Het Plagiaat – Tom Poes

Op een keer, nadat het drie dagen achter elkaar geregend had, liep Tom Poes door de haven van Rommeldam. Hij was blij dat de zon eindelijk weer eens scheen want van al dat thuis zitten was hij zich enorm gaan vervelen.

Dat is begrijpelijk, niet waar? Tom Poes is een poes die van avonturen houdt en avonturen komen meestal niet bij je aan de deur kloppen. Zeker niet als het regent. Al dat wachten en vervelen, had de lust om weer eens iets te beleven in onze kleine vriend doen oplaaien. Nu, lopend in de haven en kijkend naar de bedrijvigheid langs de kade, probeerde hij een avontuur te ontdekken. Nou zijn avonturen geen paaseieren dus hoe goedtom poes Tom Poes ook zocht, tuurde en speurde, een avontuur vond hij niet. Wel viel zijn oog op een hem wel heel bekend voorkomende boot. Was dat niet de ‘Albatros’, de boot van kapitein Wal Rus? Ja hoor! En daar liep de kapitein zelf! Tom Poes zette het op een drafje om de kapitein in te halen. Misschien had de kapitein wel iets spannends meegemaakt op zijn laatste reis.
‘Goedemorgen kapitein!’, zei Tom Poes hijgend, ‘Hoe maakt u het?’
‘Een landrot, die zo maar het woord tot mij durft te richten?!’, grauwde kapitein Wal Rus, die zijn gesprekpartner geen blik waardig gunde maar strak en donker voor zich uit bleef kijken terwijl hij woest voort beende. Tom Poes moest af en toe een huppeltje maken om de kapitein te kunnen bijhouden.
‘Alle zeilen en touwen nog aan toe!’, tierde kapitein Wal Rus voort, ‘die heeft lef! Een wezen zonder zeebenen, bij het minste briesje natuurlijk al last van zeeziekte, durft mij, kapitein Wal Rus… Maar wacht eens even, ben jij het Tom Poes? Ach, beste vriend! Ik herkende je niet ogenblikkelijk! Neem me niet kwalijk, ik ben mijzelf niet helemaal. Mijn hoofd loopt over van de zorgen!’
‘Ay, kapitein, dat klinkt niet best. Wat is er aan de hand?’ vroeg Tom Poes terwijl hij weer een huppeltje maakte.
De kapitein trok met een zorgelijk gezicht aan zijn pijp en krabde eens onder zijn pet.
‘Het is een vreemde zaak, Tom Poes’, bromde kapitein Wal Rus, ‘een wel heel vreemde zaak’.
Tom Poes begon nieuwsgierig te worden maar net toen hij de kapitein wilde vragen welke zaak er zo vreemd was, werd hij op zijn schouder getikt. Een onbekende heer in een keurige jas boog zich voorover tot zijn neus haast die van Tom Poes raakte, en keek onze vriend over de rand van zijn vergulde bril onderzoekend aan.tom poes
‘Bent u heer Poes?’, vroeg de vreemdeling. De vraag bracht Tom Poes even van zijn stuk. Heer Poes, zo had nog niemand hem ooit aangesproken! Maar ja, ontkennen kon hij toch ook niet.
‘Dat klopt, dat ben ik’, stamelde Tom Poes.
‘Aha!’, riep de vreemdeling stralend uit, waarbij hij vrolijk met zijn wandelstok zwaaide. ‘Heer Poes, dus toch, immers! Wat een genoegen! Laat mij u de hand schudden!’
Geestdriftig schudde de vreemdeling de hand van Tom Poes bij wie de verbijstering inmiddels van het gezicht droop. Kapitein Wal Rus stond wat afzijdig het schouwspel gade te slaan.
‘Wie is die landrot toch?’, vroeg hij zich af. ‘Zijn gezicht komt me bekend voor…’

About sofie van der sluis