Dof maar Duidelijk

Ik doe een voorstel dat beantwoordt aan logica, pragmatiek, haalbaarheid en taalgevoel, waar dat laatste zich ook moge bevinden. Het gaat over de doffe e, de zogenaamde sjwa ofte schwa. Hij is dus dof, oké. Bepaalde woordenboeken noemen hem zelfs ‘toonloos’. Andere leerboeken hebben het zelfs over de ‘stomme e’. Je moet je lippen niet bewegen als je hem uitspreekt. Je ziet hem niet eens, mocht je al liplezen bedrijven. Het is zo’n beetje een luie klank. Je hoeft er niet veel inspanning voor te doen. Daardoor onderscheidt hij zich van alle andere klanken en klinkers. Hij staat dus ook altijd in een onbeklemtoonde, doffe lettergreep. Hij vormt echt wel een eenmanscategorie. Maar er rijst een groot probleem voor kinderen en anderstaligen die onze taal willen leren schrijven. Onze fameuze sjwa ofte doffe e vermomt zich graag in allerlei verschijningen. En dat veroorzaakt problemen bij het lezen en bij het schrijven (en natuurlijk ook bij het aanleren).

Even het rijtje aflopen van enkele vermommingen. De kapitaal gedrukte letters (of het apostrofje) vormt/vormen telkens de doffe e: EEn, dE, hEt, ‘n, m’n, z’n, Er, d’Er, lelIJk, bEzittEn, gEdaan, kattEn, mIJn(onbeklemtoond), zIJn (idem), mE, jE, zE, wE, havIken, luiwammEs, LothAringen, sinAAsappel. Er zijn nog gevallen. Die sjwa komt dus heel vaak voor, het vaakst van alle klanken: in lidwoorden en in meervouden bijvoorbeeld. En in ‘er’. Soms komt hij tot driemaal toe in een woord voor: ‘vErrukkElIJk’. Hij wordt, wat schrijven betreft, verward met de gedekte e van ‘bek’ en ‘kef’ en met de vrije e van ‘peter’ en ‘lepel’. En hij veroorzaakt daardoor natuurlijk ook uitspraakproblemen voor kinderen en anderstaligen. Daarom dit voorstel: we gaan die dofferd een apart teken geven. Het moet gedaan zijn met die dubbel-, wat zeg en schrijf ik: meerzinnigheid. Je kunt maar één leven leiden. En waarom zouden we niet het teken gebruiken dat er in het fonetisch schrift al voor gereserveerd is? Die omgekeerde e? De [] dus? Die ingreep zou ten minste veel verwarring uitsluiten. En dat teken zelf is niet zo revolutionair: je zet gewoon de meest bekende letter uit ons alfabet op zijn kop. Van een zachte revolutie gesproken. Ook in het letterlijke schrift, echt schrijvenderwijs dus, levert de verbinding tussen dat omgekeerde kereltje en zijn voorganger en achterligger geen problemen. Probeer het maar, dat aardige lusje; het is nog leuk ook. En waar parkeren we deze dofferd in het alfabet? Ofwel helemaal voorop, want hij komt het meest voor, ofwel als rode lantaarn, want hij is ook maar een doffe nieuweling. Eh … het gaat er me dus niet om ‘m af te schaffen. Alleen: hij moet een apart schriftteken krijgen. Mijns inziens zou dat een veel zinvoller spellingingreep zijn dan dat salongemompel over de spelling anno 1995, waar een beukenboom naast een lindeboom geplant werd. Zit God immers niet in het detail? Mogen we dan niet even zinvol vitten? Dof maar duidelijk. Van harte:

JORS DNOO.

About Joris Denoo