Klein, klein kleutertje, wat doe je met die Kalashnikov?

Het is weer ’s zover: opnieuw een hype die medialand overspoelt. Uitgekeken als men is op randfiguren die onder toezicht van tientallen camera’s hun treurig leven slijten in Big Brother-huizen, of op zij die zich op verre enge eilanden wekenlang professioneel voor paal laten zetten, zwenkt de camera steeds vaker in de richting van ‘het gezin’. Ondermeer door de constante stroom hobbypsychologische pulp, die onder leiding van kermischirurgijn “Dr. Phil” vanuit de VS onze huiskamer komt binnen gutsen, heeft de Nederlandse Omroeperij een nieuw riool ontdekt waar ze een jaartje met hun camera’s doorheen kunnen plassen: de opvoeding, helemaal ‘hot’.

Rtl4 zendt al enige tijd ‘Eerste hulp bij opvoeden (Super Nanny) uit, een Amerikaanse serie, en door het grote succes hiervan (1,7 miljoen kijkers per keer naar het schijnt), komt de commerciële zender binnenkort met een Nederlandse variant. De EO doet het ook, maar dan bij vooral Gggggristelijke * gezinnen met het programma ‘Schatjes’. De KRO zendt iets uit onder de titel ‘Opvoeden doe je zo’ en ook Teleac houdt zich – naast cursussen kleien en Nepalees voor beginners – bezig met opvoeden en wel in het programma: ‘Bij ons thuis’. Ik zie er vast nog een hele hoop over het hoofd, maar al met al toch een schrikbarend lijstje dacht ik zo.

Broedsels
Er is dus een markt voor, en dat kan twee oorzaken hebben. Ofwel een groot deel van Nederland vindt het machtig mooi om te koekeloeren naar overspannen en (zelf)moord nabij zijnde ouders die door hun broedsels worden geterroriseerd. Óf een aanzienlijk deel van de Nederlandse ouderpopulatie wordt zelf door haar kroost kort gehouden, en zoekt wanhopig in dit soort programma’s naar nuttige wenken en tips. Het zal wel een combinatie van beide zijn. Opvoeden blijkt in ieder geval niet iets te zijn dat vanzelf gaat of mag gaan.
Ik heb een aantal van deze programma’s bekeken. Wat ik heb gezien stemde mij droevig.

Brandend water
Wat mij is opgevallen in deze uitzendingen, is dat de ouders in kwestie geen ene jota van de meest basale opvoedtechnieken begrijpen. De ouderparen krijgen een paar simpele handigheidjes voorgeschoteld waarmee ze inderdaad – als ze deze consequent toepassen – hun kind enigszins in het gareel kunnen krijgen, en ze kijken alsof ze water zien branden. Zo leren ze dat ze bij elke misdraging het kind direct moeten corrigeren door middel van a) uitleggen waarom het niet mag, b) sancties toepassen, bijvoorbeeld het blaag 3 minuten op een ‘strafplek’ neerzetten, en als het kind hierna iets wel goed doet, dan moeten ze c) het de hemel in prijzen.
Ik zou zeggen: schrijf je tijdig met je broekpoeper in voor een puppycursus bij de lokale hondenclub, koop een zak koekjes en je bent al een heel eind. Het is treurig dat mensen van Staat en Wet vrijelijk kinderen mogen uitbroeden terwijl ze nog niet eens op de hoogte zijn van deze kinderlijk eenvoudige vaardigheidjes (of te lui en te laf om ze toe te passen). Tranen liepen me over de wangen, want als 1,7 miljoen mensen thuis blijven voor dit soort programma’s, dan kan het nog leuk worden op Neerland’s wegen, wanneer over een jaar of 16 hun kroost een rijbewijs gaat halen… Tijd dus voor een fijn debat over hoe we het zaakje nog een beetje in de rails kunnen houden. Maar voordat je kunt gaan debatteren moeten we natuurlijk wel weten wat ‘opvoeden eigenlijk inhoudt, wanneer je spreekt van een ‘goede’ en een ‘mislukte’ opvoeding.

Het portaal
Dus: wat is ‘opvoeden’? Jan-Peter B. zal het ‘De vorming van kinderen tot Volgzame, Godvrezende, Hardwerkende & Geestelijk Gezonde Medeburgers’ noemen. Beppie en Klaas uit de probleemwijk zullen op hun beurt waarschijnlijk denken dat de opvoeding geslaagd is wanneer het kind op z’n twaalfde eindelijk het toilet, en niet het portaal van de buren, gebruikt voor zijn behoefte. Velerlei uitleg is mogelijk. Ik ben van mening dat het er om gaat dat het kind zich uiteindelijk als volwassene enigszins mentaal en fysiek kan handhaven, en daarbij ook nog iets van geluk kan nastreven. Daarvoor is nodig: een fatsoenlijke opleiding, een fijn pakket morele (morele, niet Gggggristelijk morele) bagage en natuurlijk ook een behoorlijk begrip van sociale vaardigheden. Om dit te kunnen bereiken wordt er nogal wat gevraagd van paps & mams, en juist daar wringt de schoen: zij ontberen maar al te vaak de wil en kunde om een beetje fatsoenlijke opvoeding te verzorgen.
Wanneer spreek je van een mislukkende opvoeding? Hoe herken je een gezin waar het fout loopt? Ik neig ernaar om elk gezin waarin kleuters met mobieltjes rondkruipen, 7-jarige knaapjes met zegelringen die tot het laatste journaal opblijven, en gezinnen waar 8-jarige meisjes met naveltruitjes en tanga’s hun vriendjes van 17 op hun kamer mogen ontvangen, tot pedagogisch rampgebied te verklaren. Maar ja, op zulke details zijn al snel zoveel varianten te bedenken, dat we door de bomen al vlot het bos niet meer zullen kunnen ontwaren. Er is dus een simpel handvat nodig waarmee je gelijk het kaf van het koren kunt scheiden. Ik zocht en zocht, en krant en journaal brachten mij het antwoord.

Uit de rails
De laatste tijd schijnt het in bepaalde kringen bon ton te zijn om je kinderen uit te moorden, of in ieder geval flink te martelen. Wanneer dat dan uiteindelijk de TV haalt, komen er altijd halve namen in beeld, de voornaam geheel uitgespeld, de achternaam `onherkenbaar’ met slechts de eerste letter. Verder lijkt het ook mode dat ouders leraren in elkaar stampen. Een enquête van de Algemene Vereniging Schoolleiders onder basisscholen (basisscholen dus, geen middelbare scholen) leverde een tijdje terug op dat 40% van de scholen te maken schijnt te hebben met fysiek geweld van ouders tegen leraren. Ook daar zag ik wat over langskomen, en opnieuw kwamen er in het item wat opvallende kindernamen onder in beeld voorbij.
De kindernamen zijn mij het best bijgebleven. En dat is niet zo vreemd. Want laten we maar ’s heel eerlijk zijn: wel eens goed de kindernamen gelezen die onder in beeld verschijnen bij documentaires over probleemgezinnen? Ja, aha, juist, kijk, en dat bedoel ik maar!
Daarom zou het denk ik een heel aardig idee zijn om ontsporing van ouders en kinderen preventief tegen te gaan door de risicogevallen – ver voordat de eerste problemen ontstaan – te selecteren op basis van de naamgeving, en echt moeilijk zal dat niet zijn.

Kees
Het opvoeden begint namelijk al direct na de predictortest. Na een positieve uitslag kruipen de in blijde verwachting verkerende ouders knus bij elkaar op de sofa met ‘Het grote namenboek’, en wordt er druk overleg gevoerd over de naam waarmee de toekomstige spruit door het leven moet gaan. De naam voorspelt veel, zo niet alles over de opvoedkundige toekomst. Nog sterker: aan de naam van een kind kun je volgens mij direct de geestelijke vermogens van de ouders aflezen. Wordt een kind vernoemd naar illustere voorgangers uit de stam, dan weet je bijna zeker dat het wel snor zit: dit impliceert een lovenswaardig begrip voor traditie, verleden en toekomst. Deze voorouderlijke namen (bijvoorbeeld: ‘Jan’, ‘Piet’, ‘Joris’ en ‘Corneel’), zijn ook van dusdanige Hollandsche A-kwaliteit dat zelfs Rita Verdonk er geen kwaad achter zal zoeken.

Kacey
Maar komen de ouders aanzetten met zelf in elkaar geknutselde namen, dan dient er reeds bij de Burgerlijke Stand waar pa z’n kind komt aangeven een alarmbel af te gaan. Wordt de ambtenaar verzocht ‘Roaxxine’, ‘Esmeralda’, ‘Jordy’ of ‘Charrelly’ (kortom alles waar te veel Ý’-s in voor komen, te veel medeklinkers naast elkaar staan of wat enkel en alleen de slappe lach opwekt) te noteren, dan zou hij er goed aan doen direct zijn collega’s van Jeugdzorg te roepen die vanaf dat moment 24-uur per dag de ouders met harde hand gaan begeleiden bij hun opvoedtaken. Want het kan geen toeval meer zijn dat kinderen die ontsporen gefolterd, of vermoord worden door hun ouders vaak zulke ‘unieke’ namen dragen. Want wat hebben we al niet voorbij zien komen: Rowena, Savanna, Sandelina, Sharissa, Sheyenna, Damaris, Cayda en zo voort.
Het mes snijdt natuurlijk aan twee kanten. Komen de ouders trots aangifte doen van hun ‘Beatrijs’, ‘Sophokles’ of ‘Roderick’, dan kan de ambtenaar gelijk een leerstoel reserveren aan de dichtstbijzijnde universiteit.

Causale bouviers?
Wat de verklaring is voor deze vermeende samenhang tussen voornamen en gedrag? Het is een stevig vraagstukje dunkt me, maar het moge duidelijk zijn dat pa en ma – die de namen uitdelen en de kinderen grootbrengen – debet hieraan zijn. Het zou een fantastisch idee zijn – vind ik dan – om wat geld uit het Normen en Waarden-potje van Jan-Peter te besteden aan een landelijk onderzoek dat in kaart zal brengen welk soort ouders er toe komt hun kinderen te vervloeken met namen als ‘Kymberly’, ‘Priscilla’ en ‘Bailey’, en hoeveel van deze kinderen uiteindelijk in de bak of een vroegtijdig graf belandt. Verder – als ze toch bezig zijn – kan er dan ook nog onderzocht worden of er een causaal verband is aan te wijzen tussen uiteindelijke ontsporing c.q. overlijden van de kinderen, en de aanwezigheid van tatoeages op pa’s armen, paarsgele leggings om moeder’s billen, vijf bouviers in de achtertuin, familiair overgewicht en de plaatsing van dakpannen aan de voorgevel waarop men de namen van de gezinsleden heeft gekalkt. Kijk, dat is nou iets dat ik altijd al wetenschappelijk onderzocht heb willen zien.
Buiten kijf dat dit onderzoek een looptijd van minimaal 18 jaar zal hebben, anders valt er niets te concluderen. En mocht er uiteindelijk uit naar voren komen dat kinderen met unieke namen inderdaad veel vaker ontsporen, dan wordt bij wet geregeld dat zij vanaf dan allemaal Jan-Peter zullen heten.

Gerard Mutsaers

daarentegen zijn mensen als onze Minister-president en de leden van zijn partijtje, EO-ers en andere sektariërs. Volk dus dat te pas en te onpas een vroom smoel trekt, over solidariteit, normen en waarden, verantwoordelijkheden en de Liefde Gods praat, maar ondertussen hele reeksen geboden aan hun laars lapt.Gggggristenenwil ik toch van de gelegenheid gebruik maken dit even wat verder toe te lichten: Christenen zijn voor mij brave mensen die naar alle waarschijnlijkheid proberen dat wat zij geloven in de praktijk te brengen, zonder daarbij te huichelen en anderen hun religie op te dringen. Gggggristelijk, en Christelijk, en omdat er voor mij een wezenlijk verschil is tussen “De God van Balkenende”in o.m. het stukjeGggggristelijk’ *Men heeft mij gevraagd wat ik toch tegen Christenen heb, en hierop vroeg ik verwonderd hoe ze daar toch zo bijkwamen. Ik werd gewezen op mijn gebruik van het woordje ‘

About gerard mutsaers