Six in the City

Wat vooraf ging:
Zes vriendinnen zijn op stap in Maastricht en komen met de verkeerde mannen in aanraking. Ze beleven elk hun avontuur, maar het dreigt slecht af te lopen met de jarige Gonnie.

‘Hé klootzak, blijf met je poten van haar af!’, gilde een schrille vrouwenstem en de zwerver die over Maaike stond heen gebogen keek verschrikt op.
Een kleine vrouw met een wapperende paardenstaart kwam over het plein op hem toe rennen. Ze had een klauwhamer in haar vuist en zwaaide dreigend.
‘Oprotten jij’, schreeuwde ze kwaad en hief de hamer hoog op.
De zwerver koos eieren voor zijn geld en sloop zachtjes vloekend weg. De rode furie met het van woede vertrokken gezicht zou niet aarzelen de hamer te gebruiken, daar was hij van overtuigd.
Lies stond naast Maaike en keek haar opgelucht aan.
‘Wat ben ik blij je weer te zien,’ zei ze met trillende stem.
‘En ik jou,’ antwoordde Maaike met wild kloppend hart. Ze was bijna verkracht door die smerige landloper en huiverde bij de gedachte wat er had kunnen gebeuren. Ze sloeg haar armen om Lies en samen schoten ze in een zenuwachtig lachje.
‘Dat is maar net goed gegaan.’ Lies schudde haar hoofd ernstig. ‘Stel je voor dat ik hier vijf minuten later was aangekomen. Jakkes, ik moet er niet aan denken.’
Maaike sloot haar ogen en haalde diep adem, ze was nog steeds niet bijgekomen van de schrik.
‘Zou je die hamer echt gebruikt hebben?’
‘Reken maar van yes, ik had hem z’n kop ingeslagen,’ antwoordde Lies stoer. Ze legde de hamer naast zich neer en stak een sigaret op.
‘Enig idee waar de rest is?’
‘Geen flauw idee.’ Maaike plukte de sigaret uit de vingers van Lies en nam een diepe trek. ‘Al vijf jaar niet meer gerookt,’ zei ze ernstig, ‘maar nu heb ik het verdiend.’
Ze gaf de peuk terug en stond op.
‘Kom, we gaan de rest zoeken.’
Terwijl ze het plein voor de basiliek overstaken kwam uit één van de straten het geluid van een te snel rijdende auto. Maaike en Lies bleven op de stoep staan en zagen een oeroude, witte Mercedes de hoek om scheuren en gevaarlijk overhellen omdat de bestuurder de bocht te krap nam.
‘Verrek,’ zei Lies met verbouwereerde stem, ‘dat lijkt Teddy wel.’
‘Ze is het ook,’ antwoordde Maaike niet minder verbijsterd .
De auto schommelde op zijn kapotte schokbrekers en kwam piepend tot stilstand.
‘Stap snel in,’ gilde Teddy gestresst, ‘ik word achterna gezeten.’
Maaike en Lies keken elkaar vragend aan, maar reageerden op de urgentie in Teddy’s stem. Ze doken samen op de achterbank waarna Teddy accelererend als een coureur het Vrijthof afstoof.
‘Hoe ben je aan deze auto gekomen en door wie word je achterna gezeten?’ vroeg Maaike terwijl ze zich aan het portier vastklemde.
‘Lang verhaal,’ hijgde Teddy en stuurde een nauw straatje in, ‘de auto heb ik gejat en we worden achterna gezeten door zigeuners. De details vertel ik later wel. Ik moet ze eerst zien af te schudden.’
Lies begon te giechelen en liet zich achterover vallen op de bank. ‘Het moet niet veel gekker worden,’ zei ze hoofdschuddend en stootte Maaike aan. ‘Wij hebben ook nog het een en ander te vertellen.’

Afrieke zat naast het voorwiel van Gonnie’s busje en probeerde zich zo klein mogelijk te maken. Ze had daarnet een autootje langzaam voorbij zien rijden en kon zweren dat de Surinaamse schoenendief de bestuurder was. Gadverdamme, hij is me gevolgd, dacht ze bang. Het parkeerterrein was groot en helemaal verlaten. Van haar vriendinnen was geen spoor te bekennen. Wat moest ze doen, de politie bellen? Ze deed het liever niet uit angst dat Piet achter haar losbandig gedrag zou komen, maar er zat waarschijnlijk niets anders op.
Terwijl Afrieke in haar tas zocht naar haar mobieltje hoorde ze de stemmen van een man en een vrouw. Ze stond op en zag aan de rand van het parkeerterrein Marisca staan die hartstochtelijk afscheid nam van een blonde man in een blauw uniform. Afrieke blies haar wangen op van opluchting, gelukkig de eerste van haar vriendinnen was gearriveerd. Ze wachtte tot de man wegliep voordat ze naar Marisca ging.
‘Jij bent de eerste die de weg teruggevonden heeft,’ riep ze lachend, ‘en wie was dat stuk?’
Marisca hief verontschuldigend haar handen op. ‘Sorry dat ik jullie in de steek heb gelaten,’ zei ze en draaide opgetogen een pirouette als een volleerd ballerina. ‘Ik heb een supernacht gehad. Hij was zo leuk.’ Ze zuchtte blij. ‘Hier kan ik jaren op vooruit. Echt waar.’
Afrieke knikte begrijpend, ze wist exact waar Marisca het over had. Ook zij had een geweldig avontuur beleefd waar ze achteraf geen minuut spijt van had.
‘Waar zou de rest zijn,’ vroeg Marisca, ‘wanneer heb jij ze voor het laatst gezien?’
‘In die kroeg,’ antwoordde Afrieke met een kleur. ‘Ik ben wezen dansen met een Surinamer,’ bekende ze. ‘Op de bar,’ voegde ze er overmoedig aan toe.
‘Laten we hier maar wachten tot de rest arriveert.’ Marisca ging op de grond zitten en pakte een spiegeltje uit haar tas. Ze wilde weten of haar buitenkant net zo veranderd was als haar binnenkant.
‘Kijk daar.’ Afrieke stootte Marisca opgewonden aan.
Drie vrouwen waarin ze Maaike, Teddy en Lies herkende holden een straat uit en renden met hoge snelheid het parkeerterrein op.
‘Snel. Verstop je,’ riep Teddy en gebaarde wild naar Marisca en Afrieke. ‘We worden achterna gezeten.’

Loes Neve

About loes neve