“Ik beloof dat zij…”

Met zijn categorische weigering het hoogste ambt te aanvaarden, heeft Wouter Bos niet alleen een nobele, maar vooral een ongeloofwaardige keuze gemaakt. Voor Bos is er maar één consequente keuze: premier worden.
Met de gouden bergen die peilbureaus Wouter Bos’ PvdA beloven, doemen ook zwarte wolken op. De partij dreigt verzeild te geraken in een dilemma, een dilemma dat niet zomaar als een luxeprobleem afgedaan kan worden. Het dilemma draait om de vraag: mocht de PvdA de grootste partij worden, moet Bos dan zijn belofte breken en het hoogste ambt aanvaarden?

Als Bos voet bij stuk houdt dat hij geen premier wil worden, zal dat de PvdA waarschijnlijk zetels gaan kosten. Met de dreiging van een centrumrechts kabinet lijkt dat me op zich al voldoende reden voor Bos om zich alsnog te laten kandideren. Maar er zijn ook minder opportunistische redenen, waarom Bos zijn belofte moet breken.

Ten eerste: Bos meent dat hij in de Tweede Kamer moet blijven, omdat hij de partij weer op het rechte pad moet brengen. Na de klap in mei 2002 moet de partij zich eerst herstellen, en dat kan alleen als hij leiding geeft aan de partij, en niet aan een kabinet. Maar of hij nu bedoelt dat hij zijn handen niet vuilmaken wil, of het partijbelang boven het belang om te regeren plaatst, het argument klopt niet.

Want hoe kunnen we een partij die nu nog niet op het rechte pad is, een partij die in herstel is, regeringsverantwoordelijkheid toevertrouwen?

Met andere woorden, als de PvdA nog zo zwak is, dat ze haar politieke leider onder alle omstandigheden in de Tweede Kamer moet laten zitten, dan kan ze maar beter in de oppositie blijven zitten en regeringsdeelname bij voorbaat uitsluiten.
Als de PvdA meent dat ze wel degelijk regeringsverantwoordelijkheid kan nemen, dan is de partij, kennelijk (mogen we hopen!), voldoende hersteld, en kan Bos er persoonlijk voor garant staan dat het beleid dat hij nu verdedigt, ook daadwerkelijk uitgevoerd zal worden.

Het is of het één, of het ander, ik zie geen consistente middenweg tussen deze keuzes.

Ten tweede: het is natuurlijk niet fraai als Bos zijn wel heel ferme belofte dat hij geen premier zal worden, zal moeten breken. Maar hoe zit het met zijn overige beloftes? Dat de PvdA de werkloosheid zal terugdringen, de verhoging van de ziekenkostenpremie zal terugdraaien, iets zal doen aan de corrupte huizenmarkt, en noem zo maar door? Wouter Bos heeft meerdere keren duidelijk gemaakt dat hij hier persoonlijk voor in zou willen staan. Maar hoe wil hij dat doen, als hij fractievoorzitter is in de Tweede Kamer, maar geen deel van het kabinet? Vooropgesteld dat de PvdA van de regering deel uit zou maken, kan hij het regeringsbeleid op zijn hoogst controleren, maar het niet formuleren, uitvoeren, verdedigen en er eerste verantwoordelijkheid voor dragen.


Bos zou dit argument kunnen tegenwerpen door te stellen dat het niet om de poppetjes gaat, maar om de ideeën. Dat klinkt idealistisch, maar wij stellen geen vertrouwen in organen of partijen, wij stellen vertrouwen in de personen die deze partijen vormen en de ideeën die zij geformuleerd hebben. Een partij kan niets beloven, alleen personen kunnen dat. Dus als Wouter Bos belooft dat de PvdA ervoor zal zorgen dat beleid B zal worden uitgevoerd, dan doet híj die belofte, niet de PvdA. Als hij vervolgens geen deel wenst uit te maken van een regering, dan zegt hij in feite dat HIJ belooft dat ZIJ dat beleid zullen uitvoeren. Waarbij “ZIJ” nog slechts rollen of functies zijn, en geen personen. Hoe kan HIJ dat garanderen? Dat kan hij niet.

Dijkstal wilde geen uitspraken doen over zijn eventueel premierschap, omdat mensen een parlement kiezen, en geen regering. Ik snap die redenering wel. Maar de facto kiezen we niet alleen een parlement, maar ook een regering, en rekenen we partijen af op hun eventuele regeringsdeelname. Verkiezingsprogramma’s zijn niet alleen inhoudelijke standpunten over wat een partij vindt, maar geven tegelijkertijd ook aan wat de partij zal doen als ze de macht krijgt haar ideeën ten uitvoer te brengen. Dat is niet regentesk, dat is je eigen ideeën serieus nemen. De vraag aan de kiezers is: welke personen geven we de macht om het land te besturen? Daar stem je op, en daar is niets mis mee.


Bos heeft gezegd dat hij nog niet voldoende bestuurlijke ervaring denkt te hebben om premier te worden, en dat hij het land niet als een Balkenende wil besturen (voelt u ook al een nieuw gezegde aankomen?). Dat waarderen we natuurlijk zeer. Desalniettemin lijkt me dat hij zijn beloftes allicht beter na zal kunnen komen in de positie van premier, dan vanaf de Tweede Kamerbankjes. En altijd beter dan Jan Peter!
Mocht Bos écht vinden dat het hem aan premiercapaciteiten ontbreekt, dan rest de PvdA slechts één logische keuze: met Wouter de oppositiebankjes in. Dat zou betekenen dat de PvdA vier jaar langs de zijlijn kan toezien hoe Jan Peter zijn rechts-gereformeerde plannen ten uitvoer brengt, en dat lijkt me eerlijk gezegd ook niet te verkopen.

De PvdA is, met Bos aan het roer, op de goede weg. De patiënt is voldoende hersteld, het wordt tijd dat de daad bij het woord gevoegd wordt. Wouter Bos moet dus gewoon niet zo mekkeren, maar zich nog voor de verkiezingen kandideren voor het premierschap. Laten we het erop houden dat hij zijn belofte niet gebroken heeft, maar zich gewoon heeft vergist. En dat zullen we hem heus wel vergeven.

About melissa van amerongen