Cavia-racen bij Fred Oster


Justus van Oel combineert schrijven met acteren, en spellen uitvinden. Van Oel (1960) was het spelend brein achter de cabaretvoorstellingen van Zak en As, schreef reclameteksten en scripts voor televisieprogramma’s als Ook dat nog en Het gevoel van De Poel. Verder is hij de ontwerper van een nieuw soort bloembak en het spel Meander. Een interview over spellen, schaken, sport en winnen.

`Straks krijg jij je zin, dan gaan we schaken, maar nu eerst Meander.’ Ik
ben amper binnen of Van Oel zet me aan zijn geesteskind, het spel dat de wereld moet gaan veroveren. ‘Waar doet het je aan denken?’, vraagt hij, terwijl hij een doolhofbord toont. `Aan de cavia-races bij Fred Osters weekendkwis’, antwoord ik. Gelukkig mag ik blijven; Van Oel is een praktisch mens en heeft de publiciteit maar al te hard nodig.

Meander is lastig te beschrijven als je het niet voor je neus hebt. Het is een vierkant waarin je een soort puzzelstukken moet aanleggen. De 25 puzzelstukken doen denken aan een spoorwegemplacement: kruispunten, bochten en wissels naar links. Twee spelers, die niet tegenover elkaar, maar rond een hoek zitten, pakken blind om beurten een stuk en plaatsen het – zo maken ze voor zichzelf routes naar de overkant. Na de theorie volgt de test: het volgelegde bord (zie voor een voorbeeld de foto) wordt schuingezet. De kogels rollen, na even aantikken, ieder via hun eigen ingang het bord op. De zwaartekracht doet de rest, en laat zien of het denkwerk deugde. `Meander is geen schaakspel, eerder een kaartspel. Ook speelkaarten worden door het lot verdeeld, maar net als bij bridge zal ook bij Meander de betere speler vaker winnen.’, meldt Van Oel trots. `De overeenkomst met schaken is dat elk stuk zijn eigen rendement heeft; al die rendementjes bij elkaar zorgen ervoor dat je wint. Bij de variant waarin de speelstukken eerlijk verdeeld worden en je vooraf kan bedenken welk stuk je legt, zit het spel op het terrein van schaken en go, met een breinbrekend middenspel. Pure strategie. Bij demonstraties noem ik die variant de 400 meter-schaken. Schaken zelf blijft natuurlijk koningin, dat is de 10 kilometer marathondenken.

meanderNog voordat de thee klaar is, zitten we te meanderen. Van Oel helpt me voortdurend en zo win ik de laatste partij. Maar Van Oel is een echte spelletjesspeler en heeft een excuus: `Als ik de geplaatste stukken geteld had, en dus geweten had welke ik nog kon pakken, had ik gewonnen.’ Meander blijft een centrale plek op tafel behouden, ook als we beginnen te
schaken.

Justus van Oel – Renzo Verwer

“Jij wint in 15 zetten”, zegt Van Oel. We spelen een matige partij, waarbij veel gepraat wordt.
1 d2-d4 Pg8-f6 2 c2-c3 e7-e5 3Pg1-f3 e5-e4 4 Pf3-e5 d7-d6 5 Pe5-c4
Lc8-e6 6 b2-b3 Pf6-d5 7. e2-e3 f7-f5
`Ik moet nu binnen 15 zetten winnen’, zeg ik. `Je hebt me aardig onder druk
gezet.’
“Ja, als je er langer over doet, dan heb ik eigenlijk gewonnen.”
8 Lc1-a3 Dd8-h4 9 g2-g3 Dh4-h6 10 Lf1-e2 Lf8-e7 11 Pa5 Pd7 12 Pxb7
Van Oel, trots: “Ik heb in elk geval een pion vóór gestaan.” Gaat verder:
“Laatst heb ik gevoetbald, het was 5-4 geworden, er gingen twee mensen het veld uit, we gingen door en het werd 5-5. Of was het een nieuw partijtje? Het laatste vond ik, de totaaluitslagen waren dan 5-4 en 0-1. E‚n keer winnen, één keer verliezen is leuker dan één gelijkspel. Het spel is er om al die glorie die wij in het dagelijks leven moeten missen – en sommige mensen moeten héél veel glorie missen – in het klein te compenseren. Daarom moet er groots geleefd worden in het spel”.

12 … 0-0 13 c2-c4 Pd5-f6 14 d4-d5 Le6-f7
“Je dwingt me wel enorm me te concentreren. Een spelletje uitvinden, dat mag
negen jaar duren, maar een spelletje spelen mag hooguit 10 minuten duren vind ik.
Schaken duurt mij te lang, ik kan slecht tegen de spanning. Ik heb twintig jaar niet geschaakt. Ik ben de hele week depressief geweest omdat ik weer moest. Maar ik heb het over voor het hogere doel: een interview in Schaaknieuws”
15 Pb1-c3 Pf6-g4 16 h2-h3 Pg4xe3 ?!? 17 La3-c1? Pe3xd1 18 Lxh6 Pxc3
Van Oel: “Kun je wel. Vind je het niet misselijk van jezelf, zo te winnen?”
Ik win na veertig zetten.

De uitvinder: “Mijn ideale schaakspel zou zijn: ieder zes stukken. Ik zou
dat redelijk overzien.”

Het eindspel geldt juist als één van de moeilijkste fases uit het schaakspel
“Ja, maar in de opening weet ik het echt niet. Ik heb al vroeg beseft dat je bij schaken openingen moet kennen en dat vind ik niet leuk. Vaak vind je spelletjes leuk door de mensen met wie je speelde. Vroeger schaakte ik wel eens tegen mijn vader. Hij wilde vooral niet verliezen, en dat zijn de ergsten bij sport. Als je niet wilt verliezen, kun je het beste gaan dammen. Volgens mij kan een matig meester tegen een echte topper langdurig verlies vermijden totdat ie moe wordt en onder druk komt. Dammen is een soort marathon: wie speelt er goed in de 80e minuut. Die eindeloze remisereeksen van Sijbrands en Gantwarg hebben meer met uitputtingslagen te maken dan met een spel. Dammers vind ik een beetje zielige mensen.”

Mijn dochter Lute van 5 wil gelukkig altijd winnen. Het zit in haar genen – mijn vrouw was vroeger schaatster. Als Lute en ik naar de speeltuin gaan, wil ik de bal overgooien, maar zij wil schommelen. We kregen vaak ruzie, maar nu heb ik een verrekeningssysteem bedacht: drie keer schommelen voor twee keer overgooien. Maar dan krijgen we weer onenigheid of er nou meer geschommeld is of gegooid. Soms speelt ze vals, dan gaat ze huilen als ze die bal van mij moet overgooien. Ik zie uit naar het moment dat ik met haar Meander ga spelen.

justus van oelSpellenwinkels
Zonder al te veel succes leurde Van Oel met zijn uitvinding langs spellenwinkels en speelgoedzaken. In het Haarlems Dagblad, december 2000, beschrijft hij zijn bezoek aan een spellenwinkel: “Ik had al drie keer gebeld, en nog een vierde keer om ze aan de afspraak te herinneren. Het was exact zoals ik me had voorgesteld. De afspraak was uiteraard vergeten, in dat ene uurtje tussen nabellen en mijn aankomst. Prijzende woorden over mijn vinding werden onthaald met een vermoeide blik. (…) De mededeling dat ik een onbezet stukje toonbank of tafel nodig had om het spel te demonstreren kwam mij op een zucht te staan. Of ik dan niet zag dat de winkel afgestampt was? (…) Zodra de doos eindelijk open was en het schitterende geulenpatroon van het spel zichtbaar werd had de middenstander zijn oordeel al klaar. Een dom spel zei hij, en niet iets wat iemand meer dan tien keer zou spelen.”

Van Oel, nu: “Ik heb hier mijn ervaringen met twee Amsterdamse
spellenwinkels -Het Paard en The Gamekeeper- samengevoegd. Alle winkeliers denken dat je ze een poot komt uitdraaien en dat je gek bent, want daar krijgen ze er de meesten van op bezoek. Ze zijn niet geïnteresseerd. Een spel dat niemand kent, wordt niet verkocht en daar moeten ze extra energie in steken. Maar op theaterfestivals als De Parade en Oeral heb ik Meander gespeeld en daar is het een groot succes. Toeschouwers kijken naar de concentratie van de spelers. Je kunt een spel uitleggen, maar niets werkt zo goed als twee mannen die met zo’n vierkant in handen zitten en denken `waar ga ik hem leggen?’ Ooit gaat het spel er komen, ik weet het zeker. Ik weet namelijk wat een goed idee is, ik heb ook een heleboel slechte ideeën gehad.”

– Werkt jouw -bescheiden- bekendheid dan niet in jouw voordeel bij de promotie van het spel?
“Nee. Ik werkte in de reclame en in het cabaret en het werd in beide gebieden tegen me gebruikt. Onder scenarioschrijvers ben ik de cabaretier die zo nodig scenario’s moet schrijven en andersom. Het werkt niet, mensen raken erg in de war. Ik ben met Meander bij de grote speelgoed- en spellenfabrikanten geweest en ze zien niet hoe bijzonder het is. En wat is dan wel een succes? Kolonisten van Catan, waarbij je steden en dorpen moet bouwen en verstandig beheren. Het is een niet-destructief spel en je ziet vooral vriendelijke mensen het spelen. Het is erg populair bij vrouwen las ik laatst, en dat verbaast me niets. Meander is ook zonder spelregels leuk. Het is mooi om naar te kijken; kinderen pleuren het bord vol en laten die kogeltjes rollen, zo hebben ze ook een leuke dag.”
Externe link
Justus heeft ook een hele fijne eigensite

“Kijk, hier heb ik nog iets!” Van Oel toont dobbelstenen met letters waarmee je woorden kan vormen.”Dit is mijn tweede hoop op eeuwige roem. Het werd verworpen door Jumbo met als argument: `het doosje is te klein’. Dat vind ik nu juist een voordeel! Ze hebben zelf een afdeling development en slechts energie voor één nieuw spel per jaar. Voor twintig gulden kan dit op de markt komen. Ik ga een roman schrijven over spelletjes verzinnen, alleen om dit spel kwijt te kunnen. Het liefste wil ik dit spel sealen bij het boek. Ik betaal dan het spel, maar uitgevers willen ook weer hun percentage daarvan. Op die manier gaat het boek vijftig gulden kosten in plaats van dertig. Als alternatief heb ik
bedacht dat de kaft het bestelformulier is.

– Jij bent wel bezig, hè?
“Ik ben een beetje polymaan, heb ook een speciale bloembak ontworpen. Als ie
omstormt zitten de planten er nog in, hij regent minder in en droogt minder uit. Wat mij diep teleurstelt – ik was verwend met het cabaret- is hoe lang je moet duwen en trekken om iets gedaan te krijgen in de spellenwereld. Om te winnen. Het is makkelijker een speelfilm te maken (ik maakte De pijnbank met Theo van Gogh) dan om Meander in produktie te krijgen – dat duurde negen jaar. Dat doe je niet meer als je 50 bent, het heeft me drie millimeter tandvlees en een boel gezondheid gekost. Je moet uitvinden hoe het werkt. Je bent een eenzame held; niemand begrijpt je.”

– Je hebt een hekel aan verliezen.
“Ja. En ik heb ontstellend veel verloren in mijn beroep als scenarioschrijver, gedeeltelijk door eigen onvermogen. Ik had een keer nog 2,1 miljoen nodig en toen staakten de stemmen bij de subsidiegevers bij de stand 3-3. Dat was gruwelijk, had iedereen maar tegengestemd. Ik heb daaronder geleden, wat natuurlijk stom is. Wat vrouwen betreft ben ik geen winnaar. Ik heb zelden de meisjes gekregen die ik wilde. Ik was veel te onrustig, nerveus, straalde geen fundering uit, zoals vrouwen willen. Veel schakers hebben daar ook last van, vermoed ik. Zodra je rustig wordt en status hebt, komen ze op je af. Onlangs was ik weer acteur, en hadden alle meisjes in de bar interesse.
Soms vind ik iets om de pijn van het verliezen niet te voelen. Bij tennis bijvoorbeeld kan ik oprecht applaudisseren om een mooi punt van mijn tegenstander. Dat doe ik met een psychologische truc; ik speel dat ik die bal geslagen heb en voel de diepe vreugde die hij gevoeld zou moeten hebben. Als je niet de winnaar bent, kun je altijd nog de scheidsrechter zijn. Of analyticus bij schaken.”

– Je leert mensen goed kennen als je een spel speelt: hoe denkt iemand, kan
hij tegen zijn verlies?

“Ik heb dat sterk bij voetbal; ik weet snel wie ik aardig vind en wie niet.
Het spel is typisch mannelijks, voor vrouwen is het spel doorgaans een sociaal gebeuren. Als twee vrouwen samen spelen, en de één speelt erg op winst, is het van `je bent toch m’n vriendin, waarom nou zo fel?’ Vrouwen zijn het in een vroeg stadium eens. Daarom vinden ze mannen leuk, denk ik wel eens.

-Een Nederlandse schaker zei ooit na een nederlaag in de eerste ronde:
`verlost van de druk van het ongeslagen zijn.’

“Hier komen we op het pathologische vlak. Zoals ik met Meander in productie
krijgen- ik kan het niet opgeven. Ik heb het zelfs een tijdje verstopt, ik was een gesel voor mijn omgeving – al mijn kennissen riepen bij binnenkomst: `ik heb het al gespeeld!’. Ik kan ontroerd zijn dat ik toch heb volgehouden. Ik ben een liefhebber van Bach, en een keer wil ik iets doen als hij, iets maken dat aan tijd en dood ontsnapt. Meander heeft dat in het klein. Als je Meander neerzet op Mars, zouden de marsmannetjes achter de regels komen.”

Externe link
Meander is onder andere verkrijgbaar bij de Bijenkorf. Meer info op de meandersite
“Goed schaken is universeel denken, het meest van de emotie ontdane wat mensen echt kunnen. Ooit zag ik in een schaakprogramma een partij tussen Kortsnoj en Karpov. Timman of Böhm legde uit waarom die paardzet van Kortsnoj mooi was, het was de enige zet. Als je zoiets kan bedenken, ben je ontstegen aan je beperkingen. Dat hebben eindspelcomponisten ook. Ik kan het niet, maar ik zie de schoonheid van het onvermijdelijke, iets wat buiten de mens staat.”

Renzo Verwer

Dit artikel werd eerder (juni 2002) gepubliceerd in Schaaknieuws als deel van een serie over mensen van buiten de schaakwereld die vertellen over schaken

About renzo verwer