Mevrouw ten Brakel

De hele morgen had ze al hoofdpijn. De hele morgen kon mevrouw ten Brakel alle bewegingen die ze moest uitvoeren nog niet eens op halve snelheid voor elkaar krijgen. Dat was niet zo mooi. Want ze had het druk. De ijskast moest worden schoongemaakt, er moest gestofd worden, gepoetst en gedweild. Maar waar mevrouw ten Brakel rond dit tijdstip normaal al bijna klaar was, was ze nu nog niet op de helft.
Toch was ze niet uit haar hum. Ze had het zwaar, dat wel, maar ze neuriede als altijd haar deuntje. Dat kon weliswaar per keer een ander deuntje zijn, maar het neuriën was er altijd.

Net toen mevrouw ten Brakel even wilde pauzeren om haar hoofd een ogenblikje rust te gunnen, want ze was intussen aan het stofzuigen toegekomen en dat is met tergende hoofdpijn toch niet niks, ging de telefoon. Mevrouw ten Brakel nam op.
“Goedemorgen, mevrouw ten Brakel, is het niet?” Mevrouw ten Brakel wilde op deze vraag antwoord geven, maar dat was blijkbaar niet de bedoeling, want de stem praatte gewoon door. “U spreekt met Raoel de Rijke, Rapidfoon.” Dit ging mevrouw ten Brakel net iets te snel. Raoel de Rijke Rapidfoon? Wat was dat nou voor naam? Maar ook voor nadenken was blijkbaar geen tijd. “Ik wilde u graag vertellen over onze nieuwste aanbieding. Vanaf-“
“Hoe weet u wie ik ben?” propte mevrouw ten Brakel er prompt tussen.
“O, dat staat hier op mijn monitor.”
“Monitor? Wat is een monitor?”
“Het beeldscherm van mijn computer, mevrouwtje, u weet toch wel wat een computer is, hè?” De stem begon nogal irritant te grinniken.
“Ja hoor, ik weet wat een computer is,” antwoordde mevrouw ten Brakel met al het geduld dat ze in haar gemoed kon vinden. “Maar hoe komt mijn naam in dat scherm?”
“Omdat u de volgende bent in de lijst. Ik bel iedereen die in de lijst staat op. Om de mensen te vertellen over de aanbieding van Rapidfoon.”
“Maar hoe kom ik dan in die lijst?” wilde mevrouw ten Brakel weten.
“Iedereen staat op die lijst, mevrouwtje.”
“Dus u moet iedereen opbellen?” zei mevrouw ten Brakel vol verbazing. “En hoe komt u dan aan al die telefoonnummers?”
Door de hoorn klonk nu alleen een zucht.
“Hallo? Bent u daar nog?” Mevrouw ten Brakel vond het maar een vreemd telefoongesprek.
“Als u niet geïnteresseerd bent in onze aanbieding, zegt u dat dat dan,” klonk de stem nu ineens behoorlijk dreigend. “Dan bel ik gewoon de volgende op de lijst.”
“Maar ik weet helemaal niet wat uw aanbieding is,” zei mevrouw ten Brakel zo aardig mogelijk. Ze wilde de stem niet boos maken. Daar had mevrouw ten Brakel het niet zo op, boosheid. Ze was er eigenlijk een beetje bang voor. Behalve als ze zelf boos was, dat vond ze minder eng. Maar dat kwam zelden voor. Mevrouw ten Brakel had nu eenmaal een opgeruimd karakter.
“De aanbieding van Rapidfoon, mevrouw,” antwoordde de stem waar je nu duidelijk aan kon horen dat ook aan de andere kant van de lijn geduld werd aangeboord.
“Wat is Rapidfoon?”
“Rapidfoon is een nieuwe belaanbieder.”
“Belaanbieder? Wat jammer. Ik heb al een bel.”
“U vindt uzelf behoorlijk grappig, is het niet?”
“Soms een beetje,” gaf mevrouw ten Brakel met moeite toe. Ze was van nature nogal bescheiden. Maar ook heel eerlijk.
“Heel fijn. Wilt u nog dat ik u vertel over de aanbieding of denkt u: nou, ik heb die meneer nu wel genoeg in de zeik genomen?”
“Ik neem nooit mensen in de… nouja, wat u zei. En als u het zo verschrikkelijk belangrijk vindt om mij te vertellen wat Rapidfoon voor aanbieding heeft, dan moet u dat doen. Al begrijp ik niet waarom iemand iedereen opbelt om zoiets rond te vertellen, maar dat zijn waarschijnlijk mijn zaken niet. U zult u redenen wel hebben. Misschien bent u wel heel erg sociaal,” probeerde mevrouw ten Brakel. Ze vergaf hem voor het gemak zijn taalgebruik maar even, want ze wilde graag dat de stem weer zo vriendelijk ging klinken als in het begin.
“Nou is het genoeg! Ik zit hier ook niet voor mijn lol. Een beetje respect voor een telemarketeer, is dat nou helemaal teveel gevraagd!?” En alles wat mevrouw nog in de hoorn van haar ouderwetse draaischijftelefoon hoorde was: klik, tuut tuut tuut tuut. Ze legde de hoorn op de haak en was een beetje verontwaardigd. Dat van dat sociaal had ze duidelijk misgehad. En bruutweg concludeerde ze dat deze stem wel bij een hele onbeleefde man moest horen. En dat maakte dat ze eigenlijk blij was dat hij had opgehangen. Telemarketeeer, hoe verzin je het. Zou dat iets met dat Rapidfoon te maken hebben? Al met al was het wel een raadselachtig telefoongesprek geweest.

Mevrouw ten Brakel stond op en ging met de stofzuiger haar woning te lijf. Haar hoofdpijn was weg en ze haalde met gemak haar achterstand in. Zou dat door dat rare gesprek komen? vroeg mevrouw ten Brakel zich af toen ze alle spullen afnam en een voor een op hun plekje in de ijskast terugzette. Ze had wel eens ergens gelezen dat sommige fysieke klachten eigenlijk met je hoofd te maken hadden. Of met je gedachten eigenlijk. En als dat niet voor hoofdpijn gold, dan was het een stuk van likmevestje, glimlachte mevrouw ten Brakel in gedachten.

Simone Duwel

About simone duwel