Politieke vakantievrienden

“Je moet links stemmen, want alle leuke mensen zijn links”, zei iemand me ooit. Onzin, dacht ik toen. Maar wat is er eigenlijk op tegen om te stemmen op mensen omdat je ze leuk vindt – omdat je ze aardig vindt, goed met ze overweg kunt, op eenzelfde golflengte zit, kortom: omdat het ‘jouw soort mensen’ zijn? In het bedrijfsleven is het heel gewoon dat je solliceert bij een bedrijf waarvan de ‘bedrijfscultuur’ je aanstaat. Waarom ook niet? Welke kant het met een bedrijf opgaat, weet je niet: de strategie van een bedrijf wisselt voortdurend, de organisatiestructuur wordt van tijd tot tijd omgegooid en voor hetzelfde geld sta je enkele maanden nadat je er bent aangenomen weer op straat. Dan is het niet zo gek dat je kiest voor de mensen die er zitten. Het is als op vakantie gaan met goede vrienden: de reisbestemming doet er niet zo toe, je hebt het toch wel naar je zin. Waarom zou dat in de politiek niet ook gelden?

Bij de vorige verkiezingen heb ik PvdA gestemd, op Ad Melkert. Een proteststem tegen al die proteststemmen tegen Melkert en alles wat hij symboliseerde: de twee paarse kabinetten, het regentendom, het politieke carrièrisme. Allemaal zaken waar ik zelf eigenlijk ook weinig mee op heb, maar om dat die man allemaal aan te wrijven – nee, dat ging me te ver. Het is verkeerd om iemand die op de grond ligt na te trappen, vind ik. Dus toen de historische nederlaag van de PvdA zich aankondigde, heb ik mijn sympathie met de grootste ‘loser’ betoond.

Dit keer zal ik zeker geen PvdA stemmen. De manier waarop de partijgenoten Melkert nog tijdens verkiezingscampagne afvielen en Wouter Bos naar voren schoven, was wel zo dom en zo slecht, dat die partij voorlopig niet meer op mij hoeft te rekenen. Zelfs het meest klantonvriendelijke bedrijf weet: als er klachten zijn, moet je niet je collega de schuld geven. Het is een begrijpelijke reactie als er wat mis gaat zonder dat jij er iets aan kunt doen. Maar het enige effect is dat de klant denkt: wat een zooitje is het daar. Dat denk ik nu over de PvdA: moeten mensen die zo met elkaar omgaan het land besturen? Liever niet.

Waar zitten dan wel leuke mensen? Bij de VVD? Als ik aan de VVD denkt, zie ik dixieland-liefhebbers en pennyshoes, plooirokken en slechtzittende maatpakken. Ik hoor slecht gespeelde dixieland-muziek, overstemd door het gebral van corpsballen, ‘would be’ zakenlieden en platte praatjesmakers. Begrijp me goed: niets mis mee, maar mijn soort mensen is het niet.
Bij het CDA dan? Ik houd niet van jägerjassen en gebreide truien met bloemetjesmotief. En ik heb weinig op met mensen die de mond vol hebben van ‘normen en waarden’ zonder deze op zichzelf te betrekken, of op hun partijgenoten die fout waren voor, tijdens of na de oorlog (Gij zult bouwfraude plegen – het lijkt wel het elfde Christendemocratisch gebod).
Bij de SP dan? Dat lijkt me een partij voor mensen die zware shag roken en slappe pils drinken, maar niet voor mij.
Bij Groen-Links? Idem dito, maar dan nog erger: ’s avonds na het eten een kopje slappe kruidenthee, terwijl op de achtergrond Enya of soortgelijke wereldmuziek wanklinkt.

Bij de kleine christelijke partijen? In een kleinburgerlijke bui voel ik er wel wat voor. Maar ik begrijp hun gedweep met het koningshuis niet en ik heb geen vlag om buiten te hangen als we weer eens feest moeten vieren.
De LPF? Ach – mij te rancuneus, te opportunistisch en te plat. Zelfs nu de partij – evenals zijn naamgever, trouwens – in verregaande staat van ontbinding verkeert en op een enorm verlies afstevent, kan ik er geen sympathie voor opbrengen. ‘Losers’ die verdienen te verliezen – waarom zou ik daar mijn stem aan vergooien?

Wat blijft er dan nog over? Ik was het bijna vergeten: D66! “Een partij waarop je als intellectueel wel bijna moet stemmen”, zei Harry Mulish ooit. Als je intellectueel definieert als iemand die veel nadenkt maar weinig meningen heeft, beschouw ik mezelf graag als een intellectueel. Iemand die goed beargumenteerde besluiteloosheid hoger aanslaat dan ondoordachte daadkracht; iemand die zich graag overgeeft aan discussie, maar aarzelt om het platgetreden pad van discussie naar ruzie in te slaan en al helemaal om vandaar linea recta door te gaan naar eeuwigdurende haat – als zo iemand een intellectueel is, dan stem ik graag op een partij voor intellectuelen. Zeker nu D66 het zo slecht doet in de peilingen, niet meer wordt uitgenodigd voor de meeste televisiedebatten en nu een toonbeeld van rust en redelijkheid als lijsttrekker Thom de Graaf geheel wordt overstemd door allerlei emotionele druktemakers. Veel stemmen zal D66 de komende verkiezingen niet trekken, maar ik wil deze partij best een kus des doods geven.

Jan Bletz

About jan bletz