Henrik Henegouw

Krassen maar – Tipjes, sluiers … – Beelden, plots … – En sub-plots : – het ding, haar vorm – Donkere wolken
“Vouw je handen, Hendrik!” gebood de priester met een zware preekstem, waar iets jachtigs in doorklonk, “dat de Here in je vare …”
“Ik heet Hen-rik, vader,” fluisterde Henrik beschroomd, “zonder déé.”
Pater Augustinus scheen het niet te horen. Hij zei het nog een keer: “Vouw je handjes, Hendrik … Je hebt er je aandacht niet bij, jongen! Handjes zijn er om te vouwen, in gebed. Hendrik, hoor je wat ik zeg?”
Henrik hoorde hem.
Hij deed zijn ogen dicht.
En gehoorzaam vouwde hij zijn handjes saam.

Neen, stop!

“Hendrik! Wacht! Dat ik je handen was!” hoorde hij Wout nog roepen …

Niet van deze klanken!

Laat ik het allemaal maar door=strepen …
Voorlopig.
Eerst even terugblikken nu.

Want hoe lang is het al niet geleden dat ik het – voor het grote geheel zo essentiële – verhaal van Henrik en pater Augustinus aanzwengelde?
Juist!
Dat was in aflevering 17 (‘Mijn duivelskroon’) van de ‘Hellevaart’.
Maar aflevering 16 (‘Stijfsel, zweet & wierook (1)’, dat was al een opmaat. En dit is nummer 29 … dus telt U het zelf maar na … Twee maanden later, dat was een jaar geleden rond de kerst, was de jonge Henrik al zo ver dat hij, nog voor dat hij goed en wel besefte wat er allemaal met hem gebeurde, aan de zijde van Wout Jagerman als misdienaartje op het altaar van de parochiekerk stond (19 * ‘Spinrag en Nachtrijp’).

Ha, dat was mooi! Ik denk er met plezier aan terug, aan die schetsen voor ‘een portret van Henrik als een jonge Henegouw’ … En het schoot ook lekker op, want daarna behoefde ik enkel nog het afdalen met Wout in de gangen van de mergelberg te beschrijven, om vervolgens met groot orkest …

Maar omdat de ingang tot de grotten op het kerkhofje lag en de verwording van die begraafplaats in de tijd dat Henrik met Wout verkeerde de gemoederen van de parochianen danig verhitte, sloop willy-nilly een schets van wat er allemaal rondom pastoor en kerk speelde het verhaal binnen. Ik werd daar zelf door overrompeld, moet ik U bekennen … projectontwikkelaar Maessen, café-biljart Bastiaens, slager Pinckaerts … mijn hart klopte er een tijd lang sneller van … Want wat ging me daar plots weer een wereld open! Na het schrijven van die aflevering (23 * ‘Kerkrecht, merkrecht’) – ik doe dat in de regel op de zaterdag en/of de zondag voor de maandag dat het nummer ‘on line’ gaat – bleven vele, vele dagen en de avonden, voor, maar ook onder, het slapen, de beelden van plots en sub-plots door en langs mekaar heen tuimelen.
Ik had – en ik heb – er zin in!
Ik zei het in die tijd ook aan Melissa, geloof ik. Dat ik eigenlijk wel elke week een aflevering wou … Maar ja, hier en nu is WB natuurlijk altijd nog een maand-site … En moeten er nog méér, méér, méér lijnen doorgetrokken worden.
Virginie Trinquet, bijvoorbeeld, die heeft nog steeds een afspraak (15 * ‘Katogen en kraaienpootjes’) … another time, another place … soit … maar ook op een kerkhof. (Op Père Lachaise in Parijs, U mag dat nu al vast weten, maar met wie, dat zeg ik natuurlijk niet …)
En dan is er Ron Zevester, die in zijn ouwe Cadillac völlig overstuur door Frankrijk doolt na het ‘ongelukje’ op een parkeerplaats langs een Belgische snelweg niet ver van Antwerpen, waarbij een hoertje het leven liet (8 * ‘On the road’ / 10 * ‘Gebroken wit – Electric blues’). Maar was dat eigenlijk wel een ongeluk? En was die jongedame eigenlijk wel een hoertje? Ron zelf is nog steeds te veel van de kaart (21 * ‘Het grijs van alles samen’) om er klaar over te kunnen denken.
Klaarheid brengen, licht op die donkere zaken werpen, dat is de opdracht waar de Vlaamse inspecteur Weermoedt zich voor gesteld ziet (14 * ‘Avondregen’). Hij wordt bijgestaan door een charmante agente: Carole VandenBroeck, maar die heeft – onder ons gezegd en gezwegen – enkel oog voor ‘haar’ Jules (25 * ‘Scènes & Verwikkelingen (i)’). De ‘zaak’, die kan d’r gestolen worden.
En Weermoedt zelf? Ook daar is er natuurlijk méér mee aan de hand, want die man is er niet voor niks. Bijvoorbeeld: is die man in black met zijn eeuwige zonnebril diep in zijn flikkenhart niet eerder dichter? …

En al die lijntjes, al die wegen, al die touwtjes allemaal leiden ze naar Henrik Henegouw. En een contrabas … (22 * ‘Alleglorie’) … Wat trouwens helemaal niet betekent – het moet maar eens gezegd – dat Henrik die bas ook (al) in handen heeft … Integendeel …

Zeg nu zelf, hè?
“Godsklere, wat een werk!”
En is een jaar later de jonge Henrik nog steeds niet down under – beneden in de kerk, in de schemer van een bewierookte sacristie – samen met Wout Jagerman, op die Witte Donderdag na afloop de mis dewelke hij helemaal in zijn eentje dienen moest …
Ik wéét natuurlijk drommels goed wat er daar te gebeuren staat.
Dat heb ik allemaal al uitgestippeld. Zij het dan in klad; en niet woord voor woord, met op alle i’s een puntje … maar toch in elk geval: de grote lijnen zijn er. Met in de kant aanwijzingen voor de regie (dat zijn: opdrachten aan mezelf). Wat formele aardigheidjes om uit te werken, zoals (voorproefje) – af en toe mag je zoiets wel verklappen, hè? – in de vier zinnen boven die beginnen met ‘Vouw je handjes, Hendrik … ‘, waar de n-de zin begint met het n-de woord van de eerste …
En dat het verhaal van die Witte Donderdag helemaal op die manier geschreven dient.
Staat er, met een ferme streep van onder.
Aan zoiets hou ik me.

Ik hoef het enkel nog maar te doen.

En eigenlijk – U dacht het waarschijnlijk al – had ik ‘Stijfsel, zweet & wierook (2)’ voor deze kerstmis gepland.
Het begin, dat was er.
Maar ik heb het doorgestreept.
Uit-gewist.
Want ik dronk en ik rookte en ik dacht en er kwam ineens sub-plots iets kleins, maar – zo leek het mij – heel belangrijkers naar voor. Urgent; met vormen, van over dingen. Over het vorm zijn van dingen en het ding zijn van vormen? Misschien. Maar de datum! Op de kop … Daarom. Nu. Omdat het moet! (Heer, vermaak ons!)

[ uit Henrik Henegouws “Notitieboekjes, dungepunt volgeschreven” ]

(deez : 19, 2013 (ook))

‘Het ding (dat is: ting): haar vorm (of: cap-cel).

Want, kijk, het vierkand met in binnen van twee driehoeks, dat betreft dit hier plaatje :
en wie dat dan samen ber-ekent met dees : … dat is geen driehoek meer in een vierhoeks mar twee vier/hoek in een tri-angel … maar pas als men het volgend figuur doet dat alles vernadert : … ! de eerste zijn enkelt anders-gelijk, maar deze gelijk-anders, want dat er zijn twee driehoek met twee vier-kant en daar in …
(Lacht ik er nou eens niet mee, nou niet! – maar be(r)-(t)ekent …)

Wat niet een enkel ding is met een vorm van binnen, dat is niet langer noctanbulier, maar eerder: teratopeer (–: jèh !)

Want het is waar dat dit plaatje ‘niks wil zeggen’ (als in: ik wil niks zeggen) :
mmar dat is beteknt lang niet nog dat het ‘niks zeggen wil’.
Want dat het calibair heet. omdat de cébilair daarentegen, die is zo : en wie een seebulair conserneert (ik hep de technik daar nu voor) met dit plaatje : dat superieur is aan het andere, tot er y-mant het de andere kant op conserneert … :
dat is duidelijk, d an is nu de ene superier. tot er zich in rond bijkomt, en alles weer ver-andert. want om discreet te tonen moeten er wel cent zijn (dat is: erg veel).’

“Donkere wolken,” dacht ik toen ik op die bladzijde vol ‘regels met plaatjes’ stuitte bij het doorbladeren van één van de boekjes uit Henriks doos. Ik had het raam open en buiten regende het gemeen, in een grijs waarin nauwelijks noch een tint te onderscheiden was. En met van die scherpe druppels, glimmend als pijltjes waar naar enkel het kijken al pijn deed.
In de verte gierde een sirene, die steeds dichter bij kwam. En ook bij de buren aan de overkant werd er weer gegild.
“Donkere wolken,” dacht ik nog een keer, en ik legde mijn pen neer. “Donkere wolken trekken zich samen boven het hoofd van Henrik Henegouw …”
Dus, nee, geen goede voornemens dit jaar! Nooit meer! Dat beloof ik U.
Alleen dat het allemaal nog dieper moet, maar dat spreekt vanzelf … contra – bas … het woord zegt het al.
De eerste afspraak staat in mijn agenda: samen met een clubje taggers uit de zone een nacht de gangen van lijn 7 in.
Met Drope, Ponz en Osmeh … in de voetsporen van Henrik.
Ik zie er naar uit.
Het wordt eenbonne année … als in een boekje …

Want er hangt ons heel wat boven het hoofd.
Ook U.
– wordt vervolgd –
Moois van Harsman

J. K. Harsman

[ Genesis – “Nursery Cryme” ; The Cure – “Disintegration” ; Caravan – “In the land of grey and pink” – Nirvana – “Nevermind” ; Pandora’s Wooden Bucket ]

About j.k. harsman