De verkiezingen: twee voor de prijs van één

De verkiezingen komen eraan – en eigenlijk draait het alleen maar om de vraag wie onze nieuwe MP wordt: Bos of Balkenende? PvdA en CDA zijn momenteel verwikkeld in een nek-aan-nek-race, waarin het per dag verschilt of het nu net de sociaal-democraten, of de christen-democraten zijn die een zeteltje voorliggen. Maar waarvoor stemmen we nu eigenlijk: voor de nieuwe premier of voor een nieuw parlement?
Hoewel het hier officieel de verkiezingen betreft voor de Tweede Kamer, is het feitelijk zo dat we zowel voor premier als voor parlement stemmen. En dat is een slechte zaak, want op deze manier zijn de uitvoerende en de controlerende macht nog teveel met elkaar verweven. Dat leidt tot achterkamertjespolitiek en ondoorzichtige beslissingen.
Hoe dat precies werkt kunnen we zien wanneer we een zogeheten ‘principal-agent-analyse’ maken van de Tweede Kamer en het Kabinet. Dit analysemodel onderzoekt langere termijn-relaties tussen opdrachtgevende (principal) en opdrachtnemende (agent) partijen. Hoewel het model in eerste instantie uit de private sector komt, wordt het ook steeds meer gebruikt door bestuurskundigen en mijns inziens kan het ook nuttige inzichten opleveren voor politieke en constitutionele theorievorming.

Geeft u Bos carte blanche?

Wanneer we dit raamwerk loslaten op ons parlement, dan is de eerste vraag: wie is de ‘principal’, en wie is de ‘agent’? Sla de oude staatrsrechtboeken erop na en u ziet dat de Tweede Kamer een controlerende functie heeft, en het Kabinet een uitvoerende: zij maken plannen die geaccordeerd moeten worden door de Tweede Kamer. Dat betekent dat de Tweede Kamer de ‘principal’ is en het kabinet de ‘agent’, waarbij de ‘principal’ het presteren van de ‘agent’ zoveel mogelijk via publiek debat probeert te monitoren. Maar hier zien we al een eerste probleem ontstaan: het kabinet ontstaat als het ware ‘uit het Parlement’, zodanig dat het kabinet bijna altijd op een meerderheid van stemmen kan rekenen in de Tweede Kamer. Zodoende komt er van het échte controleren maar weinig terecht: de meerderheid van de partijen in de Tweede Kamer is het tóch al eens met het kabinet op basis van de eerder gevormde coalitie. Een heel erg goed werkende ‘principal-agent-relation’ kan dat dus nooit zijn.

Dat wordt nog verergerd als je naar de kiezer kijkt met hetzelfde raamwerk. Aangezien we in een democratie leven, is de ultieme ‘opdrachtgever’ in onze rechtstaat niet het Parlement, maar ‘het volk’. Het Parlement is maar een tijdelijke representant van dat volk. Dat wil zeggen dat hoewel Tweede Kamer en Kabinet idealiter zich tot elkaar dienen te verhouden als een opdrachtgever en een opdrachtnemer, dat deze relatie alleen maar tot stand komt omdat ze beide ‘opdrachtnemer’ van ‘het volk zijn. Oftewel: het volk is de ‘principal’ en dat volk delegeert twéé, niet slechts één taak aan ‘de overheid’. Die twee taken zijn enerzijds het uitvoeren van beleid en anderzijds het controleren ervan – maar we hebben maar één stem om die delegatie te kiezen. We krijgen dus al het ware twee voor de prijs van één: met één stem delegeren we zowel de uitvoering van de wensen van ons als volk, als de controle daarop.

En dit is waarom de huidige verkiezingen vooral een gevaarlijk eenzijdig karakter krijgen: deze verkiezingen draaien hoofdzakelijk om wie de uitvoerende functie krijgt: Bos of Balkenende? De kiezers, die maar één stem hebben, moeten één van beide gedelegeerde taken noodgedwongen laten schieten. Dat was altijd al zo, maar omdat in dit geval de verkiezingen het meeste draaien om de premiervraag, betekent dit dat het overgrote deel van de keizers toch ‘strategisch’ zal stemmen om de kabinetsformatie een beslissende swing naar links of rechts mee te geven – waarmee ze de kans om te kiezen voor hoe precies het Parlement haar controlerende functie dient uit te voeren noodgedwongen op moeten geven.
Het zou daarom beter zijn om voortaan de premier te kiezen, los van het parlement: bijvoorbeeld zoals de Amerikanen dat doen: eerst de president, in ons geval de premier, en dan twee jaar later het Congres, in ons geval dan de Tweede Kamer. Zo zijn beide verkiezingen duidelijk en maximaal gescheiden: de kiezer kan zo duidelijker aangeven, eerst ‘hoe er beleid gemaakt moet worden’ en ten tweede ‘hoe er gecontroleerd moet worden’.

Of heerscht Balkenende?
De kans dat zoiets er ooit door komt is echter nihil: de enige partij die zoiets simpels en voor de hand liggends voorstelt als de kiezer daadwerkelijk meer en beter invloed te geven op het politieke proces, namelijk D66, staat in de peilingen momenteel namelijk op een hoopvolle, halve zetel. De achterkamertjespolitiek en ondoorzichtige beslissingen zullen dus helaas nog wel even aanhouden.

About emilio