Sporten met dieren

Verjaardagsfeesten zijn – naast volksoproeren en concerten van René Froger – dé gebeurtenissen die ik wens te ontlopen. Het moeten uitzitten van dit soort bijeenkomsten ervaar ik als een urendurende marteling: altijd weer blijkt al bij binnenkomst in het feestelijk met slappe slingers behangen woonkamertje de helse tortuur der Gezelligheid aanwezig: een treurige taartpunt met slappe slagroom en een hoop vervelende mensen die zich zachtjes aan dood drinken aan de bessenjenever en appellikeur.
Maar ik prijs mijzelf gelukkig wanneer het daarbij blijft, want er is altijd nog de mogelijkheid dat iemand het onzalig idee in zijn beneveld brein voelt opborrelen om een ‘gezellig spelletje te doen’, of – en dat gebeurt ook regelmatig – de TV aan te zetten om een ‘belangrijke’ voetbal-, tennis-, schaats-, of weet-ik-wat-voor-wedstrijd te bekijken.
Toch, de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik voor één spel, en één sport een uitzondering maak: schaken en wielrennen. Dit zijn naar mijn mening de enige sporten die enig bestaansrecht hebben: schaken kent als een van de zeer weinige spelletjes niet zo’n ellendige geluksfactor en kan werkelijk spannend zijn; en wielrennen is – als je het zelf beoefend – gezond voor lichaam en geest, niet vervuilend, geluidarm en – grote uitzondering in de sport: je komt ook nog ’s ergens.

hond en bazinEen uurtje eenzaamheid
Ik fiets dus graag. Langs stille velden waar geen ander geluid klinkt dan het suizen van de dunne rubberbanden op het asfalt, een zacht melodisch razende ketting, ach: dat is pas leven!
Toch is het tijdens die tochtjes nog altijd onmogelijk andere mensen te ontwijken. Lang geleden heb ik ooit een aantal pogingen ondernomen om een rit uit te zetten waar ik geen mensen tegen zou komen. Uiteraard was dat een plan dat mij vroeg uit bed joeg, en soms leek het te lukken: een vol uur totale eenzaamheid op Neerlands wegen. Maar het was mij niet gegund. Telkens weer was daar een vroege boer op een trekker, een verlopen nachtbraker in de berm of een andere fietser die zijn rust door mij verstoord zag.
Mijn allerlaatste poging op een schemerige zondagochtend rond half zes liep stuk bij een bosrand. Daar stormde een dikkig vrouwtje ‘hup-hup’ roepend op een zuchtend paard mij daverend voorbij. Sport met dieren, ik was het bijna vergeten: het kan altijd nog erger.

paard en bazinStuipjes
Dat ik mijzelf niet zo snel een heel spel monopoly uit zie spelen, of mijzelf op zondagochtend met VV de Liesbreuk tweemaal drie kwartier een bal rond zie trappen, dat mag na het voorgaande geen opzien baren. Toch zal ik niet snel gewelddadig worden bij het zien van monopoly- of voetbalspelende mensen. Dit is wel het geval met mensen die sporten beoefenen met behulp van dieren. Let wel: het gaat nu niet om het welzijn van de beesten. Ik bezig nog altijd het credo van de boer: het zijn beesten, geen mensen, opeten mag, kwellen is niet nodig. Daarbij: eventuele dierenkwelling is zeldzaam bij sport met dieren. De gemiddelde dierensporter lijdt over het algemeen hevig aan aai- en knuffelstuipen, dus het beestje komt geen liefde en aandacht tekort.
Wat mij bijvoorbeeld zo tegenstaat in sport met dieren, is de megalomane misvatting van de dierensporter dat hij of zij deel uitmaakt van de overwinning die het beest behaalt. De hondenfreak ziet het kunstje van zijn viervoeter als zíjn kunstje; de ruiter denkt dat híj over die hindernis springt en de duivenmelker is er van overtuigd zelf uit Spanje te zijn overgevlogen. Ook de algemene stompzinnigheid van de dierensporten draagt flink bij aan mij weerzin.

poes en jurylidWaus & co.
Een tijdje terug zapte ik naar de BBC en daar werd ik getrakteerd op een hondenshow. Een Britse variant van Martin Gaus – jaja! het kan altijd nog véél erger! – liet mij tientallen honden zien die tussen allerlei hindernissen door moesten rennen. Hindernissen die duidelijk bedacht waren door een klein brein vol kronkels: tunnels van zeildoek, blokjes hout en ik dacht zelfs een roestige grasmaaier te zien. Enfin. Tijdens hun sprintje rende het baasje mee. Wonderbaarlijk genoeg waren dit telkens weer zwetende vrouwen met bodywarmers aan. De hond hield zijn bazin goed in het oog en knalde dus regelmatig tegen tunnel, houtblok of grasmaaier. Uiteindelijk was dan het eindpunt van de zware hindernistocht bereikt en met een bijna hoorbare zucht van verlichting sprong het dier op een tafel. Daar werd dan voor geklapt.
Wauw, denk ik dan.
De paardendressuur lijdt aan vergelijkbare stompzinnigheid. Als ik aan een marsmannetje zou moeten uitleggen wat paardendressuur inhoudt, dan denk ik dat de volgende formulering tamelijk adequaat is: een beest dat met één welgemikte trap met gemak je kaak van je hoofd kan schoppen, wordt bereden door een etalagepop in feestkostuum. Het beest heeft vlechtjes in de manen en moet een tijdje door een zandbak huppelen. Na afloop wordt er dan hard geklapt en mag het paard weer naar zijn hok.
Doe mij dan maar monopoly.

martin gausPanta Rhei
Alles is onderhevig aan verandering, zoals een oude Griek die nog nooit van hondenshows gehoord had ooit zei. Er is dus een kans dat ook de dierensport verandert. Ik zie mogelijkheden: misschien dat een paar veranderingen in details de dierensport nog leuker maakt.
Wanneer je de hondensporter hetzelfde parcours laat rennen met een wilde wolf of een goed valse Rottweiler, bijvoorbeeld, dan wordt het vast veel spannender, en knapper. Als zo’n zwetende bodywarmer zo’n beest met goede afloop op een tafel weet te krijgen wil ook ik best wel klappen.
Een mix van verschillende disciplines zal ook verrassende resultaten opleveren: een indoor kattenshow in combinatie met een duivenwedstrijd. Of Martin Gaus als kleiduif lanceren… Of valt dit buiten de dierensport?

Gerard Mutsaers

About gerard mutsaers