Six in the City

Wat vooraf ging:
De jarige Gonnie ontmoet bij toeval vijf vrouwen, ze sluiten snel vriendschap en gaan naar Maastricht voor een avondje serieus stappen.
In een kroeg ontmoeten ze alle een man en raken elkaar hopeloos kwijt.

De muren van het toilet moesten in een ver verleden ooit wit zijn geweest. Nu waren ze echter geel gevlekt van nicotine en bedekt met de in viltstift gekrabbelde boodschappen van vele bezoekers.
Belinda houdt van Esther, las Lies en keek wazig naar het telefoonnummer van ene Karel die de beste wip van Heerlen beloofde.
Ze legde haar hoofd in haar handen en wenste vergeefs dat de kleine ruimte op zou houden te schommelen. Er zit maar een ding op, besefte ze ongelukkig, alle drank en het vette broodje kebab dat ze net nog naar binnen had geschrokt moesten eruit. Kreunend draaide ze zich om naar de toiletpot en sloot haar ogen voor de bruine rand en de gele strepen die het porselein sierden. Kokhalzend boog ze haar hoofd naar voren en bad om verlichting.
‘Lies, schiet eens een beetje op. We willen gaan.’
De stem ging gepaard met een harde bons op de deur en Lies draaide zich met grote ogen van schrik om. Ze had gehoopt dat de mannen die ze had ontmoet onderhand waren vertrokken. Wat een vreselijke muts ben ik toch ook, dacht ze boos. Die twee hoorden helemaal niet bij Rowan Heze, het hele verhaal was verzonnen om haar mee te krijgen. Nadat ze haar nieuwe vriendinnen had verlaten was ze met Pierre en Giel van kroeg naar kroeg gegaan en had ongelofelijke hoeveelheden bier gedronken. Ze had ondertussen het sterke vermoeden gekregen dat het stel uit de sloppen van een Maastrichtse achterbuurt moest zijn gekropen en mooie verhaaltjes verzon om domme vrouwen zoals zij in hun bed te lokken. Lies had zich al afgevraagd hoe ze het stel kon lozen en bleef nu doodstil staan. Ze wachtte gespannen tot haar belagers waren vertrokken. Alle gedachten aan de verlossende toiletpot waren vergeten en ze wenste hartgrondig dat ze terug was bij het busje van Gonnie in plaats van hier, op deze walgelijke plee in een onbekend café.
Na een paar minuten stak ze haar hoofd voorzichtig om de hoek van de deur en keek de lege gang in. Met een beetje geluk waren de twee gluiperds verdwenen en een blik in het kleine cafeetje leerde dat ze inderdaad waren vertrokken.
Eenmaal buiten keek ze zoekend om zich heen en zag de toren van de st. Servaas als een zwart baken boven de huizen uitsteken. Die kant moet ik op, besloot ze resoluut. Ze kon zich herinneren dat de kroeg waar ze het laatst met de meisjes was geweest daar in de buurt moest zijn.
Aan de overkant van de straat stond de motor van Giel geparkeerd waar ze nog niet zo lang geleden gillend van angstig plezier achterop had gezeten. Lies concludeerde dat de eigenaar dan hoogstwaarschijnlijk nog in de buurt moest zijn. Met gebogen hoofd sloop ze de straat uit een steegje in dat tot haar opluchting uitkwam aan de achterkant van de basiliek.

-.-
Enorme golven van geluid spoelden door de disco en sloegen kapot op honderden in extase bewegende bezoekers. Afrieke keek wat wazig om zich heen terwijl ze zwaaiend met haar armen haar evenwicht op de spiegelgladde bar probeerde te bewaren. Waar ben ik mee bezig?, dacht ze verbluft, en keek naar een grote, zwarte man die met een glimmend kaal hoofd naar haar opkeek.
‘Dansen meisje, dansen,’ riep hij in een vet Surinaams accent en bewoog suggestief met zijn heupen.
Afrieke zag twee grote zweetplekken op zijn spierwitte overhemd dat maar met moeite een dikke buik omspande.
Ze richtte haar blik op de rest van het publiek en zag dat haar zwarte bewonderaar medestanders had. Een groep mannen moedigde haar luidkeels aan en Afrieke voelde hoe ze dieprood bloosde. Ze had de Surinamer ontmoet in de kroeg waar ze voor het laatst in gezelschap van de vrouwen was geweest en was overmoedig op zijn aanbod te gaan dansen ingegaan. Ik heb veel te veel gedronken, besloot ze en vroeg zich direct daarna af of haar losbandige gedrag alleen te wijten was aan drank. Hij zal toch niets in mijn wijn gestopt hebben? Ze herinnerde zich een berichtje uit de krant waarin verteld werd dat er een middel bestond dat vrouwen willoos maakte. Nee, dacht ze nog steeds angstig, ik ben niet willoos ik heb alleen maar als een geflipte idioot op een bar staan dansen. Ze stak haar hand uit naar de man en zei met boze stem, ‘help me eens naar beneden, ik wil niet meer.’
Ze miste de vrouwen die ze vandaag had leren kennen vreselijk en vroeg zich af waarom ze in godsnaam zo stom was geweest ze in de steek te laten.
‘Hé schatje, zullen we dan naar mijn huis gaan?, vroeg hij flemend en Afrieke voelde een rilling van afschuw over haar rug lopen.
‘Ik wil eerst even mijn neus poederen,’ antwoordde ze ontwijkend en keek zoekend om zich heen naar de schoenen die ze had uitgeschopt voordat ze haar danscarrière op de bar was begonnen.
Hij tikte op haar schouder en hield haar pumps plagend omhoog. ‘Zo weet ik zeker dat je me niet gaat verlaten.’
Afrieke lachte gedwongen en besloot paniekerig dat ze haar schoenen met liefde zou opofferen voor haar eerbaarheid.
Vlug griste ze haar tas van een barkruk en snelde soepel bewegend tussen de dansende lijven door naar de uitgang. Eenmaal buiten dankte ze de hemel dat de nacht zacht en zwoel was zodat haar schoenloos bestaan niet al te onaangenaam voelde.
‘Waar ga je naartoe,’ hoorde ze de stem van haar schoenendief achter zich zeggen. ‘Wacht op mij.’
Een grote, klamme hand viel op haar schouder en Afrieke gilde van schrik. Ze had niet verwacht dat de Suri van 150 kilo zo snel op zijn voeten was.
Ze rukte zich los en sprintte met hoge snelheid van hem weg. Haar lange witte jurk wapperde om haar benen en ze trok de hinderlijke stof hoog op, met als gevolg dat een groepje pubers aan de overkant in een luid gejuich van bewondering uitbarstte.
Ondanks haar penibele situatie en de grote haast waarmee ze zich voortbewoog barstte Afrieke in gelach uit. Ze had nooit kunnen vermoeden dat haar rustig kabbelend bestaan in minder dan twaalf uur zou veranderen in een wild avontuur in een onbekende stad.
Hijgend stopte ze een paar honderd meter verder aan de rand van een groot parkeerterrein. Op deze plek was ze eerder geweest, ze wist het zeker. Het hoge gebouw tegenover haar met de letters Hotel Pauw en de rotonde met de rozenstruik in het midden waren allemaal bekend. Dit was het parkeerterrein waar Gonnie haar Volkswagen busje had geparkeerd. Zuchtend van opluchting zag ze het voertuig staan en liep er naartoe. Ze was ervan overtuigd dat ze haar vriendinnen daar zou treffen.

Loes Neve

About loes neve