Ze dronken een glas, ze deden een plas en alles bleef zoals het was?

In november 2000 stond politiek Utrecht op z’n kop: Leefbaar Utrecht kwam (na in 1998 in 1 klap met 9 zetels in de raad geschoten te zijn) met 14 zetels in de Utrechtse gemeenteraad en was ineens de grootste partij. Hun verkiezingsboodschap: betrekken van burgers bij grote projecten in de stad, te beginnen met een referendum over het Stationsgebied. Leefbaar Utrecht leidde de coalitiebesprekingen en kwam daaruit met liefst 3 wethouders. Nog nooit vertoond in de voorheen grootste slaapstad van Nederland. Deze spectaculaire uitslag haalde niet alleen de voorpagina’s van het Utrechts Nieuwsblad, maar kreeg ook landelijk veel aandacht. Henk Westbroek, overal afgebeeld in verre staat van beschonkenheid met een fles champagne aan zijn lippen, triomfeerde met een groot feest in zijn eigen kroeg en de gevestigde partijen verdronken hun verdriet op de toch al niet gezellige borrel van de uitslagenavond op het Stadhuis.

De PvdA, mijn partij, was geknakt en verdrietig. De burger had er niets van begrepen, Leefbaar Utrecht bestond slechts uit Henk Westbroek en was verder een bij elkaar geraapt zooitje ontevreden, oude mannen met snorren. Natuurlijk konden deze mensen geen stad besturen, beweerden VVD, CDA en PvdA. In het belang van Utrecht, vormden deze partijen toch maar het college, samen met Leefbaar Utrecht. En de oude partijen kregen ongelijk: Utrecht wordt tot op de dag van vandaag nog steeds prima bestuurd.

In april 2002 stond politiek Den Haag op z’n kop: de Lijst Pim Fortuyn stevende in de peilingen af op de grootste verkiezingsoverwinning ooit. De moord belette de leider om premier te worden. Ook dit was in Nederland nog nooit vertoond. De kiezer koos massaal voor de vermoorde Fortuyn; om hem nog een laatste eer te bewijzen. Er vielen harde klappen op links: vooral bij de PvdA de die de helft van haar zetels verloor. Er kwam een rechts-conservatief kabinet dat al vanaf het begin als los zand aan elkaar hing. Natuurlijk konden deze mensen geen land besturen.

Dit keer kregen de tegenstanders wel gelijk; al na 87 dagen ruzie, schandalen, vechtpartijen en veel geklungel kwam het Kabinet Balkenende ten val. Een aantal politici van de oppositie sneerde in het acht uur journaal “Tsja, politiek is toch een vak he?” en het Nederlandse volk mag nu opnieuw naar de stembus.

Back to normal?!
In mei 2002 was er één lichtpunt: in Utrecht hadden relatief weinig mensen op de LPF gestemd en in de schaduw-gemeenteraadsverkiezingen die gehouden werden, kwam de PvdA als grootste uit de bus. Talloze analytici bogen zich over dit fenomeen en sommigen concludeerden: in Utrecht hebben we – na anderhalf jaar Leefbaar Utrecht – met eigen ogen gezien dat een nieuwe partij niet per sé nieuwe politiek hoeft te betekenen. De oude partijen hebben de boodschap begrepen en zijn zich gaan vernieuwen; de burgers zien dagelijks dat het werkt. In Utrecht willen we gewoon ‘back to normal’.

Deze mening wordt sindsdien veel verkondigd. Hoewel ik het er wel gedeeltelijk mee eens ben, denk ik niet dat we daarom maar moeten concluderen dat nieuwe partijen komen en gaan en geen blijvend effect hebben op de politiek zelf. Ik denk dat als we dát gaan beweren, we nog steeds de arrogante, niet-luisterende PvdA van het pré-Bos-tijdperk zijn. Hoe het ook zal gaan met Leefbaar Utrecht, met de Lijst Pim Fortuyn en de talloze clubjes Gemeentebelangen; een nieuwe politieke partij, mits geleid door goede mensen en in bezit van enige daadkracht, zal altijd een bestaande politieke cultuur veranderen. En dat alleen al maakt ze waardevol voor de ‘oude partijen’.

Utrecht snapt het, Rotterdam nog niet
In Utrecht hadden we die boodschap in ’98 nog niet, maar nu wel begrepen. De ervaren heren en dames politici zijn danig opgeschud door de nieuwe partij en hebben zich vernieuwd. Ze zijn meegegaan in het Referendum over het Stationsgebied en dwingen de LU-wethouder die dit moet uitvoeren om zich aan de referendumuitslag te houden, immers: wij gingen met z’n allen heel goed naar de burger luisteren! Ook zie je een verandering in de politieke stijl; we debatteren opener en eerlijker met elkaar; waardoor er minder in de wandelgangen en meer voor de bühne wordt gespeeld. De meeluisterende of kijkende Utrechter wordt er vaak zelfs intensiever (en soms helaas langduriger) bij betrokken dan hij zelf wil. Maar er wordt duidelijke taal gesproken in de gemeenteraad, procedures worden helderder voor buitenstaanders, mensen snappen waar ze aan toe zijn. Achterkamertjes zijn in het Utrechtse stadhuis onvindbaar. Zelfs het Utrechts Nieuwsblad vaart wel bij de nieuwe partij; de hoofdredacteur verklaarde in een interview dat hij ontzettend blij was met de komst van Leefbaar Utrecht omdat dat de populariteit van de krant enorm was toegenomen sinds Leefbaar Utrecht in de raad zit.

In Rotterdam hadden ze de boodschap zelfs in 2002 nog niet begrepen. De VVD en de PvdA werden daar keihard op afgerekend toen Leefbaar Rotterdam met 17 van de 45 zetels vorig jaar de grootste partij werd. Deze partijen hadden vooral aan zichzelf te danken. Die PvdA heeft verzuimd om na de landelijke ontwikkelingen (en na het zien van de peilingen, waarbij al voorspeld werd dat Leefbaar Rotterdam 10 zetels zou gaan behalen) zichzelf achter de oren te krabben, haar lesje te leren en zeggen: ‘We gaan het anders doen’. De PvdA Rotterdam wilde zich niet laten opschudden en gingen gewoon op de oude voet door. Van die arrogantie kregen zij in maart 2002 de rekening gepresenteerd en het dal waarvandaan zij weer moeten opkruipen is diep, dieper dan nodig was geweest. .

Is er dan alleen maar goed nieuws te vertellen over de nieuwe partijen? Nee, natuurlijk niet. De politieke kleur van Leefbaar Utrecht, en dat geldt ook voor andere leefbaren, is onzichtbaar of op z’n best gezegd zwalkend. Als je de partij op zichzélf beoordeelt, zie je een clubje ontevreden vijftigers die het hele politieke spectrum van uiterst links tot uiterst rechts beslaat. Maar daar gaat het niet om. We moeten de nieuwe partijen niet op zichzelf beoordelen, we moeten kijken naar hun functie in het geheel. Leefbaar Utrecht heeft een missie (in het kort: ‘burger en politiek meer bij elkaar betrekken’) en stelde dat wanneer die missie geslaagd is, de partij zichzelf zal opheffen. Op die merites moet je nieuwe partijen beoordelen en daarbij kun je niet anders dan concluderen dat ze waardevol zijn.

Dit geldt ook voor de landelijke nieuwe partijen, al heeft alleen de LPF echt invloed. Deze partij kreeg de kans en maakte er vervolgens vakkundig een zooitje van, maar krijgt in de huidige peilingen toch nog steeds voldoende vertrouwen van de kiezers om met 6 tot 9 zetels te mogen terugkeren in de Kamer. Veel mensen stemmen komende woensdag LPF ‘nog één keer voor Pimmetje’. Wat precies de politieke kleur van LPF is, is niet altijd even duidelijk. Wat de LPF aan langdurige verandering in de politiek zal brengen, valt ook nog te bezien, maar toch heeft ook de LPF zijn functie gehad en zijn nut bewezen. Alle partijen, van CDA tot GroenLinks en van de VVD tot de PvdA zeggen ’te vernieuwen’. Dat uit zich in meer en minder nieuwe gezichten bij de top-10 op de lijsten, stoere taal en ludieke campagnes. Ook mijn partij, de partij van Wouter Bos, lijkt te hebben geleerd van de klap van mei 2002 en heeft het aangedurfd om met nieuwe mensen, nieuwe taal, een nieuwe kijk op de wereld én op Den Haag, de verkiezingen in te gaan. Er is duidelijk een nieuwe stijl merkbaar en veel kiezers lijken dat gelukkig ook te voelen. Er zijn verwachtingen gewekt maar de landelijke PvdA zal ook ná 22 januari hard aan de slag moeten om de vernieuwingsbelofte van Wouter Bos, waar te maken.

Rinda den Besten

About rinda den besten