Six in the City


Wat vooraf ging:
De zes vrouwen zijn onderweg naar Maastricht. Afrieke heeft haar man voorgelogen en hem verteld dat ze bij haar moeder is.

Teddy en Maaike konden het goed met elkaar vinden en hadden een gemeenschappelijke passie gevonden, tennis. Ze waren geanimeerd in gesprek over verschillende grootheden van het tenniscircuit en vergeleken hun ervaringen.
‘Ik heb Boris Becker ontmoet op Roland Garos,’ vertelde Teddy opgetogen en voelde zich gelukkig bij Maaike’s uitroep van bewondering. ‘Jaap kent echt iedereen,’ voegde ze er trots aan toe en vergat dat ze zich op Roland Garos stierlijk had verveeld en uren alleen was geweest. Bovendien had ze Becker een vreselijk arrogante kwal gevonden die haar ongevraagd een foto met handtekening in handen had geduwd. Alsof ze een vervelende fan was en niet de vrouw van Jaap waarmee hij uitsluitend gesproken had.
Lies had het rugzakje dat ze bij zich had omgekeerd en zocht naar haar make-up tasje. Als ze gingen stappen in Maastricht was een opknapbeurt hoogst noodzakelijk. Ze hoorde de naam Boris vallen en keek verschrikt op. Haar Boris had nog steeds niet gebeld. Ze schoof de inhoud van het rugzakje die op de vibrerende vuile vloer van het busje lag door elkaar en besefte dat ze haar mobieltje was vergeten. Shit, nu zou ze niet weten of hij gebeld had.
Afrieke had de diepe frons op het gezicht van Lies gezien en vroeg bezorgd, ‘ben je iets kwijt?’
‘M’n mobiel vergeten, god wat stom.’
‘Wil je die van mij lenen?,’ Afrieke bood haar telefoon aan.
‘Nee, laat maar. Ik zat op een telefoontje van mijn vriend te wachten,’ Lies keek Afrieke met een cynisch glimlachje aan, ‘maar hij heeft waarschijnlijk toch niet gebeld. Soms krijg ik het gevoel dat alle contact altijd van mij moet komen. Ik bel hem al veel te vaak.’
Afrieke knikte begrijpend, ze wist precies waar Lies het over had. Piet nam haar inzet op de boerderij ook voor lief en besefte niet hoe ze snakte naar een ander leven.
‘Zullen we bij het volgende wegrestaurant even stoppen?’ Marisca hield haar ogen op de weg, ‘ik heb zin in koffie en moet ook plassen.’
Met elke meter die ze aflegde voelde ze haar opluchting toenemen en was blij dat ze de eerstkomende uren niet met haar lege huis geconfronteerd zou worden.
Zonder Jochem vond ze haar leven ongenietbaar. Misschien moet ik me wat meer onder de mensen begeven, dacht ze, en Jochem niet het centrum van mijn leven maken. De ontmoeting van de zes vrouwen was zo moeiteloos tot stand gekomen, dat het na een paar uur leek alsof ze elkaar al jaren kenden.

Het wegrestaurant waar ze een paar minuten later stopten was zo vroeg in de avond gevuld met ouders en kinderen die zwijgend achter grote borden vol frites en frikadellen zaten. De binnenkomst van de zes luidruchtig pratende vrouwen werd dan ook door iedereen opgemerkt. Het mannelijk deel van de aanwezigen was geïnteresseerd terwijl hun vrouwen afgunstig toekeken naar het moeiteloze zelfvertrouwen en de arrogantie waarmee de vrouwen bezit namen van hun omgeving. Gonnie liep voorop en leidde het gezelschap naar een grote ronde leestafel waar twee sterk gebouwde vrachtwagenchauffeurs een colaatje dronken.
‘Heren, zijn deze stoelen nog vrij?’ vroeg ze charmant en ging zonder op antwoord te wachten zitten.
Maaike had lachend toegekeken met hoeveel aplomb Gonnie de leiding nam en pakte de stoel naast haar.
‘Wat denken jullie ervan, flesje rood en flesje wit?’
‘Wie rijdt er dan tot Maastricht?’ Marisca keek vragend naar Maaike.
‘Je doet ’t toch prima,’ kreeg ze als antwoord, ‘bovendien zei je net dat je zin had in koffie.’
Marisca keek een beetje beteuterd en Afrieke kreeg medelijden.
‘Ik wil ook wel rijden hoor,’ zei ze tegen Marisca en klopte bemoedigend op haar hand.
Maaike haalde haar schouders op, ‘ik vind het best, zolang ik maar niet hoef te sturen.’ Ze stak haar hand op naar de serveerster en bestelde wijn en koffie.
‘Waar gaan we eigenlijk naar toe in Maastricht?’ Teddy leunde ontspannen naar achteren en keek vragend naar Lies. Ze maakte de indruk dat ze elke kroeg in Nederland kende, vond Teddy.
‘De oude Engel, ik ben er vorig jaar nog geweest en het is de gekste kroeg van de hele stad. Daar moet je geweest zijn,’ antwoordde Lies enthousiast.
‘We gaan toch ook eten?’ Afrieke wilde net een slok van haar koffie nemen toen haar mobieltje zich rinkelend kenbaar maakte. Ze kleurde fel en keek met angstige ogen naar het display waar de naam van haar man stond. De andere vrouwen hadden haar reactie gezien en zwegen verward.
‘Is er wat?’ vroeg Teddy meelevend.
‘Mijn man.’ Afrieke was haastig opgestaan en rende met de nog rinkelende telefoon in haar hand naar buiten.
Maaike schudde haar hoofd en schonk de glazen nog een keer vol. Bang zijn voor je vent is belachelijk, besloot ze koeltjes. Afrieke zou er goed aan doen niet zo panisch te reageren en haar man duidelijk moeten maken dat ze recht had op een eigen leven. Richard had totaal ongeïnteresseerd gereageerd toen ze hem vertelde dat ze niet thuis kwam en de rest van de avond ging stappen. Het enige waar hij naar had gevraagd was of er nog wat te eten in de vriezer lag. Dat is natuurlijk ook niet goed, dacht ze ontevreden, het lijkt wel of hij me alleen als zijn huishoudster ziet.
Eén van de mannen mengde zich in het gesprek.
‘Problemen dames?’ vroeg hij met een zuidelijk accent. Hij had dik blond haar dat in een lok over zijn voorhoofd viel en een enorme hangsnor.
Gonnie keek hem geringschattend aan en zei hooghartig, ‘niets dat we zelf niet kunnen oplossen, maar bedankt voor je medeleven.’
De man keek beduusd, hij wilde alleen maar vriendelijk zijn. Hij ving de blik van Marisca die zich geërgerd had aan Gonnie’s arrogante gedrag.
‘Hoe is het met de staking in Italië?’ Ze vermoedde dat de twee vrachtwagenchauffeurs waren en probeerde belangstelling te tonen om zo de scherpe kantjes van Gonnie’s bitse opmerking wat weg te nemen.
‘Welke staking bedoel je?’
‘Mijn vriend rijdt elke week op Verona en Milaan. Hij heeft me vandaag nog gebeld dat hij vast zat in een vrachtwagenstaking aan de grens met Zwitserland.’ Marisca was verbaasd over zijn onwetendheid. Vrachtwagenchauffeurs wisten over het algemeen precies waar ze moeilijkheden langs de weg konden verwachten.
De andere bouwvakker, even groot als zijn maat, maar met een gitzwarte ringbaard lachte hard en stootte zijn collega veelbetekenend aan.
‘Da’s een goeie smoes,’ zei hij luid, ‘die moet ik onthouden.’
Marisca bloosde dieprood. Ze had er nog geen moment aan gedacht dat Jochem haar zou bedriegen. Als die twee kerels gelijk hadden en er was geen staking, wat zou dan anders de reden van Jochem’s afwezigheid kunnen zijn?
Boos schoof ze haar kop koffie van zich weg en pakte een leeg glas dat ze resoluut vulde met wijn.
Teddy keek onthutst naar haar handen. Jaap was net als de man van Marisca ver weg in het buitenland. Ze kon zichzelf niet wijsmaken dat ze nooit had getwijfeld aan de trouw van haar vriend die als verslaggever altijd in de belangstelling stond. Bovendien wist ze maar al te goed hoeveel willige vrouwen er op een tennistoernooi rondliepen. De gezichten van Lies en Gonnie verrieden dat hen de gedachte aan ontrouw ook niet vreemd was. Maaike was eigenlijk de enige die vol zelfvertrouwen om zich heen keek.
Teddy stond op en liep naar buiten waar Afrieke een sigaret stond te roken. Teddy zag de nerveuze manier waarop ze de rook uitblies en legde haar hand op Afrieke’s schouder.
‘Wat zei hij?’
‘Hij heeft mijn moeder gebeld en is erachter gekomen dat ik tegen hem heb gelogen.’
Afrieke gooide haar sigaret op de grond en stak een nieuwe op.
‘Ik moet onmiddellijk naar huis komen.’
‘Oh jeetje. Doe je dat?’
Afrieke inhaleerde diep en keek naar de snelweg waar het verkeer langsheen raasde.
‘Ik peins er niet over,’ ze klonk vastberaden, ‘wij gaan met z’n zessen stappen in Maastricht, zoals afgesproken.’ Ze sloeg haar arm om Teddy en samen liepen ze naar binnen, terug naar de tafel waar vier gezichten hen afwachtend aanstaarden.

– wordt vervolgd –

Loes Kleijn-Neve

About loes neve