Six in the City

Wat vooraf ging:
De jarige Gonnie ontmoet bij toeval vijf vrouwen, ze sluiten snel vriendschap en gaan op weg naar Maastricht voor een avondje serieus stappen.

Het Maastrichtse uitgaansleven had de vriendinnen veel te bieden. Na een langdurig en drankovergoten bezoek aan meerdere terrassen duwde Maaike de deur van een café open en keek keurend om zich heen. Het was gezellig druk en het geroezemoes van vele stemmen werd maar nauwelijks overstemd door de gitaren van Bon Jovi. Aan de bar zag ze een bont gezelschap van mannen en vrouwen en in de rest van de grote ruimte stonden overal mensen te praten en te drinken. De kroeg voelde goed aan, met een publiek van alle leeftijden en een ongedwongen sfeer, ze voelde zich meteen thuis. Maaike draaide zich om naar de rest van de vrouwen en wenkte ze naar binnen.
‘Hier moeten we wezen,’ zei ze op definitieve toon.
Lies stond vlak achter Maaike en gluurde over haar schouder, ze knikte instemmend.
‘Ik ga wel wat te drinken halen.’ Geroutineerd nam ze de bestelling op en wrong zich zonder schroom tussen twee heftig getatoeëerde, langharige mannen.
‘Van haar hebben we voorlopig geen last,’ zei Gonnie half lachend en keek naar Lies die al in gesprek was met de ruigste van de twee.
Maaike knikte begrijpend en liet haar blik door het café dwalen.
‘Achterin is nog plaats,’ zei ze en pakte een blad met wijnglazen aan van Lies.
‘Ik zie jullie zo wel,’ fluisterde de laatste, ‘deze gozer hier is manager van Rowan Heze, misschien heeft ie wel een baantje voor me bij het tournee van deze zomer.’
‘Tuurlijk meisje,’ antwoordde Maaike luchtig, ‘wij zitten een eindje verderop.’ Ze keek Lies veelbetekenend aan, ‘voor het geval je hulp nodig hebt.’
Afrieke haalde diep adem, dit was waar ze van gedroomd had, lekker op stap met een stel vriendinnen en zonder Piet die ze geen minuut miste. Ze keek opzij naar Marisca en las op haar gezicht dezelfde gedachten. Aan de bar waren nog twee krukken vrij en ze stootten elkaar lachend aan.
‘Wij gaan hier zitten,’ riep Afrieke, ze voelde zich na haar gesprek met Piet bevrijd en losbandig. Ze was in een stad waar ze niemand kende en al haar verplichtingen waren ver weg.
‘En toen waren er nog drie kleine negertjes,’ merkte Maaike cynisch op. ‘Oh nee, ik vergis me,’ voegde ze er aan toe. ‘Ik bedoel twee.’
Onderweg naar hun zitplaats achterin het café was Teddy tegengehouden door een knappe man met gitzwarte krullen en gouden oorringetjes die spontaan zijn arm om haar had heengeslagen. Ze keek verontschuldigend naar Gonnie en Maaike maar liet zich zijn attenties lachend welgevallen en accepteerde een drankje.
‘Nu wij nog wat aandacht en het is compleet,’ merkte Gonnie op.
‘Je wens gaat in vervulling.’ Maaike proestte van plezier en liep rood aan. Ze wees naar de bar waar twee grote mannen, de één met een blonde hangsnor en de ander met een zwart ringbaardje zich verwachtingsvol naar hen hadden omgedraaid.

Marisca keek zoekend om zich heen en zag tot haar verbazing Maaike en Gonnie aan een tafeltje zitten met de twee kerels van het wegrestaurant. Het zwarte ringbaardje had zijn arm om Gonnie heengeslagen en Maaike en de blonde hangsnor keken elkaar diep in de ogen. Ze trok haar wenkbrauwen omhoog en draaide zich naar Afrieke om haar attent te maken op de nieuwste ontwikkeling. Afrieke zat echter niet meer naast haar. Marisca vermoedde dat ze naar het toilet was en klom van haar barkruk, de kroeg stond blauw van de rook en was snikheet, ze wilde even naar buiten een frisse neus halen.
Opgelucht haalde ze even later diep adem en zoog de zwoele nachtlucht in haar longen.
Het was heerlijk om buiten te zijn. Aan de overkant van de straat weerspiegelde het water van de Maas de lichtjes van de lantaarnpalen en ze zag een paar honderd meter verderop een brug liggen. Ze wilde een paar minuten alleen zijn, de dames waren toch druk bezig en zouden haar niet missen. Haar voeten voerden haar naar de brug waar ze halverwege stopte om het uitzicht te bewonderen en een sigaretje te roken. Terwijl ze in haar tas rommelde op zoek naar een aansteker voelde ze hoe de contactlens in haar linkeroog verschoof en op de grond tuimelde.
‘Godverdomme,’ vloekte ze zachtjes, maar hartgrondig.
Ze viel op haar knieën en begon aan een hopeloze zoektocht. Het licht van haar aansteker was onvoldoende en na een paar minuten wilde ze zich gewonnen geven. De lens was voor altijd pleite.
‘Kan ik je ergens mee helpen?’
Marisca draaide zich om naar een lange gestalte in een blauw uniform en besefte dat ze tegenover een agent stond. Hij had krachtig gezicht met lichtgrijze ogen, omrand door gitzwarte wimpers.
Wat een leuke vent, dacht ze opeens een beetje zenuwachtig.
‘Ik ben hier mijn lens net verloren,’ antwoordde ze verontschuldigend, ‘maar die vind ik nooit meer terug.’
De agent knipte een zaklantaarn aan en scheen voor Marisca’s voeten.
‘Niet te snel opgeven, je weet ’t nooit.’
Hij zat op zijn hurken en speurde geduldig de stenen af.
Marisca keek op zijn blonde hoofd neer en wenste dat ze even stiekem in haar spiegeltje kon checken of ze er nog een beetje toonbaar uitzag. Ze vermoedde dat de vele glazen drank een ravage hadden aangericht.
‘Je komt hier niet vandaan denk ik aan je accent te horen.’
‘Nee,’ antwoordde Marisca, ‘ik woon in Velp. Bij Arnhem,’ voegde ze er ongevraagd aan toe. Ze voelde zich een beetje zenuwachtig in de aanwezigheid van de agent en merkte tot haar verwondering dat ze voor het eerst sinds tijden hevig geïnteresseerd was in een andere man dan Jochem.
‘Kijk eens aan.’ Hij richtte zich op en hield triomfantelijk een vinger omhoog met daarop Marisca’s lens.
‘Geweldig, dank je wel.’
Een dubbele emotie had zich van Marisca meester gemaakt. Aan de ene kant was ze blij met de gezochte lens, maar aan de andere kant wist ze dat hij nu verder zou moeten met zijn werk.
‘Zet je hem niet in?’
De relaxte wijze waarop hij tegen de brugleuning leunde gaf te kennen dat hij geen haast had.
Ze schudde haar hoofd, ‘moet ‘m eerst even schoonspoelen.’
‘Ik was op weg naar huis, mijn dienst zit erop. Wat dacht je ervan, heb je zin om ergens iets te gaan drinken, dan kan jij gelijk je lens schoonmaken.’
Met glinsterende ogen borg Marisca de lens op in haar hand en stak samen met de man de brug over.

Loes Neve

About loes neve