Henrik Henegouw, afl. 31: Krulletje met leeuwenkop

Een bas met vijf snaren – Beginnen is een makkie – “We cure any desease” – Met Duitse slof – Merrie
Hij kruiste zijn armen en keek afwachtend naar de man met de contrabas.
Het bleef ondertussen haast devoot stil in de kamer.
Het hoofd genegen keek de bassist langs de snaren van zijn instrument, omlaag, naar het lamelletjesparket.
” … Eén … twee … drie … vier ….. …. vijf ! … ” telde Henrik binnensmonds.
Vijf.
Het waren er vijf.
Het was een bas met vijf snaren.
Ver weg klonk gedempt een laag elektriek zoemen, als dat van een koelkast of een airconditioning. Ook was er af en toe het gepiep van een leren zooltje dat over de geboende vloerlamelletjes wreef telkens wanneer de drager van het schoeisel zijn gewicht van het ene op het andere been verplaatste. “Draagster,” dacht Henrik, want hij wist om een of andere reden zeker dat het op de bassist en hemzelf na enkel allemaal vrouwen waren in de ruimte rondom hem. Bij elk van die zoolpiepjes, merkte hij, keek de muzikant even op, maar zijn blik had daarbij niets verstoords. Die was eerder berustend.
Hij neeg nog een keer, en wachtte.
Een stukje achter hem hoorde hij een vrouw, die weer zachtjes zuchtte.
“Alle begin is moeilijk, hoor …!” fluisterde een ander.

Henrik vond dat dat niet waar was.
Integendeel, wist hij.
Beginnen was een makkie.
Moeilijk kon het pas worden als je eenmaal begonnen wàs.
Wanneer je dóór ging …
En je almaar verder moest …

De contrabassist keek op alsof hij die stille overwegingen gehoord had. Hij keek Henrik aan en glimlachtte. Even wees hij met de punt van zijn strijkstok in zijn richting.
Hij trok de bas wat rechter, nog dichter tussen zijn knieën in, en sloeg toen een been over de rechterschouder van het instrument. Een erg makkelijke houding is dat niet, want de schouders van een contrabas zijn hangend gebouwd, anders dan bijvoorbeeld bij een cello, waar ze meer naar boven gaan.
Zachtjes tikte hij even met de hak van zijn schoen tegen de kast, waarop gelijk her en der rondom van tussen tanden gesis klonk.
De man knikte. Hij hield de strijkstok tussen duim en wijsvinger terwijl hij met de toppen van zijn andere vingers aan de kale plek midden op zijn schedel voelde. Er glimmerden daar bescheiden druppeltjes zweet.
“Een goed instrument,” zei hij met een rustige lage stem die toch helder klonk en duidelijk articuleerde. “Een goed instrument is van het aller-, van het allergrootste belang. Een goed instrument. Een instrument zoals dit hier … van italiaanses makelij … Al op jaren, en handwerk natuurlijk, want dat spreekt vanzelf.”
Weer tikte hij zachtjes met de hak van zijn schoen tegen de kast.
Het galmde een beetje. Het was nu weer heel stil.
” … gemaakt van het hout … van … ”
” … de meesterboom ! …” riep een meisjesstem van achter in één van de hoekjes. ” … een meesterboom …” zei bijna tezelfdertijd ook een andere stem, dezelfde die eerder van het niet-evidente van alle begin gewag had gemaakt.
Weer knikte de bassist.
” … een meesterboom …, ” zei ook hij en hij lachtte weer, kort, met die karakteristieke donkere schater.
Hij legde de hand met de strijkstok nu op de kop van de bas. De kop had een krul, zag Henrik, die fijntjes gebeiteld was. In de vorm van een leeuwenkop.
“Ongetwijfeld,” vervolgde hij, “is het waar : wie kan luisteren herkent een goed bassist altijd. Ook al zou hij op een barslechte bas spelen. Soit … Maar ach, hoeveel beter niet zullen zijn vaardigheden varen op een zijn kunnen en talenten waardig instrument ! Ik bedoel, het is maar een voorbeeld, hoor …. maar hoe zou ik een uitgesteld vibrato kunnen spelen op een kast van volkser varianten van het hout, zonder die volheid en het diep gerijpte… met zonder ook maar een greintje van sustain ? … Het kan niet !”
Nog steeds had de man één been om de schouder van zijn instrument geslagen. Het bengelde daar een beetje, zijn glimmende zwarte schoen ter hoogte van het sleutelgat. Met zijn strijkstok tikte hij een paar keer tegen zijn knie. Toen wees hij met het puntje weer in de richting van Henrik Henegouw.
“Hoe kun je, zonder opnieuw aan te slaan, met je linkerhand over de snaren langs de toets glijdend een fiks aantal tonen achter mekaar ten gehore brengen als je die sustain niet hebt ? De sustain van – bijvoorbeeld – … een meesterboom ? … Het kan niet !”
Rondom en achter hoorde Henrik naast instemmend gemompel nu ook af en toe kort geschuifel, dat iets nerveus en ongedurigs had. Maar de muzikant leek het niet te merken. Of, eerder, denk ik, dat het hem niet kon schelen. Hij was ontspannen, nam de tijd, en vervolgde zijn gedachtengang.
“Denk je nou werkelijk dat je je dynamiek naar behoren zult kunnen reguleren op een bas die bij een fellere aanslag eerder rammelen dan harder klinken zal ? …”
De basman zweeg en stak zijn hoofd plots ver naar voren toe. Het wit van zijn wijd open ogen blonk vochtig in het licht van het spotje boven zijn hoofd.
“Nee !” riep hij, onverwacht luid nu. “… Het kan niet !”
“Ik wou dat hij eindelijk beginnen zou …” zei een vrouwenstem, maar het was te zacht dat de muzikant het horen kon. Die haalde zijn been van de schouder van het instrument en zette dat terug achter de kast. Hij bewoog de bas een paar keer met een hand om de hals naar achter en naar voren.
“Nee,” zei hij weer, zachter nu … “Het kan niet … En hoe wil je passages molto silencioso, met dichterlijk fluweel en veel gevoel, adagissimo kunnen spelen, als je zijden streek enkel tot gevolg heeft dat je tonen zich als de stengels in tot pap doorgekookte pasta verbrei-en … ? … Het is onmogelijk … on … mo … gel .. luk …”
Hij schudde het hoofd, verontwaardigd en bijna bedroefd, en wreef toen (“we cure any desease !” [sic]) teder met een hand over de kast van het instrument dat hij tussen zijn knieën geklemd hield.
“Kijk,” vervolgde hij. Hij balanceerde zijn strijkstok nu op de palm van zijn open hand, en stak die naar voren toe, in de richting van Henrik die hij indringend aankeek. Het leek een aanbod. Steeds meer kreeg deze dan ook het gevoel dat dit hele betoog … dit hele theater … hém betrof. Maar waarom dan? Hij begreep het niet.
De strijkstok had een duitse slof, zag Henrik. Die is hoger dan de franse. Er is meer ruimte tussen boog en beharing, en je houdt hem met gedraaide hand, ondersteboven eigenlijk. Merkwaardig wel, voor een fransman. De bassist was ongetwijfeld een fransman. Je zag dat niet veel, fransen die streken met een duitse slof … Maar of het iets betekenen moest ?
“Beginnen !” zei dezelfde vrouwenstem weer, harder dit keer.
Van verder achter klonk instemming.
“Ja ! … allez nou ! … doe het dan …! Vooruit ! … heeft het nu niet al lang genoeg geduurd, wat ? …”

Als door die stemmen gedragen deed Henrik één stap, twee stappen naar voren.
Hij pakte de stok van de hand van de basman en onwillekeurig streek hij met zijn duim langs de haren.
Achter hem in de kamer klonk bedaard applaus, en het leek er plots lichter te worden, lumineuzer, als van de opluchting dat er nu toch wat gebeurde.

Henrik Henegouw zag dat de stok pas verhaard was.
Paardenhaar.
Zwart paardenhaar.
Maar was het haar van een hengst ?
Of was het dat van een merrie ?
Hij keek de muzikant vragend aan.
De man lachtte hem bemoedigend toe.
Zijn lippen bewogen.
Ze zeiden iets, zonder geluid te maken, alsof ze tegen een dove spraken.
Ze deden het nog een keer.
Henrik bewoog zijn eigen lippen mee …
En nog een keer … en nog eens …

“Merr -.- rrie …,” zei de basman.
“Merr -.- rrie … hed … eej … liddel -lemp …”
“Merr -.- rrie …,” zei hij weer. En : “Merr -.- rie …”
– wordt vervolgd –

[ Raudio #07 – ( http://raudio.nl/ ) :: Frank Zappa – “Chunga’s Revenge” :: Lanark – “De rereum natura” :: André Popp – “Delirium in Hifi” :: David Bowie – “Diamond Dogs”/”The man who sold the world” :: Caravan – “In the land of grey and pink” ]

Harsmedia: Harsman’s eigen site

About j.k. harsman