Geloof, hoop en wetenschap

“Ik vind dat jammer”, zei minister Van der Hoeven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in reactie op een opmerking van een interviewer van De Volkskrant dat ‘wetenschappers geloof en wetenschap graag gescheiden houden’. Jammer, vond de minister: “Als er verschillende opvattingen over evolutie zijn, moeten we die naast elkaar zetten.”

Dat heeft de minister geweten. “Help, de wetenschap verzuipt in meninkjes en geloofjes”, “de minister zet aan tot wetenschappelijke verloedering”, “respect voor elkaars mening: akkoord. Maar een wetenschappelijke theorie is alleen legitiem als deze strookt met de feiten” – het waren enkele van de mildere reacties op de door het verdraagzaamheidsvirus aangetaste uitlatingen van Van der Hoeven.

En inderdaad: de evolutietheorie mag dan incompleet zijn, daarmee kun je deze nog niet over één kam scheren met het idee dat god de wereld in zeven dagen schiep of dat god de drijvende kracht is evolutie, zoals sommige moderne creationisten stellen. Voor de evolutietheorie is immers tastbaar bewijs, voor de superman en de mastermind niet.

We mogen dus met recht twijfelen aan het gezonde verstand van minster Van der Hoeven. Maar tegelijkertijd valt haar bezorgdheid over de strikte scheiding tussen geloof en wetenschap te prijzen.

Natuurlijk, de wetenschap is vaak dwars gezeten door het geloof of – meer in het algemeen – door al te dominante domme vooroordelen. Bekendste voorbeeld: de katholieke kerk die Galileo in de ban deed omdat hij stelde dat de aarde om de zon zou draaien, maar je kunt ook denken aan de hedendaagse angst om een erfelijke aanleg voor criminaliteit te onderzoeken.
Maar zonder geloof gaat het ook niet goed. Je hebt nu eenmaal veronderstellingen nodig, theorieën, hypotheses, noem maar op, want anders valt er geen wetenschap te bedrijven. Soms komen die hypotheses voort uit eerdere ontdekkingen – het bekende ‘trial and error’, die evolutietheorie van de wetenschappelijke vooruitgang. Zo gaat het alleen lang niet altijd en het zijn zeker niet de meest interessante ontdekkingen die langs deze weg tot stand komen. Het werkt eerder andersom: iemand bedenkt een theorie, doet een wetenschappelijke ontdekking en vervolgens mogen andere wetenschappers zich op die oorspronkelijke theorie storten.

En waar komt die oorspronkelijke theorie dan vandaan? Juist: van een diepgelovig wetenschapper, van iemand die overtuigd is dat er een bepaalde logische, systematische, harmonieuze orde bestaat in de dingen die hij onderzoekt. Paradoxaal genoeg gaat het om een hardnekkig geloof, even onwrikbaar en koppig als het geloof dat de Galilei’s onder ons tot de brandstapel veroordeelt. Alleen leidt het in dit geval wel tot wetenschappelijke vooruitgang. Zonder dit geloof had Pythagoras z’n stelling op z’n buik kunnen schrijven, was die appel voor niets op Newton z’n hoofd gevallen en had Einstein gedacht dat god dobbelt.
Jan Bletz

About jan bletz