Carver meesterlijk suggestief met

<!–#set var="description" value="Theatervoorstelling 'Zuur' van gezelschap Carter staat bomvol metaforen en karikaturen. Maar de voorstelling blinkt vooral uit in wat er niet gezegd en getoond wordt.” –>Alles is lelijk en doet pijn aan je ogen: de troosteloze Hopper-bar, de gifkleurige pruiken van Leny Breederveld, Beppie Mellissen, René van ’t Hof en gastspeler Joop Admiraal. De weinige teksten en de humor van het menselijk tekort – een zuchtende berusting in het gegeven niet door te kunnen dringen tot de ander. Het zouden de ingrediënten kunnen zijn voor een avondje ‘zwaar’ theater. Maar niets is minder waar: de voorstelling ‘Zuur’ waarmee Carver tot begin september op de planken staat is een groot visueel en auditief feest. En dat terwijl het gezelschap in haar bestaan bedreigd wordt nu – het kan haast niet anders – een nieuwe generatie zwakbegaafde beleidsmakers is opgestaan.

Een kale bar met veel aluminium. En dat op een karig ingericht speelvlak. Wat stoeltjes aan de zijkant en een paar barkrukken. Vier personen, twee mannen en twee vrouwen, die volledig langs elkaar heen praten, maar één ding gemeenschappelijk hebben: de conversatie gaat over een echtpaar uit de buurt dat we niet te zien krijgen, maar waar ieder het zijne over te zeggen heeft. En wat dat is, ‘dat zijne’, dat zijn doorgaans de eigen tekortkomingen en mankementen, die geprojecteerd worden op het niet-bestaande stel en je steeds nieuwsgieriger naar hen maakt, terwijl tegelijkertijd langzaam zichtbaar wordt hoe eenzaam en uitzichtloos de levens van deze vier mensen zijn.
Stiltes, mime, vernietigende en ontluisterende blikken. Af en toe een paar snedige zinnen. Het is het soort theater waarin Carver uitblinkt en waar het een ruim publiek voor gevonden heeft. Het is onvoorstelbaar hoeveel gezegd kan worden met zó weinig woorden. Het zijn de hele kleine details die worden uitvergroot en die blootleggen waar de communicatie tussen de personen misloopt. En daarin zit hem de kracht en de humor, in het fysieke spel en de ‘spelersenergie’ die vanaf de eerste minuut tot aan de slotscène een haast hypnotiserende trance bij de toeschouwer oproepen. De beeldtaal van ‘Zuur’ is betoverend en speelt zich af op een meta-talig niveau dat niet met ‘gewone mensentaal’ beschreven kan worden. Je kunt hoogstens proberen er de vinger op te leggen, maar je wordt dan meteen geconfronteerd met de superieure glimlach van Carver zelf, die lijkt te willen zeggen: Oké, zeg jij dan maar eens wat in stilte wordt getoond.

Krachtvelden
Het zijn de verhoudingen tussen vier mensen. Waarschijnlijk zijn ze alleen, maar toch wekken ze de suggestie twee paartjes te vormen. Wellicht komt dit door het gespreksonderwerp: het echtpaar waar we een aantal dingen van te weten komen, maar in feitelijke zin ook weer niet zo heel veel. We zien een aantal knappe transformaties van René van ’t Hof, die behalve een op seks beluste barman in een superieure mime een oude dronken man neerzet die als een bal aan een touwtje soepel op en neer stuitert over het speelvlak en op het eind ook nog in transseksuele vermomming de ontluisterde vrouw van het echtpaar neerzet. Over die vrouw had je al wat gehoord en je kreeg de indruk dat het huwelijk niet goed was – dat de vrouw letterlijk voor het winkelkarretje van de man werd gespannen. Als Van ’t Hof dan in de deuropening staat in apathische verwarring – zij loopt daar per ongeluk binnen – lijkt het of de vrouw zich door het binnentreden in de ruimte realiseert wat haar man met haar doet en vooral: dat alle anderen dit over haar weten en zij nu dus ook. Wellicht dat ze daarom ook zo verbouwereerd is, een beetje angstig zelfs. En dat ze daarom opeens abrupt ook weer vertrokken is. Dan blijven er drie over – Joop Admiraal staat met zijn jas binnenstebuiten klaar om te vertrekken. Er is weer die aarzeling, dat onvermogen, dat volledig uitzichtloze van ‘ik weet het écht niet en dat gaat ook niet meer komen’. En dan dooft het licht – het is prachtig. Je hebt zitten kijken naar vier krachtvelden die in een magnetische dans van aantrekking, afstoting en uitdoving om elkaar heen wentelden. En dat boeide. Ja, dat boeide voortdurend.

Lijzige uitvergroting
Een en ander wordt nog verder uitvergroot door de uiterst lijzig uitgesproken teksten. Behalve vervreemding brengt dit een vertraging met zich mee die echter niet vervelend is. Sterker nog: de nadruk komt hierdoor nog meer te liggen op het toneelspel dat door de ironische ondertoon wordt uitvergroot tot een mimeske close-up. Het gevolg is verbluffing, want hoe kan een minutieuze beweging van de linkerpink zo opvallen op een speelvlak van ruim honderd vierkante meter? Het lijkt erop dat de verbale ‘slowmotion’ met haar verwijtende ondertoontje de toeschouwer prikkelt, zo niet dwingt, scherper te focussen op het spel dat daardoor nog eens extra indringend binnenkomt.
De eindregie van ‘Zuur’ is in handen van Gerardjan Reijnders en je ziet zijn hele theatrale, haast potsierlijke ‘finishing touch’ erin terug. Het zijn niet zomaar vier personen die daar zitten: het zijn opgeblazen dansers, gevangen in een verstilde choreografie die is ontworpen om het menselijk onvermogen tot in het clowneske te accentueren. Fraaie beelden zijn het, die prikkelen en ontroeren. Maar dan niet in de zin van een brok in de keel, maar wel met soms de slappe lach en bij voortduring met de fascinatie dat het ‘echte leven’ er inderdaad zo uit kan zien, maar dat het slechts weinigen gegeven is dit zo gedoseerd en zo gestileerd te tonen. Wat rest is de vraag of er dan helemaal geen minpuntjes aan deze voorstelling kleven? Jawel, je zou kunnen zeggen dat sommige scènes te lang duren. Net zoals je zou kunnen zeggen dat er toeschouwers zijn die het fijner vinden als het verhaal wat duidelijker is. Maar ja, bij een verhaal dat wordt gepresenteerd in meta-taal moet het publiek nou eenmaal zijn eigen grammatica bepalen. En daarin schuilt hem precies de grote kracht van deze voorstelling. Met minimale middelen wordt in ‘Zuur’ een belachelijk grote suggestie gewekt, of misschien ook juist wel weer niet – want wie de troosteloze blikken zag in de eerste seconde wist natuurlijk al beter, maar bleef evengoed kijken. Hoe het namelijk afloopt, dát wordt pas duidelijk als het licht uitgaat… en zelfs dan niet.

Cultuurnota
En nu is er een nieuwe cultuurnota verschenen. Ja ja, dat óók nog. De beoordelende recensent is tot de conclusie gekomen dat Carver over voldoende artistiek niveau beschikt maar dat de subsidiëring toch stopgezet moet worden. Eén en ander zou samenhangen met het vertrek van René van ’t Hof – die overigens blijft als gastspeler – en het omstreden artistiek leiderschap van Beppie Melissen – dat niet omstreden is. En nu staan ze van Carver zo’n beetje zelf voor en na de voorstelling ‘te folderen in de wijken’. Dat is toch vreemd. Je weet natuurlijk niet wat er achter de schermen speelt bij zo’n gezelschap – dat laten ze dan weer niet zien – maar als Carver in gewone mensentaal tegelijkertijd wel en niet goed genoeg is, dan draai je iets heel bijzonders op een angstwekkend effectieve wijze de nek om, en dat kan onmogelijk de bedoeling zijn. Zottekes!

Gezien: 1 mei, theater Bis, Den Bosch.

About rob kappen