Six in the City

Zes vrouwen op drift in Maastricht”> Hoofdstuk 1
Waarin onze heldinnen het niet makkelijk hebben en een oud Volkswagenbusje uitkomst biedt
Voor Gonnie was de dag kapot gegaan op het moment dat ze haar ogen open deed en het besef dat het vandaag vrijdag 21 mei was tot haar doordrong. Haar verjaardag en ze zag er als een berg tegenop. Al weken was ze bezig met de voorbereiding van een feestje en had de weergoden gesmeekt en gebeden om zon en als dat teveel gevraagd was een droge dag. Ze keek kwaad naar buiten en zag hoe de regen met bakken naar beneden kwam. Het regent ouwe wijven, bedacht ze met een wrang lachje, hoe toepasselijk. Waarom was ze niet in bed gebleven, er kwam toch geen hond, ze had de afgelopen dagen alleen maar telefoontjes ontvangen van mensen die tot hun grote spijt moesten afzeggen. Zelfs haar dochter zou er niet zijn, die was twee weken terug vertrokken naar een zomerbaantje in Marbella. Shit en fuck, vloekte ze hardop en schopte met boosaardig genoegen tegen een stapel boeken die naast de bank stond.
Het enige wat haar nu nog op kon beuren was een lief berichtje van haar penvriendje in Amerika. Ze startte de computer op en zag tot haar teleurstelling dat het laatste bericht van Adrian al een week oud was. Hij was haar vergeten, de klootzak en dat terwijl ze hem op zijn verjaardag een prachtig gedicht had gemaild en voor veel geld bloemen had laten bezorgen.
Lusteloos liep ze naar het raam en keek ongeïnteresseerd naar de druppels die tegen de ruit kleefden, soms veranderden ze plotseling in kleine riviertjes die zich kronkelend een weg naar beneden baanden.
Zal ik teruggaan naar bed met een fles whisky en een boek, twijfelde ze, of ga ik de stad in en trakteer mezelf op nieuwe kleren, een berg chocolade en een kroegentocht.
Aan de overkant van de straat zag ze Geertje voor haar raam staan. De vrouw wuifde en maakte een ‘ik kom zo koffie drinken’ gebaar. Oh nee toch, dacht Gonnie verschrikt, dat is het laatste waar ik zin in heb, Geertje op de koffie. Ze schudde heftig haar hoofd en wees naar haar oude Volkswagenbusje dat voor de deur stond. ‘Ik ga zo weg,’ schreeuwde ze hard en moest ondanks haar slechte zin om zichzelf lachen. De keus was haar uit handen genomen. Ze ging er op uit.

-.-

Marisca zat voor het raam van haar flat en keek naar de regen die in eindeloze stromen uit een leigrijze hemel viel.
De verveling die ze al weken voelde was vandaag bijna tastbaar. Ze was vanmorgen om zeven uur wakker geworden in haar te ruime bed en na een vergeefse poging weer in slaap te vallen lusteloos opgestaan. De uren van deze eindeloze dag leken niet voorbij te willen. Een blik op de klok leerde dat het pas twee uur was, zuchtend rekte ze zich uit en liep naar de keuken waar ze de inhoud van de koelkast inspecteerde. Ze had bijna niets in huis, constateerde ze chagrijnig. Twee eieren, een stuk zwetende kaas met barsten en een paar lusteloze tomaten was alles wat ze kon ontdekken.
Moet ik verdomme ook nog boodschappen doen, dacht ze boos. Waarom eigenlijk? Jochem had gebeld met de mededeling dat hij dit weekend vanwege een vrachtwagenstaking vastzat in Italië en pas dinsdag of woensdag thuis zou zijn. Dat is vijf of zes dagen, dacht ze paniekerig, waarin ik geen mens zal spreken en de televisie mijn enige compagnon is.
Het kleine flatje voelde opeens benauwd aan, de muren van het sombere keukentje leken te trillen en Marisca besloot dat ze weg moest, al was het maar voor een paar uur. Hier blijven met als enig gezelschap haar te snel kloppend hart betekende dat ze een beetje gek zou worden.
Snel trok ze een oud, groen regenjack over haar geruite bloes en spijkerbroek en rende meer naar buiten dan ze liep.
Goed, nu wel rustig blijven, maande ze zichzelf tot kalmte, zodadelijk krijg ik een aanval van hyperventilatie.
Ze liep naar het troosteloze winkelcentrum bij haar op de hoek en keek om zich heen. Een Aldi, een schoenmaker, de Spar en een fritestent. Meer had het haar niet te bieden. Als ik hier mijn boodschappen doe ben ik binnen een half uur weer thuis, besefte ze zenuwachtig.
Weet je wat? Ik ga de stad in. Ze knikte voldaan met haar hoofd. Het was alweer zo lang geleden dat ze had gewinkeld en ze zou bovendien andere mensen zien. Misschien ga ik wel ergens wat drinken, dacht ze overmoedig en stapte onder de overkapping van het winkelcentrum uit de stromende regen in.

(wordt vervolgd)
Loes Neve

About loes neve