De Geschiedenis van mijn Welslagen, aflevering Wereldverbeteraars onder het Zand

„Volgens de militaire archieven was de pantserkruiser XX in de eerste tien dagen van de maand Maart in het jaar 1905 ingezet bij een maneuvre voor de kust van Spaans Marokko. De informatie in het logboek beperkte zich tot de koers die het schip had gezet en opmerkingen over het weer, die meestal in de vier woorden ‘blauwe lucht, kalme zee’ waren uitgedrukt, behoudens een enkele invoering ter hoogte van de Azoren, die over ‘grijze lucht, heftige regen, licht onstuimige zee’ sprak. Opmerkelijke berichten had het verblijf op de Oceaan niet opgeleverd, althans niet voor de pers. Nochtans is aan het vroege uur waarop het schip de haven van Brest uitvoer een mysterie verbonden. En het heeft met deze foto te maken.“

De foto lag temidden van een gastronomisch slagveld, dekte een geitenkaas half toe. Twee flessen wijn wierpen hun groene schaduwen op mijn bord. Plankjes waarop stukken brood, aangesneden salami’s, een gedeconstrueerde eend, sauzen, servetten, rucola salade en een schaal met aardbeien werden voortdurend opgetild en op een andere plaats op het tafelkleed terug gezet.
Jona ontkurkte een nieuwe fles. De kurk verliet met een opgewekte plop de flessehals. Hij schonk de glazen nog eens vol, stelde fles en wijngoed aan ons voor en vroeg om bijzondere aandacht voor de droge melancholiek-poëtische afdronk die wonderwel paste bij de figuur in het wit, die we op de foto konden herkennen.
Zijn vinger landde op de glansafdruk die hij van het origineel had laten maken, bedekte het kanonneerdeel van de pantserkruiser en hing als een machtige ietwat nalatige vingerwijzing boven een klein bootje dat in de ochtendnevel juist zichtbaar was. Onder de loupe, die Jona uit het niets te voorschijn haalde, bleek in de witte vlek een dame met een grote ruisende vogelstruishoed schuil te gaan. Naast haar stond iemand die, naar zijn volgehangen uniform te oordelen, een hoge militaire functie had, waarschijnlijk een admiraal. Meer kennis van het militaire apparaat had mijn kortstondige jeugdervaring met het bordspel ‘stratego’ niet opgeleverd.
„Comte Aimé Boumais de Timpier, de gezagvoerder van het schip. De zittende figuur die je achter hem ziet is Vincent Laboré, de man die dit ijzeren huis heeft laten bouwen.“

Jona vertelde verder.
„De foto werd van de kade genomen, vanwege het vroege uur een opmerkelijk feit. Waarom zou iemand zo vroeg zijn driepoot en camera naar de kade slepen, of, zo niet naar de kade, aan het venster opstellen van het huis waar hij verbleef?“
Jona’s stem verried dat hij dit raadsel had opgelost. En voilà, hij toverde een foto uit de picknickmand, een kleinere, in kleuren bovendien:
„Brest, zomer 1998.“
Tussen na-oorlogse appartementblokken, een blikkerige kantoortoren stonden een enkel pakhuis en een paar huizen met kleurige gevels, die lieten vermoeden dat de haven van Brest ooit een even bedrijvige als schilderachtige aanblik had geboden.
„De foto is genomen bij een trap die van de kade naar het wateroppervlak leidt, speciaal aangelegd om het vrouwen zoals Dorothy Lavaghmours gemakkelijk te maken in een roeiboot te stappen, die haar naar, bijvoorbeeld, een kanonneerboot zou kunnen brengen.“
„Dorothy Lover More?“
Jona spelde de naam.
“Gekke naam, hoe weet je dat zij het is?”
„De naam kwam voor in de boeken van Vincent Laboré. Mevrouw Lavaghmours, stemkunstenares, werd in die dagen gevierd in de salons, doch wellicht eerder vanwege haar losse zeden dan haar zangtalent. Erotische prentbriefkaarten waarop ze in gewaagde exotische gewaden en posities was afgebeeld, vonden grote aftrek in de hogere kringen.
Vincent nodigde haar uit naar zijn villa even buiten Parijs te komen, maar dat was om een andere reden. Ze stond in kleinere kring bekend als medium. Jammer genoeg is van de sceances niets bewoord gebleven. Hoe de groep tot stand kwam die op die winterochtend bij de pantserkruiser aan boord ging, was gemakkelijk te reconstrueren aan de hand van Laboré’s betrekkingen met de Franse marine.
In de persoonlijke geschiedenis van een paar betrokkenen was de dag waarop de foto werd genomen een cruciaal moment. De fotograaf werd een paar dagen later dood aangetroffen in zijn hotelkamer.
Iemand moet hebben gehoord hoe hij zijn hotelkamer verliet en over de gang stommelde, de trappen naar onder, langs de slapende portier naar buiten. Het valt met zekerheid aan te nemen dat de moordenaar in hetzelfde hotel een kamer had genomen. Of hij licht sliep, of de nachtportier had omgekocht is niet zo’n belangrijke vraag.“

Wat leuk was het toen nog: door kolen én de wind aangedreven worden Wat leuk was het toen nog: door kolen én de wind aangedreven worden  Jona reikte onder de tafel naar, wat ik dacht, een nieuwe fles, maar wat, eenmaal op tafel geworpen, het resultaat bleek te zijn van groot speurwerk. De twinkeling in zijn ogen en de lichte blos op het jongensgelaat, waar heel even het gezicht van de overgrootvader doorheen schemerde, verraadden het ongelooflijke geluk dat hem had geleid.
Uit de bruine envelop kwam een andere foto te voorschijn, die in eerste instantie op de foto van de ongelukkige fotograaf leek: dezelfde kade, hetzelfde zwarte water in de ochtendnevels, het silhouet van de kanonneerboot – zoek de tien verschillen: een ervan was de zichtbare lijn van de horizon, die op een hoger gelegen perspectief duidde; een ander was zeer duidelijk de gestalte van de fotograaf op de kasseien onder de zwarte doek van zijn driepoot.

Het hotel bestond nog. Hij had met de foto in de hand de kamer gevonden waar de vermoedelijke moordenaar had geslapen. Enige dagen in het archief van de plaatselijke krant had hem de exacte datum opgeleverd.
Ongelooflijkerwijs hadden de godvruchtige opeenvolgende eigenaren van het hotel alle boeken bewaard, om er zeker van te zijn dat ze ook na honderd jaar niet een onterechte belastingaanslag kregen. De boeken moesten bovendien bewijzen dat het hotel sedert de Franse revolutie hun eigendom was.
De betovergrootouders, beide uit een slagersfamilie afkomstig, hadden de koningsgezinde laagadellijke familie die er aanvankelijk woonde, gewaarschuwd voor de revolutionaire garde die hun arrestatie en dientengevolglijke onthoofding voorbereidde. Ze hadden bij de vlucht geholpen, en in ruil voor de roeiboot het huis gekregen. De boeken en de eigendomspapieren getuigden dat het hotel hun moreel en juridisch eigendom was en dat geen der nazaten van de gevluchte familie het kon terug eisen.
En op een van de vergeelde pagina’s van die boeken stond de naam van de moordenaar geschreven. Hij had niet de moeite genomen een valse naam op te geven, teken ervan dat hij ervan overtuigd was dat de zaak uiteindelijk in doofpot zou verdwijnen.
De naam van de moordenaar kwam echter ook voor in Vincent Laboré’s boekhouding. Maar welk belang had Vincent erbij om de fotograaf te laten vermoorden?

Een beetje admiraal heeft een baard
Een beetje admiraal heeft een baard  Geen enkel verhaal kan verteld worden, zonder dat de afloop ervan vast staat. In dit geval stond die beschreven in de memoires van mevrouw Lavaghmours, door haar opgetekend in het jaar 1953, een paar jaar voor haar dood in 1956 en als manuscript bewaard gebleven in de kluizen van Vincents nazaten. Het behoorde met het ijzeren huis en het landgoed tot Jona’s erfstukken.
„Will je er een uitgever voor vinden?“
Hij glimlachte als antwoord, een glimlach waar ik de gloed van de woestijn in meende te herkennen en het verlangen dat de mensheid sedert zijn bestaan beheerste, het verlangen om over de horizon te reizen naar het land dat zichtbaar wordt in de meest desperate en de meest gelukkige momenten van onze verliefdheid.
„Nee,“ zei hij, en de wind ruiste door de bomen, en de vogels zongen, en Josephine tilde haar glas op en keek, een oog toegeknepen, naar de weerspiegeling.

„De fotograaf wist van niets. Hij was een van die portretschilders door wiens penseelstreken de eerste abstracte sidderingen voerden. Zijn geld verdiende hij met fotograferen. De opdracht om die foto te nemen was van mevrouw Lavaghmours zelf gekomen. De opdracht tot de moord was van Vincent. De informatie dat een spion hen op het spoor was, kwam uit de wereld der geesten, waar Dorothy, als medium, direkt mee in contact stond. Maar Dorothy was de spionne.
De geschiedenisboeken vermelden niet alle kleinere en grotere conflicten uit die tijd, beperken zich veelal tot de Russisch-Japanse oorlog. Even buiten de grenzen van Europa, in de koloniale wateren en grensstreken, werd de geopolitieke status quo, op zijn zachst gezegd, met regelmaat opnieuw vastgelegd.
Dorothy bracht de Franse marine op een verkeerd spoor, ontfutselde aan Vincent de bouwtekeningen voor de eenpersoonsduikboten, speelde opdrachten door aan de concurrentie. Tegelijkertijd was ze wel degelijk de minnares van Vincent. In haar memoires beschrijft ze met teerhartige penvoering haar jaren met deze industrieel ‘etonnant.’
Al dan niet geleid door de stemmen van de grote geesten uit de geschiedenis – door Dorothy spraken onder andere Jezus Christus, Franciscus van Assisi en de Egyptische sufist en alchimist Ibn Ban – en ze benadrukt dat niet alle ‘boodschappen’ van haar opdrachtgevers waren, heeft Dorothy Vincent en de Franse minister van oorlog weten te overtuigen op die dag in Maart koers te zetten naar Senemali.
Met hen mee reist het prototype van de bemande woestijntorpedo. Dorothy was de bedenkster van dit projectiel annex vaartuig; de constructie kon in het grootste geheim plaatsvinden. Alleen Leonardo da Vinci en een verder onbekend gebleven Chaldeeër wisten ervan. In feite betrof het de voorloper van de huidige ‘space shuttle,’ met dit enkele verschil dat de woestijntorpedo onder het zand werd geschoten en vervolgens, aangedreven door een dieselmotor zijn weg zou vinden naar het grote onderaardse meer.
Dorothy was ervan overtuigd dat zich onder de Sahara een meer bevond dat qua oppervlak bijna zo groot was als de befaamde woestijn. De nomaden, de koningen van Timboektoe, Nineve en Tsjeba wisten ervan; de grote rijkdommen en wijsheden van de oudste volkeren waren daar in lemen potten opgeslagen.
Dorothy en Vincent gingen niet naar deze rijkdommen op zoek. Ze wilden de Sahara vruchtbaar maken. Het mineraalhoudende water – door Dorothy ‘het vruchtwater van moeder aarde’ genoemd – zou door liftschachten naar de oases worden gebracht en van daaruit via irigatiekanalen langzaam de bodem verrijken.
Op 11 maart 1905 voeren ze over de Niger naar Bamako en verder naar Mopti. Op 20 Maart 1905 vertrok de woestijnexpeditie. Eenenveertig jaar later keert Dorothy terug naar Frankrijk.
De wereld is twee grote oorlogen verder en is een onherkenbaar aantal keren gekapseisd op haar reis door het universum. De meeste herinneringen zijn onvindbaar of spreken met afgewend gelaat tot haar. Niemand gelooft haar verhalen. Alleen de sterfdatum van Vincent wordt genoteerd: Mopti 17 augustus 1941.“

About rinus van alebeek