoek de Sociale Dienst als ik dat nodig acht. En ach, wat heerst er een heerlijk nostalgische gezelligheid. In tegenstelling tot het obscure overdekte tentenkamp in Amsterdam-West, waar de sfeer van een AMA-opvanginstituut heerste: strikte veiligheid, beperkte bewegingsvrijheid en de niet aflatende minachtende houding van de medewerkers.

Ik had mijn mond moeten houden. Op allerlei gebied. Ik had gewoon moeten doen alsof mijn neus ernstig bloedde (“het is een chronische aandoening”) waardoor ik in de WAO terecht had kunnen komen, hetgeen om allerlei redenen beter was geweest…

Ten eerste ontviel het mij al snel dat ik graag achter de computer zit. Ja, beetje semi-professioneel componeren en armetierige websites bouwen. Maar wie had het hier over systeembeheer? Nog voor ik kon uitleggen dat ik eigenlijk technisch te zwakbegaafd ben voor zo’n verantwoordelijke job, had ik een oproep in de bus om mij te komen inschrijven voor een cursus helpdeskmedewerker.

Een dag per week. Hé. Je leert nog eens wat. Wat zeurde ik nou? Echter, ik kwam er al snel achter dat deze zogenaamde IT-cursussen een verzameling van warrige, met de natte vinger bij elkaar geplukte, handleidingen zijn bij onnodig ingewikkelde handelingen teneinde iets relatief simpels voor elkaar te krijgen in de chaotische Windows programmatuur van mensenvriend Gates. Uren is men zoet om je uit te leggen hoe je een bestand van de ene naar de andere computer kunt overhevelen. Immers, “er zijn vele verschillende protocols om zoiets voor elkaar te krijgen”. In gedachte dwaal ik continue af naar de desktop van mijn APPLE computertje thuis, welke zo’n enorme rust en superioriteit uitstraalt. Een document of bestand overhevelen? Druk op file-sharing. Maar niet bij Windows. En al zeker niet bij de verouderde operating systems waar de antieke machines van de cursus op draaiden…

Moedeloos zit ik nu iedere dinsdag naar dat kleine monitortje voor me te turen, mij afvragend hoe ik hier ooit terecht gekomen ben.

Kafka in Nederland
Mijn tweede grote fout was om de megabanenmarkt consulent te verklappen dat ik wat schulden had. Meteen werd ik ”aan de hand” (alleen op stap gaan in het tentenkamp is verboden) naar een ander loket gesleurd.

God, hoe moet ik in een paar woorden samenvatten hoe vervolgens alles maar dan ook alles in het traject van de schuldhulpvoorziening mis is gegaan zonder vreselijk saai en vol zelfmedelijden over te komen? Wellicht is het slim om het “dramaturgisch” voor de ongeduldige lezer samen te vatten.

Proloog:
“U vult eenvoudigweg deze formulieren in waarop u al uw schulden vermeld, en wij nemen het contact met uw schuldeisers verder over. U hoeft niets meer te doen”. Dat klinkt hoopgevend.

Akte één:
” Thans zullen we uw schuldeisers inlichten en meteen een aanvraagformulier voor Crediam, de bank van lening, opsturen met het verzoek uw schulden over te nemen. Aan hen draagt u dan een vaste last per maand af”. Hee. Okeeee.

Akte twee:
Vier weken verder. Er gebeurt niets. Ik ga bellen. “Wie? O juist. Nou, uw dossier kan ik even niet vinden. Ik bel u vanmiddag nog terug”. Die dag en de dagen erna, geen telefoontje.

Akte drie:
Plotsklaps ligt er een enge envelop in de bus, afkomstig van een van de schuldeisers: “blablabla… als u binnen blablabla niet betaalt, zal er beslag worden ge…..” Grote verontwaardiging. Stuur per direct een kopie van de brief naar het bureau van schuldhulpvoorziening.

Akte vier:
Na een paar dagen wachten niets. Ga zelf bellen. “Uw consulent zit niet op zijn plek. Wil ik vragen of hij u terugbelt?” Graag en met spoed graag. Geen telefoontje die dag. Ook niet de volgende.

Akte vijf:
“Ik kan uw dossier niet vinden, ook uw laatste brief niet. Kunt u deze langsbrengen misschien?” Fiets voor de zoveelste keer door weer en wind van Amsterdam Oost naar West, mij onderweg meerdere malen afvragend of ik al niet genoeg gestraft ben…

Akte zes:
Een weekje verder, begin van de maand: privé-rekening geblokkeerd!! Lig een paar uur verdwaasd op bed naar het plafond te staren: ze bestaan, die Kafka-achige taferelen, ook in de Nederlandse bureaucratie.

Akte zeven:
Bel amechtig de bank (“gaat buiten ons om meneer”), bel de schuldhulpverlening (“uw consulent zit even niet op zijn plek, wil ik vragen of…”), bel de Sociale Dienst (“kan dat zomaar dan? daar kunnen wij verder niets aan doen”), ga langs bij bureau rechtshulp (“schulden doen we niet”) en kom uiteindelijk terecht bij een overwerkte sociale raadsvrouw bij mij in de buurt (“u moet die schuld maar gewoon aflossen want er is niets aan te doen als het zover is…”) Maar mevrouw, IK heb alles gedaan wat ik moest doen. Bij bureau schuldhulpverlening werd mij op het hart gedrukt dat ze het contact met de schuldeisers van me zouden overnemen om zodoende de druk van de ketel af te halen. Daar hebben ze niet alleen duimen zitten draaien maar ze zijn ook mijn dossier al eens kwijtgeraakt… Trouwens, waar moet ik mijn vaste lasten nu van betalen? Dit werkt volstrekt contra-productief: ik betaal mijn schuld af en bouw meteen nieuwe op, omdat ik mijn vaste lasten niet meer betalen kan!! “Het klopt niet meneer, daar heeft u gelijk in…” en verder doet ze er schaamtevol want machteloos het zwijgen toe.

Akte acht:
Ik laat de sukkels bij schuldhulpverlening voor wat ze zijn en ga zelf op pad, linea recta naar het adres van de schuldeiser (in dit geval een goed beveiligd deurwaardersbureau aan de Wibautstraat). Word in een soort peeshokje ontvangen door een man die zo opgefokt vrolijk doet dat het wel een bedrijfstactiek moet zijn. Ik stel voor dat de (niet eens zo aanzienlijke) schuld wordt afgeboekt van mijn rekening, zodat de blokkade opgeheven kan worden en ik VERDER LEVEN KAN. “Doen we meteen”.

Akte negen:
Maar er werd helemaal niets afgeboekt, en de blokkade bleef. Weer rondbellen. “Wie? Nee, die zit even niet op zijn plek. Wil ik vragen of hij u terugbelt?” VAL DOOD! Hup naar de bank gefietst. Na een half uur wezenloos rommelen op haar pc vertelt de chagrijnige bankemployee mij (na te hebben gemeld dat ze eigenlijk geen servicepunt voor privé-rekeningen meer zijn, maar vooruit) dat ze niet in de computer kan komen, met ander woorden: mijn gegevens onmogelijk kan oproepen. ZUCHT…

Akte tien:
Een paar dagen en maaltijden bij vrienden en kennissen verder, bel ik de servicelijn van mijn bank. “Mijn collega belt u nog vanmiddag terug”. Geen telefoontje die dag. Nog steeds sla ik niet door; wel drink ik iedere avond een fles wijn leeg en val uiteindelijk met pijn in mijn hoofd in slaap.

Akte elf:
Een doorbraak! Ik loop de volgende ochtend (inmiddels twee en een halve maand verder) andermaal het bankfiliaal (waar geen service voor privé-rekeningen meer is -sic-) binnen en krijg iemand te spreken die zowaar weet wie ik ben:

“Het bedrag is overgemaakt naar de deurwaarder en uw rekening is gedeblokkeerd”. Geheel confuus staar ik de man aan. Is het werkelijk waar? Triomfantelijk vat hij de periode van algehele verwarring samen: “onze gehele administratie is overgeheveld naar een andere filiaal, waardoor bepaalde opdrachten vertraagd zijn geraakt…” Ik staar hem nog steeds sprakeloos aan. Er volgt geen excuus. Loop verdwaasd het gebouw uit, linksom richting pinmachine en haal moeiteloos 100 euro uit het vervloekte ding. Wandel vervolgens nog geheel verdooft de markt even verderop op, koop een hoop fruit en groente en bereid die avond misschien wel de lekkerste en meest voedzame maaltijd ooit. Mijn vriendin -deze laatste maanden een engel van geduld en begrip geweest- zit tegenover me en kijkt me hoofdschuddend aan. “Je moet nu wel echt minder gaan drinken, joh…” Ik knik begrijpend en staar naar de halflege fles voor mij op tafel. Nog eentje dan, godverdomme!

The rumor is that you seem to owe us some money“”

Epiloog: kreeg deze week een wel zeer korte brief van Crediam, de bank van lening. Mijn aanvraag om schuldhulpverlening is zonder verdere uitleg afgewezen (vier maanden na aanvraag). Leve de bananenrepubliek Nederland!

P. Nutville

About p. nutville