In Uw bal, meneer, daar zie ik vruchtbaarheid …!

Vraag me niet hoe, maar op een of andere manier had Rebus er van geweten. En hij had het voor mekaar gekregen. En nog voor ik er goed en wel erg in had stonden we breeduit op de verschrikkelijkste web site die ik in jaren gezien heb. Zo’n verschrikking, dat mijn browser er elke twee, drie minuten van crashte. Niet om aan te zien! Onleesbaar! Zo’n verschrikking, dat het gelijk toch ook weer prachtig was!
“Place aux mélomanes! Place aux jeunes Artistes!” schreeuwde het er. En het maakte gewag van een elektro-kosmische muziek, geïnspireerd op de oerkrachten van het universum en de werken van de gebroeders Bogdanov; erfgenamen van Jean Pierre Petit, tijdloos surfend op de golven van de voortdurende neutrino-flux die onze lichamen doorstroomt, op weg van zwart gat naar zwart gat … “Spacez s the Place!”
Ik bedoel maar, hè? Niet van de straat, dus …

En zo kon het gebeuren dat we op vrijdag 14 october tegen het einde van de middag ergens op een industrieterrein aan de rand van Châlons-en-Champagne (een kleine tweehonderd kilometer ten noordoosten van Parijs en de prefectuur van het 51e van de vijfennegentig franse departementen) het parkeerterrein opdraaiden van het Parc des Expositions, alwaar eerder die dag het Eerste Europese Ufologen Congres van start was gegaan. Met onze wagen vol geladen, vol met vintage synthesizers, electronische speeltjes en orgeltjes. Als ‘Cosmodrone’, ons impromptu ‘elektor-akoetisch ensemble’ …

UFO’s … in het Frans zijn het OVNI’s … ‘Objets Volants Non Identifiés’ … in het Nederlands hadden het OVV’s kunnen zijn, maar laten we het gewoon maar op UFO houden, hè? Wist U trouwens dat wat betreft het aantal meldingen Frankrijk en de Verenigde Staten onbetwist aan kop gaan? En dan was er natuurlijk die Belgische ‘wave’ van vijftien jaar terug, maar dat was een incident …
Herinnert U zich de Roswell affaire? De vliegende schotel die, het was in 1947, in Nieuw Mexico crashte, de buitenaardse wezens, naar verluid daarbij door de Amerikanen opgepikt, en vervolgens overgebracht naar de top secret basis Area 51 … (Ziet U ‘m? Area 51 … 51e département?)
Ja, those were the days… Van hoog tot laag, van arm tot rijk: men was er van overtuigd dat een close encounter imminent was. Slechts een kwestie nog van (weinig) tijd … Hollywood zette het vervolgens allemaal maar vast in scène, want je weet natuurlijk nooit, en het publiek zat bij wijze van spreken al klaar …
Veel van de kenners en professionals uit het UFO-wereldje zijn er van overtuigd dat het die zo ver gaande fictionalisering is geweest, die op de langere termijn de publieke belangstelling voor the real thing de das heeft omgedaan. Want je kunt er hoog of laag bij springen: echte UFO’s zijn uit en the X-Files rules … Uitgevers van kloeke boekwerken die het fenomeen aan de man proberen te brengen zien sinds vele jaren hun oplagen enkel nog maar dalen, en dat er – deze lente nog – een UFO boven het Bois de Vincennes gesignaleerd werd, op nog geen steenworp afstand van waar Harsman resideert, zoiets zul je in de kranten niet meer vermeld zien.

Die publieke belangstelling en die van de media weer eens wat opvijzelen, ook dat was een reden voor de organisatoren – de franse ufologen Alain Blanchard and Gérard Lebat (een oud lid van het parijse politiekorps, later accountant en nu werkeloos, die een groot deel van zijn leven heeft verbracht heeft met naar de franse hemelen staren, zonder daar trouwens ook maar één keer iets bij benadering onidentificeerbaars opgemerkt te hebben) – om zich in dit avontuur te storten … Liefdewerk oud papier. Alles was er gratis. De entree was gratis, een ieder die wilde kon er gratis een standje krijgen, er was gratis internet, en ook Cosmodrone speelde er voor niks …

De Châlonse expohal stond en hing vol – en dat was dan toch wel weer merkwaardig – met plastic ‘alien’ poppen en ouwe plaatjes van vliegende schoteld, die stuk voor stuk aan juist die Hollywood versies ontleend waren … Bigger than life, hè? … Schitterend, en zo lekker goedkoop … We liepen er meteen al een dame tegen het lijf die ongevraagd verslag begon te doen van de boodschappen die ze al decennia lang ontving, symbolen (driehoeken, kruisen, slingers) en merkwaardige teksten; hoe ze soms tegen haar wil in haar voiture stapt, en dan de bergen ingeleid wordt … zonder dat er daar iets tegenover stond. Want hoewel haar de goeie wil moeilijk ontzegd kan worden, heeft ze geen herinnering aan een daadwerkelijk zicht op buitenaardsen en hun vervoermiddelen. Wel, vertelt ze ons, zijn er inderdaad vele jaren van haar leven als uit haar geheugen gewist, jaren waarvan ze ook in ouwe agenda’s geen spoor meer terug kan vinden. “Ik weet niet meer wat ik toen gedaan heb, waar of ik geweest ben, wat er gebeurd is …”
Jawel, kijkertjes, het zijn inderdaad allemaal keiharde aanwijzingen die duiden op een ‘abductie’: de ontvoering van een aardling door buitenaardsen. Om wat voor reden dan ook. In één van de standjes hangt een lange lijst met 48 symptomen, die er allemaal op kunnen wijzen dat ook U ooit de klos bent geweest. Onze dame vertoonde ze vrijwel allemaal. Maar op de lijst stond ook iets als ‘chronische verkoudheid en een voortdurende loopneus’, wat betekent dat ook Harsman zelf best wel eens zo’n reisje gemaakt zou kunnen hebben … Je weet het niet, hè, en daar zit ‘m nou net de kneep. Met de UFO observaties en graancirkels waren het die ontvoeringen die in Châlons tijdens de vele debatten en lezingen hoog op het programma stonden.

Terwijl onze geabduceerde vriendin op zoek ging naar een volgende toehoorder, die wellicht haar symptomen beter zou weten te duiden, liet een jonge fransman ons een stapeltje foto’s zien, waarop – in diverse standjes – steeds onduidelijke rookwolken met tandjes en klauwen in zijn nek of over zijn rug krioelen. “Dat is ‘m!” roept-ie. “Wat zeg je d’r van! Zit me nu al maanden op de hielen, en hij is er altijd! Nou, hè? Hoe kom ik d’r van af? Ben jij ‘m soms?” Ik was eerlijk gezegd blij dat op dat moment mijn mobieltje afging, en de ‘bezetene’, te ongeduldig om het einde van mijn gesprek af te wachten maar een volgende voorbijganger aanklampte. We zagen hem die dagen nog regelmatig, druk mompelend, en constant lukraak met zijn digitale cameraatje kiekjes schietend van alles en iedereen … En steeds weer, lijkt het, krioelden er van die rare wolkjes over zijn prentjes. De man adviseren om het toestelletje eens ter reparatie te zenden? Dat doe ik maar niet. Stel je voor dat z’n ‘verschijning’ verdwijnen zou …

En ondertussen? Harsman keek zijn ogen uit. Al die plaatjes, man, van vroeger! Hij wist het gelijk weer … Stertrek, doctor Who … Allemaal beregoed en lekker vintage, lekker goedkoop. Minder goed, maar toch bijna net zo goedkoop was het Formule 1 hotel waar we vrijdag de nacht verbrachten, ook ergens aan de rand van Châlons-en-Champagne, verstopt tussen Buffalo Grills, MacDonalds, Kentucky Fried Chickens, E. Leclercs en nog veel ander moois. Toen we er, beneden in de kleine donkere ontbijtruimte, even na middernacht nog wat flessen in België gebrouwen afrikaans bier soldaat zaten te maken, kregen we gezelschap van een fransman. Een man van een jaar of vijftig, en de eerste echte getuige van een heuse UFO verschijning die we spraken. We schonken hem een glaasje bier, om de tong goed los te maken. Maar heel veel aanmoediging had hij niet nodig.

Het was een jaar of twee geleden, dorpje op het Franse platteland. De elfde november 2003, hij weet het nog als de dag van gisteren. “Nee, zoiets vergeet je niet,” vertelde hij ons. “Het was een zaterdagavond, en ik zat met Michel, te schaken, zoals we dat wel vaker doen. We beginnen zo tegen een uur of tien, en vaak gaat het dan door tot wel drie, vier uur ’s nachts. Het moet zo rond half twaalf geweest zijn dat plotseling de hond begon te janken. Dus ik dacht van ‘die moet natuurlijk pissen …’ We zijn toen met zijn tweeën de tuin ingegaan om het beest zijn behoefte te laten doen. We liepen daar wat te kletsen – zoals wij dat hier nu doen, hè – toen we in de verte, op een afstand van zo’n vijf, zes kilometer in vogelvlucht, een enorme oranje lichtbol zagen, die daar baantjes aan het trekken was. Op en neer, op en neer … We keken er naar, een minuut of twee. ‘Zie je dat?’ vroeg ik Michel, en die zei van ‘God, ja …’ Op datzelfde moment kwam het ding recht op ons af, en bleef op een afstand van zo’n driehonderd meter stil in de lucht hangen. Net even buiten de rand van het dorp. En doodstil, hè? Geen geluid, geen rook, geen niks … Tien minuten, een kwartier lang, bleef het ding daar hangen… Op het eerste gezicht zag je niet meer dan die enorme lichtbol, maar na een tijdje begon ik toch binnen in dat felle licht iets van de vorm van het voertuig te onderscheiden. Het had iets van een rugbybal. Ja, heus: een rugbybal … met een groot rond venster boven, en een kleiner raampje aan de onderkant. Van de rechterkant kwamen er af en toe blauwe flitsen. Een minuut of twee vóór het apparaat weer verdween verscheen er een silhouet achter het raam, achter het grote venster, boven …
Ik schat dat het zo’n twaalf bij twaalf meter groot was … affijn, dat het ding in een vierkant van twaalf bij twaalf paste … Die tien, vijftien minuten ben ik er naar blijven staan kijken. Ik kon er mijn ogen niet van af houden. Michel die rende ondertussen terug huis om een videocamera en een fototoestel te halen. Maar van de camera waren de batterijen op, en in het foto-apparaat zat geen filmpje meer … En ik dacht er niet aan hem te vragen een zaklamp mee te nemen. Om te proberen hun aandacht te trekken, om op een of andere manier te communiceren.
Maar geen geluid, geen rook … ik heb drie jaar in het leger gediend, dus ik weet donders goed wat een vliegtuig is, hè? Nou, en dit was in de verste verte geen vliegtuig …
Nee, zoiets vergeet je nooit meer. En alle dagen, weken er na … zogauw je in slaap dommelt … Kroeshhj! … Overdag hetzelfde … Toinggg! … En nog maandenlang kom je op steeds weer nieuwe details … je hebt daar staan kijken, en kijken … en zoomen en zoomen … en dat zit allemaal opgeslagen, hè, hier … (tikt op zijn kop). Nou ja, zoiets overkomt je … het kan iedereen overkomen.
En we waren weliswaar met z’n tweeën, maar we hebben toch allebei wat anders gezien. Toen we later probeerden te tekenen wat we gezien hadden, schetsten we alletwee iets anders … maar nu was het natuurlijk zo dat ik de hele tijd daar ben staan blijven kijken, terwijl Michel een paar keer op een neer tussen de tuin en het huis is gerend, op zoek naar een fototoestel en zo … Hij was dus vanzelf minder geconcentreerd op het observeren …”
“En de hond, wat deed die?”
“Nou ja, die heeft gepist en toen ging het wel weer … denk ik … want toen we dat ding zagen, hebben we ons natuurlijk niet meer met de hond beziggehouden … En die blauwe flitsen … ik denk dat ze foto’s maakten … Toen we ze zo zagen manouvreren, vijf, zes kilotemeter verderop, en we met mekaar praatten en in hun richting keken, toen kwamen ze gelijk recht op ons af. Dus dat ding moet wel enorme oren gehad hebben, bij wijze van spreken dan. Ze moeten een of ander apparaat gehad hebben dat stemmen herkent en analyseert. Want om van zo’n afstand zo precies recht op ons af te komen … Linea recta …
Tenslotte verdween-ie weer in de richting waar hij vandaan was gekomen … net zo lijnrecht, en een beetje om zijn as heen en weer draaiend. Zoals je dat wel hebt met magneten. Vast en zeker een apparaat dat dient om zich razendsnel in te verplaatsen. Je weet het niet, hè, hoe ze zich oganiseren. Waarschijnlijk zoals wij dat doen, met jagers, met dragers … maar dan met een veel geavanceerdere technologie …”

Ik hoorde ’s mans getuigenis de volgende dag nog een keer, toen hij vastbesloten en beslist vanuit het publiek interpelleerde tijdens een van de verwarde debatten in de grote zijhal, die ik geduldig en met stijgende verbazing bijwoonde. De heel snel en met hoge stem pratende debatleider, een bejaarde man met lange grijze haren en behangen met veel amuletten had juist zijn lange lijst van UFO observaties voorgelezen. Voor hem was het allemaal begonnen met apparaten van het schotel-type, in de vijftiger jaren. Maar in de decennia die volgden evolueerden zijn observaties via lichtballen naar vlammende kruisen en wiegende driehoeken, om, nadat hij zich meer en meer ook in het paranormale verdiept had, meer recentelijk een ei-vorm aan te nemen. “Het komt uiteindelijk toch voornamelijk op een willen neer,” verklaarde hij. “Als je het werkelijk wilt, als je het, diep in jezelf, maar hard genoeg nodig hebt, dan komen ze. Er is geen twijfel mogelijk!”
Onze Formule 1 vriend was het daar niet mee eens.
“Maar als het enkel een kwestie van willen is,” vroeg hij – en klonk daarbij uiterst verontwaardigd, “hoe verklaart U dan de sporen van onze observaties op radarbeelden? En ook hoorden we net die mevrouw over haar kat vertellen … nou, ik heb mijn eerste waarneming aan een hond te danken! En die had de vorm van een rugbybal!”
De discussieleider schudde zijn hoofd, keek streng, en leek zich te ergeren aan de onbeschaamdheid van zo’n relatief jonkie.
“U begrijpt dat niet?” vroeg hij. “Maar vergeet U dan soms hoe complex de ufolo .. lo .. gische verschijnselen zijn? Soms nemen ze een materiele vorm aan, maar soms ook net niet. En soms dematerialiseren ze weer … of het is net andersom. Begrijpt U? En, stel dat zo’n rugbybal eigenlijk een kruis is … maar … eh … natuurlijk zijn er niet alleen maar kruisen. Het zijn allemaal symbolen die we nauwelijks nog maar begrijpen! … En misschien dat over tien jaar die bal van U een ei geworden is! Begrijpt U wat ik bedoel? … Et voilà! … Speelt U soms rugby?”
“Pardon?”
“Bent U een rugby fan? Nee? … Hoe dan ook … U zag een rugbybal. Maar in Uw bal, meneer, daar zie ik vruchtbaarheid!”

Het was een opluchting om even later naar Elric te mogen luisteren. Kijk, die had nou eens een verhaal dat stond … Daar was geen speld tussen te krijgen. Gekleed in een smetteloos wit kostuum, en altijd met een stralende glimlach. Was speciaal voor het congres uit de Reunion over komen vliegen, waar hij als politicus en radiopresentator werkzaam is.
Elric is een man met een missie.
Zijn eerste ontmoeting met een alien had hij op zevenjarige leeftijd, toen in zijn slaapkamertje een nachtelijke bezoeker een hand op zijn hoofd legde, en vervolgens op zijn hart.
Er zaten zes vingers aan die hand …
De bezoeker, die er verder heel normaal uitzag, vertelde Elric dat hij uitverkoren was. Jarenlang heeft Elric hier over gezwegen, want de alien had het hem al verteld: niemand zou hem toch geloven …
Maar de bezoeken, die gingen door. In 1989, en in 1994, toen hij aan boord van de UFO ging en meereisde naar een verre planeet.
En nee, verzekerde hij ons. Nee, dit was geen abductie, maar een vrijwillige reis. De leider van de expeditie gaf hem toen ook zijn nieuwe naam, Elric, en openbaarde hem wat precies zijn missie zijn zou: het organiseren van een ontmoeting met de mensheid, een ontmoeting van het derde soort …
Op die verre planeet onderging Elric een chirurgische ingreep, waarover hij, zo verklaarde hij, op dit moment nog geen nadere mededelingen kon doen. Wel wist hij ons te vertellen dat hij daar in de operatiekamer voor het eerst ook buitenaardse vrouwen had gezien. “Vrouwen … nou ja, vrouwen zoals we die hier ook hebben … bloedmooie vrouwen …,” verklaarde hij, “… uiteraard …”
Ach, kijkers, U had de grijns op Elrics gezicht moeten zien toen hij dat vertelde …
En zeg nou zelf, hè, als dat geen goed nieuws is? Wat mij betreft verreweg het beste nieuws dat ik in Châlons heb mogen horen …

Sterspreker op het congres was Budd Hopkins, de beroemde amerikaanse UFO abductie specialist. Ik hoop van harte dat Budd de tijd heeft gehad om Elric verder uit te horen. Want Budd kwam in Châlons met sensationele nieuwe onthullingen. Wist U dat buitenaardsen al vele decennia lang genetisch experimenteren met onze menselijke soort? De indicaties zijn er legio … Wist U dat er al verschillende generaties van buitenaardse bastaards over onze aardkloot dwalen? (… Maar waar heb ik dat toch eerder gehoord? Ook weer zoooo X-files …) Affijn, U kunt er binnenkort het fijne van lezen op de duitse Paranews.net site, die met groot materieel al interviewend en live streamend in Châlons aanwezig was.

Een misser enkel, dat Paranews verzuimde ook Cosmodrone gelijk even mee te streamen. Want jezus, wat waren we weer fringe, wat waren we toch vintage, en wat klonken we bij tijd en wijle duits… Maar dat is weer een ander verhaal. Ik ga U daar dit keer niet verder mee lastig vallen.
Meer moois van Harsman

About j.k. harsman