Opruimen

Het is een welhaast klassiek tafereeltje. Je komt thuis na een dag lang hard werken, en je wordt verwelkomd door je eigen puinhopen. En voordat je ze te lijf gaat, vraag je je altijd weer, altijd weer af – Waarom zou ik eigenlijk? Waarom toch elke keer maar dat opruimen? Alles wordt toch weer een zooitje tenslotte. Waarom streef je eigenlijk -al dan niet- naar orde? En wat is dat eigenlijk, orde?

Dat de grens tussen orde en chaos samenhangt met de hoeveelheid ruimte en tijd die je hebt, zal je niet verbazen. Hoewel onze kosmos met elke nieuwe wetenschappelijke kijkdoos die op de markt komt meer dimensies lijkt te bezitten, blijven er altijd maar vier over waar we echt invloed op hebben, drie maal ruimte en één maal tijd. Onze invloed op de ruimte om ons heen is direct. De tijd beïnvloeden we door ons eraan aan te passen.

Meneer Heraklitos stelde geloof ik als eerste dat panta rhei. De tijd tikt onvermoeibaar voort en lijkt vastbesloten om alle zaken die onze ruimte bevolken te laten stromen. Alles ontkiemt, groeit, bloeit, wordt oud en koud en dondert weer in elkaar. Maar je zou er een bijzinnetje bij kunnen zetten, iets als – ‘Alles stroomt, maar niet alles stroomt even snel.’ Het is namelijk prettig om af en toe eens ergens een eigen wandje neer te poten in dat rheologische pantheon van Heraklitos. Een pauze in al het gestroom. En dan is het handig te weten waar je dat beter wel en niet kunt doen. Je acties hebben namelijk gevolgen. Sinds de 19e eeuw weten we vrij zeker dat orde an sich niet bestaat. Om orde te maken moet je altijd ergens anders wanorde creëren. Dat heet arbeid verrichten. Na het opruimen van je huis ben je verhit en moe en aan een borrel toe. En mag je hopen dat je iets in huis hebt gehaald, of dat de supermarkt nog open is, etc etc. Steeds wijder wordende cirkels van wanorde, om je opruimactie heen.

Meer lastige vragen zijn natuurlijk; wat stroomt er nu precies? Wat is tijd en wat is ruimte eigenlijk? Dankzij mensen als Einstein vinden we dat tegenwoordig allemaal moeilijk. Vroeger was het makkelijker. Toen hadden we daar namelijk goden voor. De Grieken noemden hun vadertje tijd Chronos. Volgens hun was de tijd een sjacherijn en at hij zijn kindertjes op. De Grieken hielden denk ik niet echt van vroeg opstaan. Hun voorgangers trouwens ook niet, als je al hun tijdsstoppers bekijkt – Pyramides, mummies, ziggurats… Shortcuts zoeken is van alle tijden.

De Romeinen namen Chronos over en doopten hem om tot Saturnus. Saturnus was voor de Romeinen, niet geheel toevallig, ook een geringde planeet die aan het einde van hun geocentrische heelal stond. Het was de planeet met de langste omlooptijd, en daarmee het grootste tandwiel van het Romeins universum. Saturnus wordt ook vandaag de dag nog altijd in verband gebracht met loodzware eindes, ouderdom, vermoeidheid en dood. Geen vrolijke baas. Saturnus bivakkeert eenzaam aan het einde van de Romeinse ruimte, en daar bevindt zich ook het einde van de Romeinse tijd. Dat laatste is grappig genoeg tegenwoordig nog steeds zo. Met de oude Romeinen en Einstein zou je kunnen zeggen – Ruimte en Tijd zijn met elkaar vervlochten, en het vlechtwerk heet Beweging, oftewel Stromen.

Ja maar, zul je zeggen, materie en energie enzo zijn toch niet zomaar stromen? Hoe zit het dan met E=mCkwadraat? Tijd om het duveltje van Maxwell even uit zijn doosje te laten. De wiskundige James Clerk Maxwell creëerde zijn demon als kritische kanttekening bij de hoofdwetten van de thermodynamica van Ludwig Boltzmann. Weet je nog wat ik daarnet zei over de 19e eeuw?
‘Thermodynamica’ is een moeilijk woord voor “Warmte-Bewegingsleer” Deze behoorlijk praktisch ingestelde tak van denken ontstond rond de tijd dat de eerste arbeid verrichtende constructies op onze planeet verschenen, in de gedaante van de stoommachine. De vraag die mensen die met die dingen werkten hadden was eigenlijk, of je niet efficiëntere stoommachines kon bouwen. Nu, dat kon. De vraag daarna was of je niet zulke efficiënte machines kon creëren dat je er helemaal geen energie meer in hoefde te steken! Een Perpetuum Mobile dus.
Jammer voor alle roetzwarte 19e eeuwse stokers, dat kon dan weer niet. De Eerste Hoofdwet van de warmtebewegingsleer stelt namelijk: “Energie gaat niet verloren en kan ook niet uit het niets ontstaan.” Energie gaat alleen maar in meer en minder bruikbare vormen over. Zoiets als een bonk klei. Als je hem laat vallen moet je je poppetje opnieuw kneden. De Tweede Hoofdwet van de warmtebewegingsleer stelt: “In een gesloten systeem (zoals bijvoorbeeld een stoommachine,) zal de chaos altijd toenemen.” De kolen branden op, het water verdampt en als je ze niet regelmatig bijvult en onderhoud pleegt, knalt het hele duivelse ding uit elkaar. Even samenvattend – Het perpetuum mobile, de eeuwig bewegende machine die geen onderhoud en brandstof behoeft, werd door Boltzmann en vrienden definitief de wereld uit gerekend. Eeuwigheid vergt onderhoud. Alles kost moeite. Ja wat dacht jij dan?

Meneer Maxwell was het niet perse oneens met Bolzmann’s energetische doemdenkerij, maar voerde toch als advocaat een duiveltje op. Neem een doos, zei Maxwell, en vul die doos met een of ander gas bij kamertemperatuur. De gasmoleculen die in de doos rondbewegen (stromen) hebben een bepaalde snelheid, die met de temperatuur van de doos samenhangt. Hoe sneller de deeltjes bewegen hoe warmer de doos. Sommige moleculen zullen sneller dan gemiddeld gaan en andere zijn weer langzamer. (Niet alles stroomt even snel.)
Plaats nu een systeemwandje, dat de doos opdeelt in een linkerzijde en een rechterzijde. Beide helften zijn nu gevuld met hetzelfde gas bij dezelfde temperatuur.
En nu komt het – Maxwell zaagt een minuscuul deurtje in de scheidingswand en zet zijn duiveltje er bij als portier, met strikte instructies wat betreft het deurbeleid. Het schepseltje ziet alle deeltjes in de doos. Wanneer er een snelle molecule van rechts komt zorgt hij dat die aan de linkerkant eindigt, door het deurtje te openen. En als er een langzame molecule komt van links, dan zorgt hij ervoor dat die eindigt aan de rechterkant. Als de demon zijn werk goed gedaan heeft zitten na verloop van tijd alle snelle gasmoleculen aan de linkerkant en alle langzame aan de rechterkant. De doos is nu links heet en rechts koud. Het temperatuurverschil kan gebruikt worden gebruiken om bijvoorbeeld stoom mee te maken. Maxwell´s duiveltje heeft bruikbare energie uit niets gecreëerd!

Deze situatie lijkt het moratorium van Ludwig Boltzmann op een perpetuum mobile tegen te spreken. Maar als je goed leest zie je dat om de beschreven mogelijkheid te realiseren de demon van Maxwell arbeid verricht heeft, en dus energie omgezet. Het is een soort Droste effect. Het werk van de demon beïnvloedt de snelheid van de moleculen. Zijn arbeid en de wrijving van het deurtje zullen de wanorde van het gas in de doos uiteindelijk doen toenemen en de willekeur van het systeem per saldo niet kunnen verminderen. Catch 22 heet dat, ja.
Om precies deze zelfde reden kun je je keuken met het hete weer ook niet afkoelen door je koelkast open te zetten. De warmte die de motor van het ding buiten de koelkast creëert is groter dan de koelte die hij van binnen produceert. Het is handiger om een ventilator te nemen. Hoewel, als je een goed geïsoleerde kamer neemt en je zet je elektrische ventilator aan, dan zal de elektriciteit die het motortje doet draaien deels als hitte omgezet worden, en zul je merken dat de kamer in zijn geheel niet afkoelt maar opwarmt. Waarom werkt een ventilator dan precies? Omdat hij luchtverplaatsing creëert, met windverkoeling als resultaat. Door het wegblazen van de warme lucht om je lijf, maakt de ventilator het gemakkelijker voor je huid om zweet te laten verdampen, en zo je lichaamswarmte wat te verminderen. Zie je, alles stroomt. Hoe meer verdamping, hoe koeler je je voelt. Ja jij wel, maar je omgeving niet perse. Airco’s dragen significant bij aan de opwarming van onze aarde.

Ik hoor je nu denken, als dat allemaal zo is, als alle gesloten systemen energie slurpen en uiteindelijk naar de verdommenis gaan, hoe zit het dan met dingen die zomaar spontaan ontstaan en groeien en bloeien?
“Dat doet God,” hoor ik al van een aantal kanten roepen. Zou kunnen. Maar hij of zij kun je ook toeval noemen, en echt inzicht geeft dat allemaal niet. Waar het om gaat is het volgende – de keerzijde van de tweede wet van de thermodynamica is dat je aan elk niet gesloten, oftewel open systeem, bruikbare energie kunt toevoegen, en dat er dan spontaan orde in ontstaat. Boltzmann voerde al in de 19e eeuw het ontstaan van sneeuw aan als bewijs dat de scheppingshypothese op weinig gebaseerd was. Hoe?
Wel, de Creationisten hadden zijn Tweede Wet niet verder doorgedacht dan het standaard eerstejaars thermodynamische cursusmateriaal. De heren Creationisten stelden eenvoudig dat de wanorde in de schepping nooit kon afnemen, en alles naar de duivel zou gaan, tenzij er af en toe een god uit de stoommachine zou springen. Boltzmann legde hierop uit, dat wanorde wel degelijk af kan afnemen in een “open systeem,” zoals de planeet Aarde, zolang dit systeem maar in interactie blijft met een andere open systeem, zoals de Zon, waarin er een compenserende toename van wanorde plaatsvindt. Precies, net als bij de puinhopen van jezelf thuis, dus.
Boltzmann nam de kristallisatie van water in sneeuwwolken als voorbeeld: Bij erg lage temperaturen zal water aan een lage energietoestand met een hoge mate van orde, oftewel een sneeuwkristal en uiteindelijk een sneeuwvlok, de voorkeur geven boven een hoge energietoestand met een hoge wanorde, zoiets als waterdamp dat wil zeggen een wolk. De Creationistenversie van de thermodynamica verklaart niet waarom het sneeuwt. Bolzmanns Tweede Wet, correct geïnterpreteerd, staat spontane groei en evolutie niet alleen toe, hij begunstigt het.

Lijkt toverij? Is het niet. Denk aan de draaikolkjes in het water bij de sluis, aan de putjes in je rijst of die prachtige zeshoeken in de uitgedroogde modder van droeve landen in Afrika. Waar komen die zeshoeken vandaan? Ze zaten niet in de klei. ‘Spontane groei’ en evolutie werken ongeveer als bellen blazen. Men neme een sjabloon, zeg een plastic cirkeltje, wat DNAstrengen of een leefgebied, men dope die in een medium, zeg zeepsop, celmateriaal of een diersoort, en voege daar energie aan toe, zeg er voorzichtig doorheen blazen, laten stoven in de zonneschijn c.q. een baarmoeder of selectiedruk. Et voila! Nieuwe structuren, zeepbellen, blommetjes, mensen en beesten.

Maar is beweging dan energie? Maxwell’s duiveltje heeft ons gedemonstreerd dat door beweging energie bruikbaar gemaakt kan worden, simpelweg door er verschillen in te creëren. Hoe meer verschil, hoe meer potentiaal. Net als in je stopcontact. Denk maar eens aan alle ooit apart gelegde en begraven zonne-energie, opgeslagen in plantenresten die we nu weer verstoken als olie en kolen, uit je stopcontact stromend en aanwezig op je scherm. Denk ook aan de rangschikking van lettertjes die je nu leest. Ik heb met deze tekst, net als Maxwell’s demon, een soort energiebron gecreëerd die je tot je neemt met je leesmachine en die iets met je doet. Werkt dat echt zo? Is informatie dan energie? Onder andere. Kijk maar eens naar wat de tekst als ‘Jij bent leuk vs. Jij bent lelijk,’ desnoods van een wildvreemde, met je energiehuishouding doet. Drie letters verschil maar…

Met ordenen creëer je bruikbare energie, dus. En dat kan overal mee want alles is energie. De Grieken hadden een mooi symbool voor bruikbare energie, of arbeidspotentiaal – De Caduceus, ook wel staf van Hermes geheten. Hermes was de Griekse boodschapper van de goden. Om zijn staf kronkelen twee slangen en het ding is bekroond met twee vleugels. De staf staat dan ook voor welstand en gezondheid en is tegenwoordig bij de heren en dames medici terug te vinden, in gekortwiekte vorm, onder de naam van Aesculaap. Gek toch. Geen vleugels… De Caduceus grijpt zeer waarschijnlijk terug op de gevleugelde staf -of slang- van de Egyptische Isis, die later haar zoon Horus wordt.De Caduceus staat voor een hogere, (en dus op de een of andere manier aangelegde, denk aan Maxwell) gekanaliseerde energievorm die ten goede of ten kwade aangewend kan worden. Opgewerkte energie die kan worden gebruikt om meer orde -kerncentrales- of meer chaos -kernbommen- mee te scheppen.

Alles is dus potentiële energie. Keuze is aan jou. Eenvoudig, nietwaar? Maar dit is niet het einde van het verhaal. Binnen het hindoeïsme vinden veel mensen dat wanorde zelf orde aantrekt en stuurt, en dat de twee in elkaar overgaan. Ja stromen, maar anders. Ze noemen dat in India de dualiteit tussen chaos en orde, tussen onbruikbaar en bruikbaar, tussen vormloosheid en vorm. Deze zijn manifestaties van respectievelijk S’iva en S’akti.
S’iva staat voor vernietiging, voor levenloze energie, de witte ruis aan het einde van het heelal zeg maar, wanorde. S’akti is Sanskriet voor ‘kracht, energie.’ Gekanaliseerde energie in dit geval, creativiteit, arbeidspotentiaal, orde. S’akti is de energie van iedereen die hard probeert het heelal bij elkaar te houden. S’iva en S’akti zijn onafscheidelijk van elkaar en hun coëxisteren creëert alles. S’akti heet de demon van onwetendheid te zijn waarop S’iva zijn eeuwige dans doet… -Maxwell’s demon, als je dat leuk vindt.- Let wel, Het is de wanorde die hier aan het dansen is en orde ligt met zijn oogjes stijf gesloten aan zijn voeten. De acties van de demon worden door chaos gedanst. Boeiend perspectief, nietwaar? Volgens de heren yogi zijn S’iva en S’akti als inkt en het geschreven woord. Eén flesje inkt kan oneindig veel verschillende woorden en zinnen maken, terwijl de inkt één blijft.

Maar dit vind je misschien maar vaag geklets. Goed, laten we eens zeggen dat Energie gewoon ENERGIE is -wat dat dan ook moge wezen- en dat ‘energie’ dat is wat in sprookjes de gedaante aanneemt van een draak of slang die, mits met zoete praat getemd en rond de juiste staf gewonden, er voor zorgt dat dode dingen vleugels krijgen, net als de blaadjes in een Leidse fles?
Wacht even, Inzichtelijke oefening – Pak een fietspomp. Voel er aan. Kamertemperatuur, nietwaar? Gewone lucht in koud metaal. Zet je vinger op het ventiel en pomp nu een paar keer. De onderkant van de pomp is nu heet. Nee, geen mechanische wrijving. Pomp maar eens zonder vinger op ventiel… De lucht in de pijp is samengedreven. En dan gaan de moleculen bokken. Je hebt lucht verwarmd door hem in de hoek te drukken. Net als Maxwells demon…
Als je een slang beetpakt en je windt hem op, heb je een springveer. Die kun je dan in een klok zetten en traag laten aflopen, als orde, of hem ineens laten exploderen, als chaos. Dit principe is overal. Klap eens in je handen. Wat zit er tussen? Opgewarmde lucht. Bruikbare energie ontstaat en verdwijnt overal, continu. Orde ligt alleen maar op chaos te wachten, en chaos op orde. En hoe groter de mate van de één is, hoe hongeriger de ander zal zijn. Denk aan een bloeiende woestijn, aan die bibliotheek van Alexandrie en de Twin Towers…
Iedere keer dat je een product pakt uit het schap in de supermarkt laat je duizenden andere liggen. Zie je wel? Jij maakt altijd keuzes en keuzes zijn bruikbare energie, want beweging is verandering en dat is energie. Wat je ook doet, jij bent altijd Maxwell’s demon. Met juiste keuzes en genoeg kennis zou je zelfs licht uit duisternis kunnen maken. Zoals God dat ooit deed, en sterren dat dagelijks doen.

Hoe deed God dat eigenlijk? Energie zou je uit moeten kunnen spellen in moleculaire informatie, die als een soort machinetaal laat zien hoe de wereld er om je heen uitziet. Zo’n wetenschap bestaat natuurlijk al. Statistische thermodynamica heet ze. Helaas is ze net als alle statistiekvormen best nuttig maar niet erg interessant voor de leek.. Het exact uitspellen van alle informatie duurt ook veels te lang. Daarom bestaan er goddank, naast alle getallen, woorden. Woorden om te zadelen en er mee langs ingewikkelde zaken te galopperen en ze hup twee drie mee samen te vatten. Woorden die gecondenseerde ervaringen zijn, betekenisvensters. Hogere vormen van energie, drie keer woordwaarde. Woorden Als Trichotilomanie en Fagocytose. Woorden als Thermodynamica en Evolutie.

Maar al die woorden kunnen een woord als Lief niet vervangen, net zoals een tafel nooit door alle snufjes die productontwerpers verzinnen vervangen kan worden. Het juiste woord op het juiste moment, daar gaat het om. Waar grijp je in in Panta Rhei? Meestal is het niet moeilijk. Denk liefde, denk tafel. De vraag is alleen- Ga je met de stroom mee, of ga je opkruisen? Voelt u wel? O niet? Steek dan je hand eens onder een flink lopende kraan. Nog steeds niet? Loop eens een drukke verkeersweg op. Oeps. Slechte energie, zoals dat heet.

In het nauw gedreven energie, orde dus, wil zich eigenlijk het liefst verspreiden. Hoe kleiner het hoekje, hoe groter het ongeluk dat er in zit. Meer orde of meer chaos. Twee zijden, zelfde medaille. Maar waar ligt de grens? En bepaal jij het verschil tussen orde en chaos? Ja ik denk het. Als je je tv uitzet bijvoorbeeld. En gaat opruimen.
De orde van alles is in het dagelijks leven lastig zichtbaar. De individuele trajecten van mensen op een druk station zijn moeilijk te zien, en ook verder lijken we weinig te verschillen van de deeltjes in Maxwells doos. Wel eens een vertraagde opname van een explosie gezien? Heeft wel iets van een ontluikende bloem, nietwaar? Nu dan, omdat bruikbare energie overal zomaar kan ontstaan in Alles Stroomt, is Orde niets anders dan tijdelijk vertraagde Chaos, lijkt mij zo. Maar dat is niet een erg praktische visie. We kiezen er denk ik voor om te streven naar een leven in een zekere mate van orde, met een klets chaos er door, omdat we zelf ook voor het grootste deel uit orde bestaan.
Toch maar weer opruimen dus. Maar wel stoppen als je het zat bent. En dan een borrel pakken. Ja wat dacht jij dan?

Sam Gerrits

About sam gerrits