‘Nieuwe’ kunst

Vorige week werden er weer eens wat ‘pas ontdekte’ werken grote Hollandse meesters uit de 20ste eeuw (i.e. Mondriaan, Appel) geveild bij veilinghuis Christie’s. Waar komen die krengen toch iedere keer vandaan?
Ik kan dit soort kunstwerken toch bijzonder moeilijk loszien van het boek Magenta van meestervervalser-in-ruste Geert Jan Jansen (waarover Sofie van der Sluis ooit nog een recensie schreef).
Een citaat:
“Er zullen weinig galeriehouders en kunsthandelaren zijn die het willen toegeven. Dat is te verklaren. Ze kunnen het zich niet veroorloven. Het belang van de handel gaat voor. Wie het spel niet meespeelt, wordt buiten gesloten. Daar komt bij dat de meeste experts zelf actief kunsthandelaar zijn. En in de kunsthandel moet worden verkocht en zo min mogelijk worden afgekeurd. Een expert die een schilderij goedkeurt, heeft in veel gevallen recht op een financiële vergoeding. Een expert die iets afkeurt, veroorzaakt trammelant en verdient geen cent.
De afgelopen jaren is er wel erg veel over Cobra in de boeken verschenen en in veilingcatalogi afgebeeld. Het wordt elk jaar meer. Heeft de Cobra-periode misschien driehonderd jaar geduurd?”

Ik ga er vanuit dat Jansen – als gewezen vervalser – kijk heeft op de zaak. Je moet dan toch wel heel graag van je geld afwillen, wil je een ‘echte’ Appel kopen op een veiling.

Aan de andere kant: zolang niemand bereid is die valse doeken af te keuren, is er geen vuiltje aan de lucht. Oftewel, door op een veiling te veel geld neer te tellen voor een slechte vervalsing wordt het een echt schilderij. Niet noodzakelijk mooi, maar wel echt.

About emilio